< Terug naar overzicht

Ongelijke behandeling van de interne preventieadviseur bij collectief ontslag: (on)terecht?

Een interne preventieadviseur, wiens arbeidsovereenkomst door de werkgever werd beëindigd naar aanleiding van een collectief ontslag, argumenteerde in een procedure voor het Hof van Cassatie dat het verschil in behandeling in geval van een ‘normaal’ ontslag van een interne preventieadviseur en in geval van een collectief ontslag niet verantwoord was. Kreeg hij gelijk?

De Wet van 20 december 2002 betreffende de bescherming van de preventieadviseurs voorziet in specifieke procedures die een werkgever moet volgen in geval hij zijn interne preventieadviseur wenst te ontslaan, dan wel wil verwijderen uit zijn functie. Artikel 4 van deze wet heeft het over enkele gevallen waarin de voormelde procedures niet gevolgd moeten worden, bijvoorbeeld in geval van collectief ontslag.

Het hierna besproken arrest van het Grondwettelijk Hof behandelt onder andere de vraag of de ongelijke behandeling van preventieadviseurs bij ‘normaal’ ontslag en collectief ontslag wel verantwoord is, temeer omdat de ontslagbescherming van personeelsvertegenwoordigers wél overeind blijft in geval van collectief ontslag.

Geen onverantwoorde ongelijkheid?

Een interne preventieadviseur, wiens arbeidsovereenkomst door de werkgever werd beëindigd naar aanleiding van een collectief ontslag, argumenteerde in een procedure voor het Hof van Cassatie dat het verschil in behandeling in geval van een ‘normaal’ ontslag van een interne preventieadviseur en in geval van een collectief ontslag niet verantwoord was. De preventieadviseur verwees hierbij onder andere naar de bijzondere ontslagregeling voor personeelsafgevaardigden die, in tegenstelling tot de bijzondere ontslagregeling voor preventieadviseurs, niet wordt opgeheven in geval van collectief ontslag.

Het Grondwettelijk Hof heeft evenwel geoordeeld dat er géén sprake is van een onverantwoorde ongelijkheid. Verwijzend naar de parlementaire voorbereidingen, stelt het Grondwettelijk Hof vooreerst dat het doel van de Wet van 20 december 2002 erin bestaat om de preventieadviseurs een bescherming te bieden, zodat ze hun functie in volledige onafhankelijkheid ten opzichte van werkgever en werknemer, kunnen uitoefenen. Deze wet biedt in die zin dan ook de nodige juridische bescherming om deze onafhankelijkheid te waarborgen.

Het Grondwettelijk Hof verwijst eveneens naar de parlementaire voorbereidingen om de wil van de wetgever om de ontslagbescherming van de preventieadviseur op te heffen in geval van collectief ontslag, te duiden. In de voorbereidende werken valt te lezen dat deze haar oorsprong vindt in de economische situatie waarin de onderneming zich bevindt.

Komt onafhankelijkheid in het gedrang?

Volgens het Grondwettelijk Hof is een onderscheid naargelang van de economische context van de onderneming waarin de preventieadviseur wordt ontslagen, een objectief criterium. De uitzondering is bovendien pertinent, aangezien de reden voor het ontslag zijn oorsprong vindt in de economische situatie van de onderneming en bijgevolg geenszins verband houdt met de onafhankelijkheid van de preventieadviseur. Deze onafhankelijkheid, die wordt gewaarborgd door de in de Wet van 20 december 2002 voorziene procedures, komt dan ook niet in het gedrang.

Een rechter kan volgens het Grondwettelijk Hof ook nog steeds het ontslag aan een toetsing onderwerpen wanneer de werkgever het collectief ontslag zou aangrijpen om de preventieadviseur te ontslaan om redenen die wél verband houden met zijn onafhankelijkheid. Deze toetsing biedt volgens het Grondwettelijk Hof evenzeer de nodige waarborgen.

Schending van het gelijkheidsbeginsel?

Ten slotte moest het Grondwettelijk Hof zich ook nog buigen over de vraag of bij het uitsluiten van de preventieadviseurs wiens arbeidsovereenkomst wordt beëindigd ingevolge collectief ontslag, geen onderscheid moet worden gemaakt naargelang de werkgever er al dan niet toe gehouden blijft om na het collectief ontslag nog over een interne preventieadviseur te beschikken, naargelang de werkgever op dat ogenblik de drempel van 20 werknemers al dan niet heeft bereikt.

Ook deze vraag moet volgens het Grondwettelijk Hof ontkennend worden beantwoord, aangezien de omstandigheid dat de functie van interne preventieadviseur ook na het collectief ontslag behouden blijft omdat de werkgever niet onder de kaap van 20 werknemers gaat, niet wijst op een schending van het gelijkheidsbeginsel.

Grondwettelijk Hof, 7 juni 2018, 73/2018, www.juridat.be

Auteur: Kenny Decruyenaere (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen