< Terug naar overzicht

Restricted Stock Units van de moedervennootschap: belangrijk bij berekening opzeggingsvergoeding?

De vraag of aandelenopties, warranten, RSU’s en PSU’s opgenomen dienen te worden in de berekeningsbasis van de opzeggingsvergoeding, en zo ja tegen welke waarde, zorgt al lange tijd voor controverse. Het vraagstuk wordt nog complexer wanneer de voordelen toegekend worden door de moedermaatschappij van de werkgever. Hoe oordeelt het arbeidshof van Antwerpen?

Een werknemer, tewerkgesteld door een Belgische vennootschap, ontving RSU’s (Restricted Stock Units) en PSU’s (Performance Stock Units) van de Amerikaanse moedervennootschap van zijn werkgever. Met een RSU wordt het recht op aandelen toegekend onder bepaalde voorwaarden na een vooraf vastgesteld tijdschema, terwijl een PSU het recht op aandelen verleent indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan die gewoonlijk gerelateerd zijn aan prestatiegerichte doelstellingen.

De RSU- en PSU-plannen werden voorafgaand aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst afgeschaft door de moedervennootschap. Wanneer de arbeidsovereenkomst van de werknemer door zijn werkgever beëindigd werd met de betaling van een opzeggingsvergoeding, trachtte de werknemer de RSU’s en PSU’s te laten opnemen in de berekeningsbasis van de opzeggingsvergoeding.

Zijn werkgever verzette zich tegen de opname van deze voordelen enerzijds op basis van het argument dat het plan reeds werd afgeschaft voor het ontslag, en anderzijds op basis van het feit dat niet zij maar wel de moedervennootschap de schuldenaar was van de verbintenis tegenover de werknemer.

Verschillende uitspraken

De vraag of aandelenopties, warranten, RSU’s en PSU’s opgenomen dienen te worden in de berekeningsbasis van de opzeggingsvergoeding, en zo ja tegen welke waarde, zorgt al lange tijd voor controverse. Het vraagstuk wordt nog complexer wanneer de voordelen toegekend worden door de moedermaatschappij van de werkgever.

Het arbeidshof van Brussel oordeelde in 2004 voor aandelenopties dat het feit dat deze werden toegekend door de moedervennootschap irrelevant was, zodat het voordeel opgenomen moest worden in de berekeningsbasis van de opzeggingsvergoeding (arbeidshof van Brussel, 21 september 2004, Soc. Kron. 2006, afl. 2, 82).

Het arbeidshof van Antwerpen oordeelde in 2008 evenwel voor aandelenopties in omgekeerde zin en stelde dat er geen rekening gehouden moest worden met aandelenopties indien deze door de moedermaatschappij werden toegekend (arbeidshof van Antwerpen, 10 november 2008, Soc. Kron. 2009, afl. 7, 378). Ook andere lagere rechtspraak lijkt deze mening toegedaan te zijn.

Impliciet een duidelijk standpunt

Het arbeidshof van Antwerpen lijkt duidelijk stelling te hebben willen innemen in zijn arrest. Allereerst stelt het hof dat de RSU’s (en PSU’s) niet opgenomen dienden te worden in de berekeningsbasis van de opzeggingsvergoeding. Het arbeidshof stelde dat de betrokken programma’s afgeschaft waren op het moment waarop er een einde kwam aan de arbeidsovereenkomst van de werknemer, zodat het eventuele voordeel alleszins geen deel meer uitmaakte van het ‘lopend loon’ en zodoende niet opgenomen diende te worden in de berekeningsbasis.

Hoewel het arbeidshof zich had kunnen beperken tot deze eerste stelling, is het opvallend dat het alsnog de vraag onderzoekt wat de invloed is van de toekenning door de moedervennootschap. In dit kader stelt het hof dat wanneer RSU’s worden toegekend door een derde, de werkgever niet beschouwd kan worden als de schuldenaar van de verplichtingen die spelen tussen de werknemer en de moedervennootschap. Bij de beoordeling of de RSU’s duidelijk toegekend worden door een derde, wordt rekening gehouden met de bewoordingen van het betrokken plan en van de arbeidsovereenkomst.

Ook het feit dat de RSU’s toegekend werden als tegenprestatie voor het werk dat de werknemer had geleverd voor zijn werkgever, is onvoldoende om de werkgever schuldenaar van deze verplichtingen te laten worden wanneer deze toegekend worden door een derde.

Het arbeidshof van Antwerpen lijkt hiermee aan te willen aangeven dat RSU’s of PSU’s toegekend door de moedermaatschappij niet opgenomen dienen te worden in de berekeningsbasis. Dit blijkt uit het feit dat het hof er uitdrukkelijk voor koos om in te gaan op het argument omtrent de moedervennootschap. Hiermee lijkt het arbeidshof aldus zijn eerdere rechtspraak te bevestigen.

Arbeidshof van Antwerpen, 18 december 2017, onuitg. (weldra gepubliceerd in JTT)

Auteur: Annabelle Truyers (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen