< Terug naar overzicht

Opzeggingsvergoeding bij deeltijds tijdskrediet: dan toch berekenen op voltijds loon?

Hoe moet de opzeggingsvergoeding van een werknemer met loopbaanvermindering worden berekend: op basis van het effectief deeltijds loon of op basis van het (hypothetisch) loon van vóór de loopbaanvermindering?

Die vraag heeft al veel inkt doen vloeien. Op 22 september 2009 heeft het Europees Hof van Justitie met het arrest-Meerts de knoop doorgehakt voor werknemers met deeltijds ouderschapsverlof. Volgens het Hof moet de opzeggingsvergoeding worden berekend op basis van het hypothetisch voltijds loon.
Tot op heden blijft het echter onduidelijk of hetzelfde principe moet worden toegepast op andere vormen van loopbaanvermindering (zoals deeltijds tijdskrediet). Een recent vonnis van de arbeidsrechtbank in Gent leert ons dat de rechtspraak op dit vlak verdeeld blijft. Zowel de arbeidsrechtbank als het arbeidshof in Brussel oordeelde al dat de principes van het arrest-Meerts niet naar analogie kunnen worden toegepast op werknemers met deeltijds tijdskrediet. Met een recent vonnis is de arbeidsrechtbank in Gent echter afgeweken van deze rechtspraak.

Op basis van voltijds loon


De zaak handelde over een ontslagen werkneemster die sinds september 2002 deeltijds tijdskrediet (halftijds) heeft genoten. Enkele maanden later, in november 2002, werd de werkneemster ontslagen, mits betaling van een opzeggingsvergoeding van 11 maanden loon. De discussie ging over het in aanmerking te nemen basisjaarloon voor de berekening van de opzeggingsvergoeding. De werkneemster vond dat ze recht had op een verbrekingsvergoeding berekend op basis van haar loon van vóór haar tijdskrediet, terwijl de werkgever rekening had gehouden met het werkelijk (deeltijds) loon op het ogenblik van het ontslag.
De arbeidsrechtbank oordeelde dat het principearrest-Meerts ook dient toegepast te worden in geval van (deeltijds) tijdskrediet. In het arrest ging het Europees Hof er namelijk van uit dat de werknemer die, als gevolg van ouderschapsverlof, zijn prestaties deeltijds dan wel voltijds vermindert, ten aanzien van zijn aanvankelijke arbeidsovereenkomst in een gelijke situatie verkeert, zodat ze op een gelijke manier moeten worden behandeld bij ontslag.
De arbeidsrechtbank zegt dat dit principe ook toegepast moet worden op werknemers met deeltijds tijdskrediet. Ook hier bevinden de werknemers met loopbaanvermindering (deeltijds tijdskrediet) zich in een gelijke situatie als werknemers die voltijds tijdskrediet genieten en die bij ontslag wel recht hebben op een opzeggingsvergoeding berekend op basis van het voltijds loon van vóór de aanvang van het tijdskrediet. De arbeidsrechtbank verwees verder naar de overwegingen van het Europees Hof in het arrest-Meerts, onder meer door op te merken dat ook bij tijdskrediet de aanvankelijke arbeidsovereenkomst slechts tijdelijk wordt geschorst, waarna de werknemer het recht heeft om de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst van vóór het tijdskrediet weer op te nemen. Bovendien wordt in beide gevallen bij ontslag de aanvankelijke arbeidsovereenkomst verbroken.
Om die reden oordeelde de arbeidsrechtbank dat beide werknemers (met deeltijds of voltijds tijdskrediet) op dezelfde manier moeten worden behandeld bij ontslag, bij gebreke waarvan er sprake is van een ongeoorloofde discriminatie. Met andere woorden: volgens de arbeidsrechtbank te Gent moet de opzeggingsvergoeding van een werknemer ontslagen tijdens een periode van deeltijds tijdskrediet worden berekend op basis van het loon dat de werknemer verdiende vóór de aanvang van het tijdskrediet.

Maar niet overal?


Tot nu toe staat de arbeidsrechtbank in Gent alleen met dit standpunt, zodat het vooralsnog onduidelijk is of andere arbeidshoven of –rechtbanken dit standpunt zullen volgen. In dit verband blijft het ook uitkijken naar de uitspraak van het Grondwettelijk Hof, als antwoord op een prejudiciële vraag van de arbeidsrechtbank in Brussel, die betrekking heeft op het al dan niet geoorloofd karakter van het verschil in behandeling tussen werknemers in deeltijds ouderschapsverlof en werknemers in deeltijds tijdskrediet. We kunnen enkel hopen dat het Grondwettelijk Hof in dit arrest meer duidelijkheid zal brengen.

Arbeidsrechtbank Gent (4e Kamer), 2 september 2010, AR Nr. 00/163290/A

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen