< Terug naar overzicht

Ontslagbescherming bij ouderschapsverlof: werkgever draagt de bewijslast

Een werknemer die ouderschapsverlof geniet, is beschermd tegen ontslag. Alleen een ‘dringende reden’ of een ‘voldoende reden’ kunnen aanleiding geven tot ontslag. De bewijslast van die redenen ligt wel bij de werkgever en dat blijkt niet zo gemakk

Een werknemer die ouderschapsverlof geniet, kan alleen ontslagen worden om een dringende reden of om een ‘voldoende reden’ (een reden die niets te maken heeft met het ouderschapsverlof). Hoewel de wetgeving dit niet expliciet voorschrijft, is de rechtspraak van oordeel dat de werkgever de bewijslast draagt: kan hij niet bewijzen dat er een andere reden voor het ontslag voorhanden was dan het ouderschapsverlof, dan moet hij de werknemer een vergoeding betalen gelijk aan zes maanden loon, en dat bovenop de opzeggingsvergoeding.

Dat dit een zware bewijslast is, ondervond een Antwerpse werkgever aan den lijve. Hij had een bediende ontslagen tijdens de periode van ontslagbescherming in het kader van de regeling voor ouderschapsverlof. Hoewel het C4-formulier ‘reorganisatie’ vermeldde, was het volgens de bediende duidelijk dat het ouderschapsverlof de reden was voor het ontslag, zodat hij aanspraak maakte op de beschermingsvergoeding. De werkgever moest dus het tegendeel bewijzen.

Onvoldoende bewijs


De werkgever motiveerde het ontslag door een sterke omzetdaling ten gevolge van het verlies van drie grote klanten. Bovendien verwees de werkgever naar het feit dat in dezelfde periode nog andere werknemers werden ontslagen en dat de onderneming economische werkloosheid had aangevraagd voor haar arbeiders.

Volgens het arbeidshof van Antwerpen volstond het feit dat in dezelfde periode verschillende werknemers werden ontslagen en arbeiders met economische werkloosheid waren gezonden, op zich niet om aan te tonen dat het ontslag van de bediende vreemd was aan het ouderschapsverlof. Ook het beweerde verlies van klanten en de bijhorende omzetdaling achtte het arbeidshof onvoldoende bewezen.

Uit het arrest kan men afleiden dat het arbeidshof het de werkgever klaarblijkelijk kwalijk nam dat hij geen boekhoudkundige stukken had voorgelegd om de omzetdaling te bewijzen.

Zes maanden loon extra


Aangezien bijgevolg onvoldoende werd aangetoond dat de bediende niet omwille van het ouderschapsverlof was ontslagen, maar om een andere, ‘voldoende reden’ veroordeelde het arbeidshof de werkgever tot het betalen van de beschermingsvergoeding van zes maanden loon.

Dit arrest toont nog maar eens aan dat er een zware bewijslast rust op de schouders van de werkgever bij ontslag van een beschermde werknemer. Hoewel een werkgever in principe niet verplicht is het ontslag te motiveren, zal hij toch op zijn hoede moeten zijn en voldoende bewijzen moeten verzamelen van de reden tot ontslag, wil hij geen risico lopen de beschermingsvergoeding te moeten betalen.

Arbeidshof Antwerpen, 8 januari 2007, AR 2060033, onuitg.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen