< Terug naar overzicht

‘Salary split’: wanneer is een dag in het buitenland een ‘buitenlandse dag’?

Wanneer werknemers voor verschillende werkgevers in verschillende landen aan de slag zijn, kan ‘salary split’ fiscaal hoogst interessant zijn. Dat geldt ook wanneer een werknemer geregeld in het buitenland werkt voor eenzelfde werkgever.

In ‘salary split’-situaties moeten twee essentiële vragen gesteld worden:

  • Welke landen zijn heffingsbevoegd?
  • Hoe wordt de belasting per land dan uiteindelijk berekend?

I. De heffingsbevoegdheid

Wanneer (Belgische) werknemers zowel in België als in het buitenland werken, moet naar het Dubbelbelastingverdrag tussen de woonstaat (België) en de werkstaat gekeken worden. Het werknemersartikel (vaak artikel 15 van het Dubbelbelastingverdrag) bepaalt dat de werkstaat heffingsbevoegd is, behalve indien de werknemer minder dan 183 dagen (per kalenderjaar of per periode van 12 maanden, afhankelijk van het verdrag) in de werkstaat verblijft én de bezoldiging niet betaald wordt door óf voor rekening van een werkgever in de werkstaat, noch door een vaste inrichting in de werkstaat.

Om deze termijn van 183 dagen te berekenen, moet rekening gehouden worden met elke dag, of elk gedeelte van een dag die in de werkstaat wordt doorgebracht. Het is hierbij irrelevant of dit nu werkdagen, weekenddagen, feestdagen, ziektedagen, vakantiedagen of zelfs stakingsdagen zijn. Elke dag waarin de betrokkene fysiek aanwezig is op het grondgebied van de werkstaat, om gelijk welke reden ook, wordt meegeteld voor het bepalen van de 183-dagentermijn.

De fiscus heeft op 25 mei 2005 ook een circulaire gepubliceerd over deze berekeningswijze (Circ. Nr. AFZ 2005/0652).

II. De uiteindelijke belasting

Eenmaal vaststaat dat een bepaalde werkstaat heffingsbevoegd is, moet nog gekeken worden welk inkomen aan die bepaalde staat toegerekend kan worden.

Situatie 1: twee werkgevers, twee landen

Wanneer een werknemer slechts in twee landen werkt voor twee verschillende werkgevers en niet thuis mag werken, is de berekening snel gemaakt. Het inkomen dat verworven wordt in het buitenland voor de buitenlandse werkgever zal in België niet belastbaar zijn. Het inkomen zal wel aangegeven moeten worden in de Belgische aangifte, maar de werknemer zal de vrijstelling met progressievoorbehoud van dit inkomen vragen. Deze inkomens zullen ook mooi verdeeld zijn over twee verschillende loonbrieven.

In geval van controle zal de fiscus de werknemer dan vragen om zijn fysieke aanwezigheid in het buitenland te bewijzen. Dit kan op alle mogelijke manieren, bijvoorbeeld door overhandiging van een treinabonnement naar het buitenland, roaminggegevens van de gsm, restaurantticketjes in het buitenland,...

Situatie 2: één werkgever, verschillende landen

Het is lastiger als een werknemer slechts voor één werkgever werkt in verschillende landen. In dit geval is er geen mooie uitsplitsing van het loon voorhanden en zal de werknemer dit zelf moeten berekenen op grond van de volgende verhouding:

  • Het aantal werkdagen in het buitenland gedeeld door het totaal aantal werkdagen.

Dit totaal aantal werkdagen zal meestal ongeveer 230 bedragen (afhankelijk van het aantal vakantie- en ziektedagen). In deze berekening wordt dus geen rekening gehouden met de weekends of vakanties die een werknemer in het buitenland doorbrengt.

Deze telling is daarenboven dubbel zo belangrijk voor werknemers met het bijzonder belastingstatuut van buitenlands  kaderlid. Op grond van hun statuut zijn zij immers alleen belastbaar op dagen waarop in België gewerkt wordt. De werkdagen in het buitenland die zij kunnen bewijzen, zijn in België vrijgesteld van belastingen (en vaak volgen er ook geen buitenlandse belastingen).

Om te kijken wat als een werkdag in het buitenland beschouwd kan worden, bestaan er geen afgelijnde regels. Het komt er vooral op neer hierbij de realiteit te respecteren. Indien een werknemer bijvoorbeeld ’s ochtends van Brussel naar Parijs reist en daar rond 11 uur aankomt en begint te werken, zal dit als een werkdag in het buitenland beschouwd kunnen worden. Als dezelfde werknemer echter slechts om 23 uur aankomt in Parijs, dan kan deze dag niet beschouwd worden als een werkdag in het buitenland (hij komt daarentegen wel in aanmerking voor de 183-dagenregeling). Wanneer een werknemer ’s middags aankomt in Parijs en daar dan begint te werken, dan kan dit effectief nog beschouwd worden als een buitenlandse werkdag.

Voor buitenlandse kaderleden bestaan wel enkele bijzondere regels. Zo bepaalt de circulaire Ci.RH.624/325.294 uitdrukkelijk dat de werkdag van het vertrek naar het buitenland meetelt als een dag in België. De dag van terugkeer telt echter niet mee als een Belgische werkdag. Het is hierbij van belang te onthouden dat de belastingplichtige werknemer de bewijslast voor deze buitenlandse dagen draagt. De belastingplichtige verzoekt immers tot een vrijstelling en moet dus ook bewijzen dat hij hiervoor in aanmerking komt. Daarom is het uiterst belangrijk dat werknemers in ‘salary split’-situaties of met een statuut van buitenlandse kaderleden een gedetailleerde kalender bijhouden die per dag vermeldt waar ze aanwezig waren en waar ze werkten. Tevens dienen ook de nodige bewijsstukken om dit te staven, bijgehouden te worden.

De 183-dagenregel samengevat

Samengevat, komt het er voor de berekening van de 183-dagenregel op neer dat elke dag waarin een persoon fysiek aanwezig is in het buitenland meegeteld wordt. Om de definitief verschuldigde belasting te berekenen, komen alleen de dagen waarop men fysiek aanwezig is in het buitenland en daar ook effectief werkt, in aanmerking.

Auteur: Koen Fransaer (advocaat bij Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen