< Terug naar overzicht

Niet-aanwerving na ‘dreigen met de vakbond’ dan toch discriminatoir

Eerder verwezen wij in deze rubriek we naar een uitspraak van de Nederlandstalige arbeidsrechtbank van Brussel op 28 februari 2017. Toen besliste de arbeidsrechtbank dat de niet-aanwerving van een sollicitant die tijdens het kennismakingsgesprek had gesuggereerd een beroep te zullen doen op de bijstand van een vakbond niet discriminatoir was. Inmiddels boog het arbeidshof van Brussel zich over deze zaak.

Een aantal werknemers dat tewerkgesteld was bij een firma die het contract om diensten te leveren op de site van de klant zou verliezen, kreeg de kans te solliciteren bij een andere firma die voor dezelfde klant andere diensten leverde. Na een eerste kennismakingsgesprek tussen een van deze werknemers en de andere firma, kreeg de sollicitant te horen dat de onderneming gelet op het verloop van het gesprek, verkoos om niet met hem samen te werken omdat hij niet het gezochte profiel had. Op de vraag wat er dan was misgelopen tijdens dit gesprek, antwoordde de onderneming per e-mail dat de harmonie van de groep primordiaal is en dat het testen van de machtsverhoudingen door meteen te verwijzen naar de vakbonden niet veel goeds voorspelt voor een goede samenwerking.

Hierop trok de sollicitant naar de arbeidsrechtbank. Hij meende dat de beslissing om hem niet aan te werven gestoeld werd op zijn syndicale overtuiging en om die reden discriminatoir was. De syndicale overtuiging is immers een beschermd criterium, wat betekent dat er tijdens het aanwervingsproces of de tewerkstelling geen direct of indirect onderscheid gemaakt mag worden op grond van syndicale overtuiging, tenzij hiervoor een rechtvaardiging bestaat.

De arbeidsrechtbank was van oordeel dat discriminatie op basis van een loutere overtuiging niet mogelijk is: de overtuiging moet enige veruitwendiging gekend hebben, bijvoorbeeld door het lidmaatschap van of activiteiten verricht binnen een vakorganisatie. Daar dit lidmaatschap of dergelijke activiteiten niet werden aangetoond door de sollicitant, kon er volgens de arbeidsrechtbank dan ook geen sprake zijn van discriminatie. De werknemer kon zich niet vinden in deze uitspraak en tekende beroep aan.

Het arbeidshof meende dat de bijstand van een vakbond deel uitmaakt van de syndicale activiteit, wat net zoals het lidmaatschap of het behoren tot een vakorganisatie onder het beschermd criterium valt. In beroep bleek bovendien dat de sollicitant wel degelijk lid was van een vakorganisatie. Door de syndicale bijstand aan te geven als motief voor niet aanwerving, zo oordeelde het arbeidshof, werd de sollicitant gediscrimineerd op basis van een syndicale activiteit.

Het arbeidshof merkte hierbij op dat het lidmaatschap van een bepaalde vakbond niet determinerend is om te kunnen genieten van syndicale bijstand, omdat vakorganisaties ook advies kunnen geven aan niet-leden in zoverre dit niet verder gaat dan gerechtelijke bijstand en aangezien de in overlegorganen verkozen vertegenwoordigers bevoegd zijn voor de belangen van de gehele werknemersgroep. Hoewel de betrokkene in dit geval wel degelijk lid was van een vakbond, lijkt dit arrest te bevestigen dat een discriminatie op basis van syndicale overtuiging eveneens kan bestaan indien het beweerde slachtoffer van de discriminatie geen lid is van een vakorganisatie noch er enige activiteit voor ontplooit.

Arbeidshof Brussel, 19 juni 2018, A.R. 2017/AB/448

Nele Gysemans Advocaat Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen