< Terug naar overzicht

Schorsing is geen verbreking

Als een werknemer ten onrechte contractbreuk inroept ten aanzien van zijn werkgever, wordt aangenomen dat de werknemer zelf op onregelmatige wijze een einde heeft gesteld aan de arbeidsovereenkomst. De werknemer zal dus in principe een opzegvergoeding

In een arrest van 6 november 2006 sprak het Arbeidshof van Luik zich uit over een vordering tot betaling van een opzegvergoeding en van een schadevergoeding wegens misbruik van ontslagrecht, ingesteld door een werkneemster die haar werkgever had beschuldigd van contractbreuk. De werkneemster had meer dan 20 jaar anciënniteit binnen de onderneming en was tewerkgesteld op de financiële dienst. In juni 2000 werd zij plots opgeroepen door haar werkgever om zich aan te bieden voor een verhoor over vermeende onregelmatigheden in de boekhouding. Na afloop van het verhoor deelde de werkgever de werkneemster mee dat haar arbeidsovereenkomst gedurende twee weken zou worden geschorst, met behoud van loon, om de revisor toe te laten een onderzoek te voeren naar de vastgestelde onregelmatigheden.

De werkneemster ging hiermee niet akkoord. Zij beweerde dat zij door haar werkgever ten onrechte was beschuldigd van medeplichtigheid aan fraude, reden waarom haar arbeidsovereenkomst werd geschorst. De werkneemster protesteerde dan ook formeel tegen de eenzijdige beslissing tot schorsing van haar arbeidsovereenkomst. Zij beschouwde deze eenzijdige beslissing van haar werkgever als contractbreuk en eiste betaling van een opzegvergoeding, alsook een schadevergoeding wegens misbruik van ontslagrecht.

De arbeidsrechtbank van Luik gaf de werkneemster ongelijk. De arbeidsrechtbank oordeelde dat zij ten onrechte contractbreuk had ingeroepen, zodat zij zelf een opzegvergoeding moest betalen aan haar voormalige werkgever.

De werkneemster tekende echter hoger beroep aan. Het Arbeidshof onderzocht de zaak opnieuw en bevestigde ten dele het oordeel van de arbeidsrechtbank. Ook het Arbeidshof was van oordeel dat de werkneemster de beslissing van haar werkgever tot schorsing van haar arbeidsovereenkomst (met behoud van loon) ten onrechte had beschouwd als contractbreuk, zodat zij uiteraard geen aanspraak kon maken op een opzegvergoeding, noch op een schadevergoeding wegens misbruik van ontslagrecht. In tegenstelling tot de arbeidsrechtbank, oordeelde het arbeidshof evenwel dat ook de werkgever geen recht had op een opzegvergoeding, ondanks het feit dat de werkneemster ten onrechte contractbreuk had ingeroepen.

Het Arbeidshof besliste de wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst te herkwalificeren tot een ontslag om dringende reden vanwege de werkneemster. Het was van oordeel dat ook de werkgever een fout had begaan door zomaar eenzijdig te beslissen de arbeidsovereenkomst van de bediende te schorsen. Hoewel de werkneemster deze beslissing van haar werkgever ten onrechte had beschouwd als contractbreuk, oordeelde het Arbeidshof dat er sprake was van een dringende reden in hoofde van de werkgever zodat de werkneemster niet kon worden veroordeeld tot betaling van een opzegvergoeding.

images
images

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen