< Terug naar overzicht

Opzegvergoeding eisen kan rechtsmisbruik zijn

Wie eenzijdig een einde stelt aan een arbeidsovereenkomst zonder een opzegtermijn in acht te nemen, is in principe een opzegvergoeding verschuldigd aan de andere partij. Toch is het mogelijk dat de andere partij geen opzegvergoeding kan eisen omdat dit

De zaak ging over een werknemer in een bejaardentehuis. De werknemer werd arbeidsongeschikt en was afwezig van begin oktober 1997 tot eind september 1998. Tijdens zijn langdurige afwezigheid, op 21 mei 1998, sloeg het noodlot toe: het bejaardentehuis brandde af, zodat alle werknemers tijdelijk werkloos werden (wegens overmacht). Het duurde tot juli 1999 vooraleer de werkgever het bejaardentehuis kon heropenen en zijn personeel opnieuw kon tewerkstellen.
Voor de werknemer (die sinds september 1998 opnieuw arbeidsgeschikt was) duurde het wachten te lang. Hij had een nieuwe job gevonden en stuurde op 8 april 1999 een aangetekende brief naar de werkgever, waarin hij liet weten dat hij een einde wilde stellen aan zijn arbeidsovereenkomst vanaf 15 april 1999. De werknemer verzocht tevens om een afrekening van het nog verschuldigde vakantiegeld.

Opzegvergoeding door werknemer


Na een schriftelijke herinnering van de werknemer reageerde de werkgever op zijn beurt per aangetekende brief. De werkgever merkte op dat de werknemer op onregelmatige wijze een einde had gesteld aan zijn arbeidsovereenkomst, zonder een opzegtermijn in acht te nemen, zodat de werknemer een opzegvergoeding moet betalen.
De werknemer betwistte dit standpunt van de werkgever en bracht de zaak voor de arbeidsrechtbank te Brussel. De arbeidsrechtbank kende de vordering van de werknemer grotendeels toe, maar veroordeelde deze tevens tot betaling van een opzegvergoeding. De zaak belandde uiteindelijk voor het arbeidshof te Luik (na cassatie), dat er een andere visie op na hield.

Rechtsmisbruik van werkgever


Volgens het arbeidshof te Luik kon de werkgever in deze zaak geen aanspraak maken op een opzegvergoeding, ook al had de werknemer zijn arbeidsovereenkomst beëindigd zonder opzegtermijn. Het arbeidshof merkte op dat de uitoefening van een recht, rechtsmisbruik uitmaakt wanneer het nadeel dat hierdoor wordt veroorzaakt, niet in verhouding staat tot het voordeel dat de titularis van het recht hiermee beoogt.
Volgens het arbeidshof was deze ‘proportionaliteitsvereiste’ niet vervuld. Het arbeidshof verwees naar het feit dat er op het ogenblik van het versturen van de ontslagbrief nog geen duidelijkheid bestond omtrent de datum van de heropening van het bejaardencentrum. Meer nog, op het ogenblik van het versturen van de ontslagbrief was het voor de werknemer volstrekt onmogelijk om een opzegtermijn te presteren, zodat het onredelijk is van de werkgever om in deze zaak een opzegvergoeding te eisen.
Ook het feit dat andere werknemers de onderneming al vrijwillig hadden verlaten zonder opzegtermijn was een bepalend element. Het arbeidshof oordeelde dus dat de werkgever geen aanspraak kon maken op een opzegvergoeding, omdat het eisen van een opzegvergoeding in deze zaak een ‘rechtsmisbruik’ impliceert in hoofde van de werkgever. De werkgever kon redelijkerwijze niet verwachten dat de werknemer zich verder tevreden zou stellen met werkloosheidsuitkeringen – de heropening was immers pas in juli 2008 – terwijl hij een nieuwe job had gevonden.

Arbeidshof Luik, 27 mei 2008, Tweede Kamer, A.R. nr. 33943/06

Voor meer info www.claeysengels.be

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen