< Terug naar overzicht

Ongeval na doktersbezoek, op weg naar het werk: arbeids(weg)ongeval of niet?

Er is sprake van een arbeidswegongeval indien de werknemer een ongeval overkomt op weg naar en van het werk. Maar wat als dat traject onderbroken wordt, bijvoorbeeld voor een doktersbezoek? Wat als er daarna een ongeval gebeurt op weg van of naar het werk?

Onder ‘de weg naar en van het werk’ wordt verstaan: het normale traject dat de werknemer moet afleggen om zich van zijn verblijfplaats te begeven naar de plaats waar hij werkt, en omgekeerd. Hierbij moet er rekening gehouden worden met de normale tijd (chronologisch aspect) en de normale weg (geografisch aspect). De arbeidsrechtbank van Antwerpen (afdeling Mechelen) diende zich recent uit te spreken over het feit of de door de werknemer afgelegde weg chronologisch gezien wel normaal was.

Op het normale traject

In de zaak waarover de arbeidsrechtbank in haar vonnis van 3 april 2017 diende te oordelen, werd een werknemer omstreeks 13.53 uur aangereden, toen hij zich na een onderzoek door een geneesheer-specialist begaf naar zijn arbeidsplaats. Die dag diende de werknemer normaal om 13.40 uur het werk aan te vatten, maar hij kreeg de toestemming om die dag later te beginnen wegens het onderzoek met de geneesheer-specialist.

De normale duurtijd van het traject woonplaats-werk bedroeg 15 minuten. Het ziekenhuis, waar het onderzoek plaatsvond, bevond zich op de geografisch normale weg. De afspraak bij de geneesheer-specialist veroorzaakte een oponthoud van 25 minuten.

‘Niet belangrijke onderbreking’

In haar motivering herhaalde de arbeidsrechtbank de belangrijkste principes. Ze verduidelijkt vooreerst dat de normale arbeidsweg niet noodzakelijk het rechtstreeks en ononderbroken traject moet zijn en dat het traject chronologisch ‘normaal’ blijft indien het in niet belangrijke mate wordt onderbroken omwille van een wettige reden of in geval van overmacht. Nadien geeft de rechtbank aan dat het traject in ieder geval niet abnormaal wordt naar tijd door de enkele omstandigheid dat de werknemer voortijdig zijn verblijfplaats verlaat om zich naar de arbeidsplaats te begeven.


Concreet besloot de arbeidsrechtbank in deze zaak dat het oponthoud van 25 minuten voor een onderzoek door een geneesheer-specialist beschouwd moet worden als een ‘niet belangrijke onderbreking’ die verantwoord wordt door een wettige reden. De rechtbank steunt haar beslissing op het gegeven dat het slechts een onderbreking van 25 minuten op een traject van 15 minuten betrof, de werknemer de afgelegde afstand niet vergroot heeft, hij toelating kreeg van zijn werkgever om het werk later aan te vatten en een patiënt met een dringend medisch probleem afhankelijk is van de agenda van een specialist-geneesheer.

De arbeidsrechtbank stelt bovendien dat het, gelet op het feit dat het ziekenhuis zich op de geografisch normale weg bevond, weinig verantwoord zou zijn geweest, mocht de werknemer ertoe verplicht worden om eerst terug naar huis te rijden en van daaruit opnieuw te vertrekken naar zijn arbeidsplaats.

Alle omstandigheden

Dit vonnis van de arbeidsrechtbank van Antwerpen (afdeling Mechelen) illustreert dat een onderbreking van het traject tussen de woonplaats en de arbeidsplaats niet noodzakelijk ertoe leidt dat een ongeval dat zich tijdens die verplaatsing voordoet, niet langer beschouwd kan worden als een arbeids(weg)ongeval. Zo kan een onderbreking met het oog op een onderzoek door een geneesheer-specialist in bepaalde gevallen beschouwd worden als een ‘niet belangrijke onderbreking’ die verantwoord wordt door een wettige reden.

De uitvoerige rechtspraak omtrent deze materie leert ons echter dat steeds alle feitelijke omstandigheden in overweging worden genomen. De vraag rijst dus of de arbeidsrechtbank tot hetzelfde oordeel zou komen, mocht het onderzoek langer hebben geduurd, het onderzoek werd uitgevoerd door een huisarts, het een minder dringend medische probleem betrof of wanneer de afspraak met de geneesheer-specialist werd ingepland omdat dit een ogenblik was dat het beste schikte in de agenda van de werknemer, ...

Inmiddels werd tegen het vonnis hoger beroep aangetekend.

Arbeidsrechtbank van Antwerpen (afdeling Mechelen), 3 april 2017, NJW 2017, afl. 369, 706

Auteur: Valerie Mastelinck (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen