< Terug naar overzicht

Potje breken, potje betalen, ook met een bedrijfswagen is het soms balen…

Menig werknemer mag zich de gelukkige bezitter noemen van een firmawagen. Menig werkgever krijgt er evenwel grijze haren van, zeker wanneer er een aantal brokkenpiloten deel uitmaken van zijn peloton. Wie draait op voor de kosten?

Vaak speelt ook de achterliggende gedachte dat het stalen ros van een firmawagen net tegen een stootje meer kan (dan een eigen wagen), alsook dat eventuele brokken überhaupt voor rekening van de werkgever zijn, want uiteindelijk gaat het toch – zoals de naam het zelf zegt – om een wagen van de firma... Uiteraard kan enkel de firma daarvoor opdraaien… Of toch niet?

Ook leeft de idee dat artikel 18 van de Arbeidsovereenkomstenwet aan de werknemer immuniteit zou verlenen voor eventuele schade. Op grond van dit artikel, is een werknemer aansprakelijk voor de schade die hij veroorzaakt tijdens zijn arbeidsovereenkomst, voor zover het om een zware schuld, bedrog of ‘gewoonlijke’ lichte schuld gaat. Hieruit leidt men wel eens af dat een werknemer immuniteit zou genieten voor élk schadegeval dat hij ook maar veroorzaakt met de firmawagen.

Nét daar gaat men evenwel te kort door de bocht. De aansprakelijkheidsbeperking (van artikel 18) speelt vooreerst immers niet bij schadegevallen veroorzaakt buiten de arbeidsovereenkomst. Daarnaast blijft een werknemer ook aansprakelijk voor zijn herhaalde lichte fout, zware fout en bedrog. Ten slotte blijft ook de strafrechtelijke aansprakelijkheid (inclusief boetes) voor rekening van de werknemer.

Na het einde van de arbeidsovereenkomst

Het arbeidshof van Brussel wist dit recent nogmaals extra in de verf te zetten. Dit deed het hof toen het gevat werd door een werkgever in een situatie waar menig werkgever zich wel eens in bevindt. Nadat werkgever en werknemer in onderling akkoord een einde stelden aan hun arbeidsovereenkomst en dit alles netjes schriftelijk vastlegden, werd de werkgever korte tijd hierna alsnog geconfronteerd met twee schadegevallen veroorzaakt door de (voormalige) werknemer met de firmawagen. De (voormalige) werknemer had op een landelijke weg over een ‘ezelsrug’ geschuurd, waardoor zijn carter gescheurd was

Hierdoor kreeg de (voormalige) werkgever na het einde van de arbeidsovereenkomst alsnog twee rekeningen gepresenteerd van de leasingsmaatschappij. De (voormalige)werkgever trachtte dit – na de beëindiging in onderling akkoord – alsnog te verhalen op de (voormalige) werknemer.

De (voormalige) werknemer trok evenwel meteen zijn paraplu open. Zo stelde hij dat de (voormalige) werkgever afstand gedaan had van alle mogelijke claims door de ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. De (voormalige) werkgever betwistte dat. Tevens wierp hij op dat de schadegevallen zich voordeden tijdens de privétijd en bijgevolg hoe dan ook niet vervat waren in de beëindigingsovereenkomst.

Arbeidsrechtbank: kosten voor de werkgever

De arbeidsrechtbank volgde de (voormalige) werkgever gedeeltelijk, maar stelde hem uiteindelijk toch in het ongelijk. Zo besliste de arbeidsrechtbank dat de (voormalige) werkgever geen afstand had gedaan van deze schadegevallen, alsook dat de (voormalige) werknemer deze veroorzaakte in zijn privétijd. Bijgevolg besloot de rechtbank dat de aansprakelijkheidsbeperking van artikel 18 niet speelde. De arbeidsrechtbank meende evenwel dat de schadegevallen te wijten waren aan een banale inschatting van een oneffenheid in de weg en ketste de vordering (van de voormalige werkgever) daarop af.

Arbeidshof: kosten voor de werknemer

Het arbeidshof was echter een andere mening toegedaan. Het hof stelde eveneens dat de (voormalige) werkgever geen afstand gedaan had van deze schadegevallen en de (voormalige) werknemer deze veroorzaakt had tijdens zijn privéleven. Anders dan de arbeidsrechtbank, besloot het arbeidshof echter dat het schadegeval niet te wijten was aan een banale inschatting van de oneffenheid in de weg, maar wel aan de eigen onoplettendheid van de (voormalige) werknemer. Bijgevolg besliste het arbeidshof dat de (voormalige) werknemer diende op te draaien voor de schadegevallen.

Moraal van het verhaal: denk niet te snel, de werkgever betaalt het wel, anders riskeert men wel eens bedrogen uit te komen bij het einde van de rit, zoals in casu... Omgekeerd, zal een diligente en alerte werkgever dit trachten te vermijden door onder meer goede en correcte afspraken te maken, dit zowel op voorhand (car policy) als erna (beëindigingsovereenkomst).

Arbeidshof van Brussel, Derde Kamer, 10 april 2018, onuitg. 2017/AB/79

Auteur: Barbara Callewier (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen