< Terug naar overzicht

Slapen en toch loon krijgen?

Een ontslagen bejaardenverzorgster dagvaardde haar werkgever tot betaling van achterstallig loon voor de uren dat ze ‘s nachts wachtdienst had verricht in het bejaardentehuis van haar werkgever. Hoewel ze erkende dat de bejaarden ‘s nachts nooit effec

De werkneemster kreeg ongelijk in eerste aanleg, maar bracht de zaak voor het arbeidshof te Antwerpen. Het arbeidshof verwees naar de Europese richtlijn en concludeerde dat er geen twijfel over kan bestaan dat de onbetaalde uren in hun geheel als ‘arbeidstijd’ moeten worden gezien en dit ongeacht of de werkneemster effectief prestaties heeft verricht. De fysieke aanwezigheid van de werkneemster op de arbeidsplaats geldt als criterium.
Het arbeidshof verwees naar de vaste rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, volgens dewelke wachtdiensten waarbij een fysieke aanwezigheid van de werknemer gevraagd wordt, in hun geheel als arbeidstijd moeten worden beschouwd. Het Hof van Justitie wijst er wel op dat de Europese richtlijn enkel de organisatie van ‘arbeidstijd’ regelt en zich niet uitspreekt over de beloning van de werknemers.
De vraag of de werkneemster recht had op een vergoeding voor alle uren van haar aanwezigheid is minder evident. Het arbeidshof merkte op dat de Europese regelgeving zich niet verzet tegen een regeling waarbij een werkgever een andere vergoeding toekent naargelang de werknemer in wachtdienst al dan niet prestaties heeft verricht. Ook de Belgische Arbeidswet bevat geen verplichting tot verloning of vergoeding. Het arbeidshof moest dus op zoek gaan naar een andere rechtsbron waaruit de werkneemster eventueel een recht op loon kon putten. Deze werd gevonden in de arbeidsovereenkomst van de werkneemster. Hierin werd slechts één enkel uurloon vermeld, zonder een onderscheid te maken tussen de verschillende soorten prestaties. Daaruit leidde het arbeidshof af dat de partijen waren overeengekomen dat de werkneemster recht heeft op het afgesproken uurloon voor elk uur dat de werkneemster haar functie zou uitoefenen. Dat de bejaarden tijdens de nachtdienst van de werkneemster nooit effectief een beroep op haar hebben gedaan, doet hier geen afbreuk aan. De werknemer stond immers steeds ‘ter beschikking’ van de werkgever.
Ook het feit dat de werkneemster tijdens haar tewerkstelling nooit geprotesteerd heeft tegen de berekeningswijze van haar loon, kan niet worden gezien als een (stilzwijgende) instemming. De werkgever werd dan ook veroordeeld tot betaling van het gevorderde achterstallig loon en vakantiegeld.

Arbeidshof Antwerpen (tweede kamer), 7 maart 2007, A.R. 2060266

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen