< Terug naar overzicht

Rechtvaardigt voorhechtenis een ontslag om dringende reden?

Rechtvaardigt het feit dat een werknemer in voorlopige hechtenis zit een ontslag om dringende reden? Het arbeidshof te Brussel deed daarover uitspraak en bracht een aantal interessante principes over het ontslag om dringende reden in herinnering.

Dit arrest betreft een bediende die in Brussel werkt en in Nederland in voorlopige hechtenis werd genomen. In de onderneming kwam na verloop van tijd de geruchtenmolen op gang en vernam de werkgever dat de werknemer ervan werd verdacht betrokken te zijn bij drugshandel. Bij het einde van de voorlopige hechtenis nodigde de werkgever de werknemer uit voor een onderhoud, waarna hij deze laatste om dringende reden heeft ontslagen.

‘Kennis’?


Wat de formele vereisten betreft van het ontslag, diende onderzocht of de werkgever niet tot ontslag had moeten overgaan binnen de drie werkdagen nadat hij op de hoogte was van de voorhechtenis. Het arbeidshof oordeelde evenwel (net als de eerste rechter) dat de drie-werkdagen-termijn pas begint te lopen als de werkgever voldoende ‘kennis’ heeft van de feiten.
Dit was volgens het arbeidshof nog niet het geval toen de werkgever de eerste geruchten heeft opgevangen over de voorlopige hechtenis. Pas op het moment dat het onderhoud met de werknemer heeft plaatsgevonden en het duidelijk werd wat er was gebeurd – de werknemer zou bepaalde feiten hebben toegegeven – was er sprake van ‘kennis’ in hoofde van de werkgever.

‘Voldoende ernstig’?


Vervolgens ging het arbeidshof na of het feit van de voorlopige hechtenis op zich wel ‘voldoende ernstig’ is om een ontslag om dringende reden te kunnen rechtvaardigen. Het arbeidshof merkte op dat dit niet het geval is, aangezien de Arbeidsovereenkomstenwet uitdrukkelijk bepaalt dat een voorlopige hechtenis de arbeidsovereenkomst schorst (net zoals ziekte of zwangerschap).
Het spreekt voor zich dat een ontslag om dringende reden niet kan worden gerechtvaardigd door het louter bestaan van een wettelijke schorsingsgrond.

‘Privéleven’?


Toch betekent dit niet dat het ontslag om dringende reden sowieso onrechtmatig is. Het arbeidshof te Brussel verduidelijkte verder dat de feiten die aan de grondslag lagen van de voorlopige hechtenis van de werknemer eventueel wel een ontslag om dringende reden kunnen rechtvaardigen.
Het is daarbij zelfs niet vereist dat deze feiten rechtstreeks verband houden met de professionele relatie. Als een feit uit het privéleven ervoor zorgt dat de samenwerking ‘onmiddellijk en definitief onmogelijk’ wordt gemaakt, kan dit een ontslag om dringende reden rechtvaardigen.
De werkgever argumenteerde in casu dat het bedrijf ernstige reputatieschade heeft geleden. Deze bewering werd door het arbeidshof echter niet bewezen verklaard, aangezien de werknemer in België werkte en hij in Nederland werd aangehouden. Aangezien de zwaarwichtigheid van de ingeroepen ‘dringende reden’ volgens het arbeidshof onvoldoende werd aangetoond, werd het ontslag om dringende reden onrechtmatig bevonden.

Arbeidshof Brussel, 3de Kamer, 26 juni 2009, AR 51.352, onuitg.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen