< Terug naar overzicht

Publieke verklaring over aanwervingsbeleid kan vermoeden van discriminatie uitmaken

Publieke verklaringen kunnen volstaan om te besluiten tot een vermoeden van discriminatie in het aanwervingsbeleid. Dat heeft een werkgever moeten ervaren die in een interview had aangekondigd dat hij geen allochtone monteurs zou aanwerven.

Al jaren wordt er op internationaal en nationaal niveau veel belang gehecht aan de gelijke behandeling van personen. Ook in de media is er voortdurend aandacht voor de problematiek van discriminatie en gelijke behandeling. De Belgische Antidiscriminatiewet voorziet in een aantal opgesomde gronden (zoals leeftijd, geslacht en ras) op basis waarvan men niet mag discrimineren. Dit discriminatieverbod is bijzonder ruim en slaat op het volledige tewerkstellingsproces, inclusief het proces van aanwerving en selectie.

Wie heeft bewijslast?


In een recent arrest heeft het arbeidshof te Brussel (zetelend in kort geding) zich uitgesproken over de vraag of de publieke verklaringen van een werkgever – die stelde dat “het opvullen van vacatures van monteurs met allochtonen het probleem niet zou oplossen, omdat sommige klanten bij het bestellen van poorten te kennen geven dat ze geen ‘vreemde’ installateur in huis willen” – volstaat om een vermoeden van (directe) discriminatie op basis van ras bij de aanwerving te doen ontstaan.
Indien deze vraag positief wordt beantwoord, heeft dit belangrijke gevolgen voor de bewijslast. In dat geval moet de ‘klager’ immers niet aantonen dat er effectief sprake is van discriminatie, maar is het aan de ‘aangeklaagde’ om aan te tonen dat er géén sprake is van discriminatie.

Werkgever moet bewijzen


Na het stellen van enkele prejudiciële vragen aan het Europees Hof van Justitie, besloot het arbeidshof te Brussel dat dergelijke publieke verklaringen wel degelijk volstaan om te besluiten tot een vermoeden van discriminatie in het kader van het aanwervingsbeleid.
De werkgever heeft immers aangekondigd dat hij geen allochtone monteurs zou aanwerven. Bijgevolg diende de werkgever te bewijzen dat er niet wordt gediscrimineerd bij de aanwerving van nieuwe arbeidskrachten.

Maatschappelijke rol


De werkgever slaagde hier volgens het arbeidshof niet in. Eén van de argumenten die door de werkgever werden aangehaald, was dat het aanwervingsbeleid van de onderneming gebaseerd is op de wensen van de klanten – die naar verluidt niet zouden willen bediend worden door een allochtone werknemer – zodat de onderneming, vanuit een economisch perspectief, genoodzaakt was/is om hiermee rekening te houden.
Dit argument werd door het arbeidshof afgewezen als niet bewezen. Als boutade stelt het arrest dat “(…) iedere werkgever, groot of klein, die zichzelf respecteert en gerespecteerd wil worden, naast het pure winstbejag ook een maatschappelijke rol te vervullen heeft. Door werk en werkverschaffing wordt namelijk maatschappelijke integratie bekomen, wat geldt voor man of vrouw, allochtoon of autochtoon.”

Hoge rechtsplegingsvergoeding


Om het belang dat van ‘gelijke kansen’ extra in de verf te zetten, legde het arbeidshof tevens de verplichting op aan de werkgever om het arrest te laten publiceren in een viertal kranten met een nationaal bereik, dit onder verbeurte van een dwangsom. Ten slotte werd de werkgever nog veroordeeld tot een maximale rechtsplegingsvergoeding (10.000 euro!) aan het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding, die de zaak had aangespannen.
Opgemerkt dient wel dat de strijd tegen discriminatie hiermee nog lang niet is gestreden. Indien de werkgever had nagelaten om in de pers zijn aanwervingsbeleid te verduidelijken, was het wellicht veel moeilijker geweest om hem op de vingers te tikken.

Arbeidshof Brussel, 1ste Kamer, zetelend in kort geding, 28 augustus 2009, nr. 292

< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen