< Terug naar overzicht

Opzettelijke slagen en verwondingen en openlijk kritiek geven: dringende reden? Niet overal.

Rechtspraak en rechtsleer zijn het erover eens dat zowel het toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen als het uiten van kritiek op hiërarchische meerderen ten overstaan van meerdere getuigen (waaronder klanten, collega’s, derden) een dringende reden kan uitmaken. Het arbeidshof van Brussel velde in dit verband een vrij verrassend arrest.

Een werknemer-voetballer trad in 2013 in dienst van een voetbalclub met een arbeidsovereenkomst voor een periode van twee seizoenen. Tijdens een wedstrijd gaf de werknemer een opzettelijke frontale vuistslag in het gezicht van een tegenstander op het ogenblik dat de scheidsrechter het spel reeds had stilgelegd. De tegenstander werd hierdoor ernstig toegetakeld aan zijn lip en bovenlip, met arbeidsongeschiktheid tot gevolg. De werkgever riep daarnaast een tweede feit in. Hij verweet de werknemer diezelfde wedstrijd in discussie te gaan met de coach - in het bijzijn van honderden supporters - waardoor diens autoriteit en integriteit op een onaanvaardbare manier werd aangetast. Het feit dat de werknemer in deze wedstrijd als kapitein van de ploeg was aangesteld en dat het een vriendschappelijke wedstrijd betrof, vormde voor de werkgever een verzwarende omstandigheid. Bovendien had dit incident tot gevolg dat een van de hoofdsponsors aankondigde dat hij niet meer wenste samen te werken met de voetbalclub.

De arbeidsrechtbank van Leuven oordeelde dat het ontslag om dringende reden gegrond was en wees de vordering van de werknemer tot betaling van een opzeggingsvergoeding af. De werknemer stelde hoger beroep in.

Het arbeidshof van Brussel was een andere mening toegedaan. Het achtte net zoals de arbeidsrechtbank beide feiten bewezen. Toch meende het hof dat, hoewel deze feiten zware fouten uitmaken die mogelijk kunnen leiden tot disciplinaire sancties, zij de professionele samenwerking tussen de werknemer en de voetbalclub niet onmiddellijk en definitief onmogelijk maakten. Daardoor is de werkgever een opzeggingsvergoeding verschuldigd.

Met betrekking tot het toebrengen van slagen, bevestigde het hof dat dit gedrag laakbaar is, zelfs op een voetbalveld. Niettemin stelde het dat dit gedrag geen ontslag om dringende reden kan verantwoorden, omdat dit incident plaatsvond in een verhitte sfeer. De werknemer kreeg namelijk na een duel met een tegenstrever een kniestoot tegen zijn hoofd waardoor de emoties opliepen en hij in het daaropvolgende tumult een slag uitdeelde.

Ook het tweede feit, het in discussie gaan met de coach tijdens de wedstrijd, verantwoordt volgens het hof geen ontslag om dringende reden. Het oordeelde dat het leveren van openlijke kritiek op de trainer tijdens de wedstrijd en in het bijzijn van supporters te aanzien is als een fout van de werknemer. Maar er werd niet aangetoond - zoals in de ontslagbrief werd voorgehouden - dat hierdoor ‘diens autoriteit en integriteit op een onaanvaardbare manier werd aangetast’.

Dit arrest toont nogmaals aan dat de beoordeling van een ontslag om dringende reden steeds een feitenkwestie uitmaakt. Zo werd in deze zaak onder meer rekening gehouden met de functie van de werknemer en de omstandigheden waarin de feiten plaatsvonden (met name de verhitte sfeer). Ook de bewoording van de ontslagbrief (‘diens autoriteit en integriteit op een onaanvaardbare manier aangetast’) en het niet kunnen staven van dit laatste was van belang.

Voor wie er nog zou aan twijfelen: bij ontslag om dringende reden is telkens voorzichtigheid geboden.

Arbeidshof Brussel, 12 januari 2018, 2016/AB/964, onuitgegeven.

Camille Verplaetse
Advocaat - Medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen