< Terug naar overzicht

Ontslag interne preventieadviseur: moeilijk maar niet onmogelijk

De interne preventieadviseur geniet een bijzondere ontslagbescherming. Ontslag kan pas na een strikte procedure en ofwel om redenen die vreemd zijn aan de onafhankelijkheid van de preventieadviseur, ofwel om redenen waaruit blijkt dat hij/zij niet bekwaam

Sinds 3 november 1997 was de werknemer voltijds in dienst als bediende. Tijdens zijn tewerkstelling had hij de opleiding tot preventieadviseur en milieucoördinator voltooid, waarna hij onder meer - dus op deeltijdse basis - de functie van interne preventieadviseur vervulde. Aangezien er voortdurend problemen waren met de betrokken preventieadviseur, heeft de werkgever op 10 februari 2010 de ontslagprocedure opgestart, meer bepaald door zijn voornemen tot ontslag ter kennis te brengen van de betrokkene zelf en van de leden van de vakbondsafvaardiging via een aangetekend schrijven.

Met akkoord van vakbondsafvaardiging


Twee dagen later hebben alle leden van de vakbondsafvaardiging zich unaniem akkoord verklaard met het (voorgenomen) ontslag. De werkgever ging daarop over tot ontslag mits betaling van een opzeggingsvergoeding.

De preventieadviseur ging hier echter niet mee akkoord en dagvaardde de werkgever voor de arbeidsrechtbank tot betaling van een beschermingsvergoeding. Hij beweerde dat de aangevoerde redenen niet correct waren en de ingeroepen onbekwaamheid om zijn opdrachten uit te oefenen, niet bewezen was. Bovendien stelde hij dat de werkgever door het ontslag afbreuk had gedaan aan zijn onafhankelijkheid. De preventieadviseur insinueerde dat hij werd ontslagen omdat hij zeer veel aandacht had besteed aan preventiemaatregelen, wat hem - naar eigen zeggen - ten kwade werd geduid door de werkgever.

Van arrogantie tot nalatigheid


De arbeidsrechtbank stelde eerst vast dat de te volgen ontslagprocedure correct verlopen is en onderzocht vervolgens of de ingeroepen ontslagmotieven wel bewezen zijn en of deze beantwoorden aan één van beide wettelijk vooropgestelde ontslagmotieven. De arbeidsrechtbank beantwoordde deze vragen positief en oordeelde dat onder meer de volgende gedragingen van de preventieadviseur een bewijs vormen van zijn onbekwaamheid als preventieadviseur, zodat het ontslag gerechtvaardigd was:

● Arrogante en provocerende houding tegenover collega’s, oversten en werkgever, wat bewezen werd door interne e-mails van medewerkers en door ondertekende verklaringen.
● De eigengereide aankoop van een BlackBerry op kosten van de werkgever met internetrekeningen van meer dan 1100 euro.
● Nalatigheid bij het opstellen van een zoneringsverslag voor de werkgever na meerdere aanmaningen gedurende de twee jaar.
● Laksheid bij de uitvoering van bepaalde taken als interne preventieadviseur, zoals het nalaten van een aanvraag van hijsattesten en het ontbreken van een aantal cruciale documenten voor het welzijnsbeleid van de onderneming.

De arbeidsrechtbank benadrukte daarenboven dat het niet nodig is om ook nog eens het bewijs te leveren dat de ontslagredenen vreemd zouden zijn aan de onafhankelijkheid van de preventieadviseur. De wet zegt niet dat elk van beide motieven moeten worden bewezen, één van beide volstaat.

Dit vonnis is interessant, omdat hieruit blijkt dat het wel degelijk mogelijk is om een slecht functionerende preventieadviseur te ontslaan, zonder dat men moet beschikken over een ‘dringende reden’ of zonder een zware beschermingsvergoeding te moeten betalen.

Arbeidsrechtbank van Oudenaarde, 8 december 2011, AR 10/685/A/I

< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen