< Terug naar overzicht

Tekorten in een aanvullende pensioentoezegging – wie gaat dat betalen?

Op 4 maart 2011 werd de Belgische levensverzekeringsmaatschappij APRA Leven ontbonden. De gevolgen hiervan zinderen nog steeds na. Dit volgt uit een controversieel arrest van het Hof van Cassatie van 6 maart 2017 ...

Een werkneemster was sinds 1 juni 1999 aangesloten bij een groepsverzekering die haar werkgever had afgesloten bij APRA Leven. Het betrof een pensioentoezegging van het type vaste bijdragen, waarbij zowel de werkgever als de werkneemster zich ertoe verbonden om periodiek een bepaalde premie in de groepsverzekering te storten.

De werkgever kwam zijn contractuele verplichting na en betaalde de premies tot 10 maart 2011, de datum waarop er een einde werd gesteld aan de arbeidsovereenkomst van de werkneemster en er sprake was van een ‘uittreding’ uit de groepsverzekering.

Verzekeringsmaatschappij failliet, wat nu?

Zo’n uittreding heeft een aantal belangrijke gevolgen. Zo wordt in de Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) voorzien dat een aangeslotene (de werkneemster) op het ogenblik van de uittreding (in dit geval het einde van de arbeidsovereenkomst) recht heeft op een bepaald minimumrendement op de bijdragen die werden gestort in de groepsverzekering. Op het ogenblik van de feiten bedroeg dit rendement nog 3,75 procent op de bijdragen van de werkneemster en 3,25 procent op de werkgeversbijdragen.

Dat was problematisch, aangezien APRA Leven op 4 maart 2011 werd ontbonden en er werd overgegaan tot een verlieslatende vereffening van de verzekeringsmaatschappij. De werkneemster ontving, als schuldeiser van de in vereffening gestelde verzekeringsmaatschappij, een bedrag uit de vereffening dat niet overeenstemde met het bedrag waarop ze recht had volgens de minimumrendementsgarantie voorzien in de WAP.

De WAP bevat echter een artikel dat stelt dat de werkgever eventuele tekorten ten opzichte van de minimumrendementsgarantie moet aanzuiveren. Het is dan ook op basis van dit artikel dat het Hof van Cassatie tot haar beslissing komt.

Werkgever draait op …

Hoewel de werkgever de verschuldigde premies altijd had betaald en de tekorten ontstaan zijn door het faillissement van APRA Leven, oordeelt het Hof van Cassatie dat de werkgever alsnog moet opdraaien voor de tekorten. Hij moet meer bepaald instaan voor het verschil tussen het bedrag dat aan de werkneemster werd toebedeeld in het kader van de vereffening van APRA Leven en het bedrag van de rendementsgarantie voorzien in de WAP. Dit ongeacht de oorzaak van het tekort.

Het maakt met andere woorden niet uit dat er tekorten zijn omdat APRA Leven in vereffening werd gesteld. De werkgever moet hoe dan ook instaan voor de tekorten in de aanvullende pensioentoezegging ...

Controversieel arrest

Dit arrest van het Hof van Cassatie blijft controversieel. Er is immers rechtspraak die in tegenovergestelde zin oordeelt. Zo besliste het arbeidshof van Antwerpen onlangs in een arrest van 16 juni 2017 dat de werkgever toch niet moet opdraaien voor de tekorten. Wordt ongetwijfeld vervolgd...

Hof van Cassatie, 6 maart 2017, S.15.0107.N/1

Auteur: Frederic Vandebroek (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen