< Terug naar overzicht

Potje breken, potje betalen?

Een werknemer kan tijdens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst schade berokkenen aan zijn werkgever (of aan derden). Een voorbeeld: een werknemer respecteert de veiligheidsmaatregelen niet, waardoor zijn heftruck kantelt en de vervoerde goederen tel

De werknemer is slechts aansprakelijk voor de schade die hij tijdens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst heeft veroorzaakt in de mate dat deze schade te wijten is aan bedrog, een zware fout of een gebruikelijke lichte fout. Buiten deze gevallen - waarvan de werkgever het bewijs moet leveren - kan de schade niet op de werknemer worden verhaald.

Het arbeidshof van Brussel kreeg een geschil voorgelegd bij een onderneming die audiovisuele apparatuur verkoopt. De onderneming werd het slachtoffer van een diefstal waarbij een hoeveelheid dvd’s en spelconsoles voor computers zijn verdwenen. De werkgever beweerde dat de diefstal te wijten was aan de nalatigheid van een werknemer, die de avond voordien zou hebben vergeten om de deur op slot te doen. Hij zou ook vergeten zijn de bewakingscamera in werking te stellen, wat hij tijdens zijn verhoor door de politie heeft toegegeven.

De werknemer werd ontslagen om dringende reden en de werkgever stelde een vordering in tot vergoeding van de schade die hij had geleden ten gevolge van de diefstal. De werknemer betwistte zijn ontslag om dringende reden en vorderde de betaling van een opzegvergoeding.

Het arbeidshof van Brussel achtte het niet bewezen dat de werknemer de deur niet op slot had gedaan, zodat met dit feit geen rekening kon gehouden worden. Vervolgens onderzocht het arbeidshof of de werknemer zich schuldig had gemaakt aan bedrog, door na te laten om de bewakingscamera in werking te stellen. Het arbeidshof merkte op dat bedrog een ‘intentioneel element’ vereist, d.w.z. de wil om een wettelijke bepaling te overtreden. Dit laatste was niet bewezen, zodat van bedrog geen sprake kon zijn.

Opdat er sprake zou zijn van een zware fout, is een tekortkoming of nalatigheid vereist die zo buitensporig is, dat ze niet kan worden aanvaard. Het moet dus gaan om een nalatigheid waaraan een ‘normaal zorgvuldig en vooruitziend persoon’ zich in dezelfde omstandigheden niet schuldig zou maken. Als criterium geldt ook de mate waarin de schade die voortvloeit uit de nalatigheid voorzien had kunnen worden. Het arbeidshof oordeelde dat het (eenmalig) niet in werking stellen van de bewakingscamera geen dergelijke buitensporige nalatigheid uitmaakte. De vordering van de werkgever werd dus ongegrond verklaard. Om dezelfde reden oordeelde het arbeidshof ook dat er geen ‘dringende reden’ voor handen was.

Het arbeidshof merkte bovendien op dat het zeer de vraag is of de nalatigheid van de werknemer wel aan de basis heeft gelegen van de diefstal, aangezien de aanwezigheid van een bewakingscamera door een affiche aan de voordeur werd aangekondigd. Dat wijst erop dat de dieven zich hierdoor niet lieten weerhouden om in te breken.

(Arbeidshof Brussel, 24 april 2007, AR nr. 48.364)

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen