< Terug naar overzicht

Opzegvergoeding van een werknemer met loopbaanvermindering

De Herstelwet van 22 januari 1985 geeft geen verduidelijking over de berekeningswijze van de opzegvergoeding in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdens een periode van loopbaanvermindering. De vraag of men rekening moet houden met het fi

In een arrest van 28 maart 2006 sprak het Arbeidshof van Brussel zich uit over deze problematiek. Volgens het Arbeidshof moet men, bij gebrek aan precisering in de wet van 22 januari 1985, teruggrijpen naar de bepalingen van de Arbeidsovereenkomstenwet (AOW) van 3 juli 1978.

Artikel 39 AOW stelt dat de opzegvergoeding moet worden berekend op basis van de opzegtermijn enerzijds en het ‘lopend loon’ anderzijds. Volgens het Arbeidshof is het ‘lopend loon’ het loon waarop de werknemer recht heeft op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Een werkneemster die loopbaanvermindering geniet op het ogenblik van haar ontslag heeft volgens het Arbeidshof dus recht op een opzegvergoeding, berekend op basis van het loon voor haar verminderde arbeidsprestaties, zoals van toepassing op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Gelet op het zogenaamde forfaitair karakter van de opzegvergoeding mag men daarbij geen rekening houden met het feit dat de werkneemster kort na de betekening van haar ontslag opnieuw voltijds zou hebben gewerkt en zij bijgevolg recht zou hebben gehad op loon voor voltijdse arbeidsprestaties.

Het Arbeidshof verwees tevens naar de rechtspraak van het Arbitragehof dat heeft geoordeeld dat het verschil in de berekeningswijze van de opzegvergoeding tussen een werknemer die volledige loopbaanonderbreking geniet en een werknemer die loopbaanvermindering geniet berust op een objectief onderscheid. In het geval van volledige loopbaanonderbreking verricht de werknemer geen arbeidsprestaties meer, zodat hij uiteraard ook geen loon meer ontvangt. De verschuldigde opzegvergoeding moet in dit geval worden berekend op basis van het ‘lopend loon’ vóór de loopbaanonderbreking. Daartegenover staat dat een werknemer in loopbaanvermindering wel verder loon ontvangt (zij het voor deeltijdse arbeidsprestaties). Het Arbeidshof merkte op dat het ontslag niet tot gevolg heeft dat de loopbaanvermindering wordt opgeheven, zodat de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst zou herleven.


Wie denkt dat hiermee de vraag naar de berekeningswijze van de opzegvergoeding is uitgeklaard, heeft het mis. Niet alle rechters delen hetzelfde standpunt. Zo oordeelde het Arbeidshof van Gent in een arrest van 10 februari 2006 dat de verschuldigde opzegvergoeding voor een werknemer met loopbaanvermindering moet worden berekend op basis van het fictief voltijds loon.


images

images

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen