< Terug naar overzicht

Telt ‘oude’ periode als uitzendkracht mee bij berekening opzegging?

Hoe ver reiken de gevolgen van de overname van anciënniteit als uitzendkracht bij het berekenen van de correcte opzeggingstermijn?

Sinds 1 januari 2014 moeten de opzeggingstermijnen voor arbeiders en bedienden berekend worden in overeenstemming met de Wet betreffende het Eenheidsstatuut. Deze wet schrijft nieuwe opzeggingstermijnen voor die grondig afwijken van degene die voordien van toepassing waren. Om ‘onrechtvaardigheden’ te vermijden ten gevolge van deze ingrijpende verandering, heeft deze wet ook specifieke overgangsmaatregelen uitgevaardigd.

In het bijzonder wordt de regel van de ‘dubbele foto’ toegepast: voor werknemers die vóór 1 januari 2014 in dienst zijn getreden van hun werkgever, maar ná 1 januari 2014 worden ontslagen, moet de opzeggingstermijn in twee stappen worden berekend:

  1. De ‘oude’ opzeggingstermijn geldt voor de duur van de tewerkstelling die zich situeert vóór 1 januari 2014.
  2. Daaraan moet de ‘nieuwe’ opzeggingstermijn toegevoegd worden. Deze wordt berekend met inachtneming van de periode van tewerkstelling die zich situeert ná 1 januari 2014.

Voor 1 januari 2014 in dienst als uitzendkracht

Vanzelfsprekend bracht zo’n verregaande wetswijziging verschillende rechtsvragen en interpretatievragen met zich mee. Eén ervan werd voorgelegd aan de arbeidsrechtbank van Gent, afdeling Kortrijk. Concreet was de vraag gerezen hoe een bedrijf de opzeggingstermijn diende te berekenen van een werknemer die er vóór 1 januari 2014 als uitzendkracht had gewerkt en vervolgens ná 1 januari 2014 vast in dienst was getreden als werknemer.

De werknemer was ervan overtuigd dat de regel van de ‘dubbele foto’ ook voor hem van toepassing was: hij was immers vóór 1 januari 2014 beginnen te werken voor het bedrijf. Dat dit eerst nog via uitzendarbeid gebeurde, maakte volgens de werknemer geen enkel verschil uit: hij diende beschouwd te worden als een werknemer wiens arbeidsovereenkomst een aanvang had genomen vóór 1 januari 2014, voor wie de opzeggingstermijn dus in twee stappen moest worden berekend. Maar klopt dat ook?

‘Aanvang van arbeidsovereenkomst’ is niet hetzelfde als 'anciënniteit'

De werkgever was van mening dat – gelet op het feit dat de vaste indiensttreding dateerde van ná 1 januari 2014 – alleen de ‘nieuwe’ opzeggingstermijnen toegepast moesten worden. Wel nam de werkgever de duur van tewerkstelling als uitzendkracht mee in rekening bij de berekening van de anciënniteit, op basis waarvan de toepasselijke nieuwe opzeggingstermijn uiteindelijk moest worden bepaald.

Dit stond vanzelfsprekend haaks op de visie van de werknemer, die de begrippen ‘aanvang van de arbeidsovereenkomst’ en ‘anciënniteit’ scheen te verwarren. Het is immers niet omdat voor uitzendkrachten wordt bepaald dat hun anciënniteit als uitzendkracht mee in rekening genomen moet worden om de opzeggingstermijn te bepalen, dat dit ook betekent dat zij beschouwd worden om vanaf hun start als uitzendkracht in dienst te zijn geweest van de betrokken werkgever.

Een ‘dubbele foto’ of niet?

De arbeidsrechtbank besliste in het voordeel van de werkgever. De rechter benadrukte dat de werknemer vóór 1 januari 2014 door opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor uitzendarbeid was gebonden. Met andere woorden, hij was toen in dienst van het uitzendbureau. Pas ná 1 januari 2014 trad hij ook effectief in dienst van het bedrijf, dat vervolgens in oktober 2015 was overgegaan tot diens ontslag. Bijgevolg, zo stelde de rechtbank, bestond er vóór 2014 geen arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en dit bedrijf.

De rechtbank volgde dan ook de argumentatie van de werkgever, volgens dewelke het overnemen van de anciënniteit verworven als uitzendkracht, niet betekent dat de aanvang van de arbeidsovereenkomst gesitueerd moet worden op het ogenblik dat de tewerkstelling als uitzendkracht was gestart. De rechtbank was eveneens de mening toegedaan dat de werknemer de begrippen ‘aanvang van arbeidsovereenkomst’ en ‘anciënniteit’ inderdaad door elkaar had gehaald.

De regel van de ‘dubbele foto’ veronderstelt dus een effectieve vaste indiensttreding vóór 1 januari 2014. Een tewerkstelling als uitzendkracht dekt deze lading niet.

Arbeidsrechtbank van Gent (afdeling Kortrijk, Kamer K1), 15 november 2017, AR 16/716/A

Auteur: Timo Lepez (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen