< Terug naar overzicht

Preventieadviseur of niet? Beschermingsvergoeding of niet?

Een (interne of externe) preventieadviseur geniet van een bijzondere ontslagbescherming (W. 20 december 2002). De werkgever moet vooraf een strikte procedure volgen en het ingeroepen ontslagmotief moet beantwoorden aan bepaalde inhoudelijke vereisten. Bij

Het arbeidshof van Antwerpen onderzocht of een werknemer die in dienst trad bij een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk als ‘ergonoom’ – en naar eigen zeggen zijn takenpakket uitgebreid zag als preventieadviseur-ergonomie – recht heeft op een beschermingsvergoeding als preventieadviseur. De ontslagen werknemer argumenteerde uiteraard dat hij fungeerde als preventieadviseur, wat werd tegengesproken door de externe dienst/werkgever.

Autonoom?


Het arbeidshof onderzocht de argumentatie van beide partijen en analyseerde wanneer er sprake is van een preventieadviseur in het kader van de bijzondere ontslagbeschermingsregeling. Volgens het arbeidshof staat een preventieadviseur de werkgever en de werknemers bij in het treffen van maatregelen die het welzijn van de werknemers op het werk ten goede komen. Preventieadviseurs kunnen niettemin ook worden bijgestaan door ‘hulppersoneel’. Dit ‘hulppersoneel’ mag enkel onder de verantwoordelijkheid van een preventieadviseur bepaalde (preventie)taken verrichten. Volgens het arbeidshof kunnen enkel werknemers die daadwerkelijk preventietaken uitoefenen, in eigen naam en verantwoordelijkheid en dit op een autonome wijze, genieten van de ontslagbescherming als preventieadviseur.

De ontslagen werknemer diende dus aan te tonen dat hij in de praktijk effectief fungeerde als preventieadviseur en dat hij zijn preventietaken op autonome wijze – dus niet onder de verantwoordelijkheid van een preventieadviseur – uitvoerde.

‘Hulppersoneel’?


De arbeidsovereenkomst van de werknemer gaf enkel aan dat de werknemer aangeworven werd als ergonoom. De werknemer kon alleen maar documenten voorleggen waaruit bleek dat hij belast werd met taken van een ergonoom en dat hij voorbereidende verslagen maakte over arbeidsveiligheid, zij het steeds onder de verantwoordelijkheid van een preventieadviseur.

Bovendien kon hij niet bewijzen dat de werkgever of de klanten hem effectief als preventieadviseur beschouwden of dat hij als dusdanig ingeschakeld werd door zijn werkgever/externe dienst. Het arbeidshof oordeelde dan ook dat de werknemer weliswaar bepaalde taken heeft verricht die opgesomd staan in het takenpakket van een preventieadviseur, maar dat hij niet heeft aangetoond dat hij deze taken op een autonome manier, in eigen naam en onder zijn eigen verantwoordelijkheid heeft uitgevoerd. Bij gebrek aan bewijs werd de werknemer dus beschouwd als ‘hulppersoneel’, zodat hij geen aanspraak kon maken op de gevorderde beschermingsvergoeding.

Dit arrest is interessant, omdat hieruit blijkt dat het in de praktijk niet altijd duidelijk is wie nu al dan niet als preventieadviseur kan worden beschouwd. In ieder geval staat het vast dat het al dan niet officieel aanstellen van een werknemer als preventieadviseur of het feit dat de betrokkene al dan niet een opleiding heeft genoten als preventieadviseur, geen criterium zijn. Opmerkelijk is ook dat bepaalde rechtsleer nog verder gaat dan het arbeidshof in dit arrest, door het standpunt te verdedigen dat elke werknemer die belast is met activiteiten op het gebied van het welzijn van de werknemers op het werk zou beschermd moet worden tegen ontslag. Een niet mis te verstane waarschuwing voor werkgevers die de preventietaken binnen hun onderneming op een weinig gestructureerde manier laten uitvoeren of het zelfs door verscheidene werknemers laten uitvoeren.

Arbeidshof van Antwerpen, 22 juni 2011, AR 2010/AA/336

< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen