< Terug naar overzicht

Naar de rechter in kort geding wegens schending van concurrentiebeding

Na het einde van de arbeidsovereenkomst is een ex-werknemer in principe vrij om gelijk welke activiteit uit te oefenen, zelfs indien deze concurreert met die van de ex-werkgever (voor zover het om eerlijke concurrentie gaat). Die vrijheid is echter niet a

Deze zaak gaat over een werknemer-handelsvertegenwoordiger die gebonden was door een concurrentiebeding. Na een loopbaan van tien jaar nam de handelsvertegenwoordiger ontslag, om slechts één dag na het einde van de arbeidsovereenkomst een eigen vennootschap op te richten die onder meer tot doel had dezelfde producten te verkopen als zijn ex-werkgever.
Nadat de ex-werkgever hiervan kennis nam, startte hij een procedure voor de voorzitter van de arbeidsrechtbank in kort geding, om een preventief verbod op concurrerende activiteiten door de ex-werknemer te bekomen onder straffe van een dwangsom.

Spoed en ernstig


Om met succes een vordering in kort geding te kunnen instellen, moet er sprake zijn van ‘spoedeisendheid’ en een ‘ernstig bedreigd recht’. Anders wordt de vordering immers onontvankelijk verklaard.
Hoewel in deze zaak niet kon worden bewezen dat de ex-werknemer al producten had verkocht, was de voorzitter toch van oordeel dat er sprake was van een ‘ernstig bedreigd recht’. Dit leidde hij af uit de chronologie van de feiten, waarbij de ex-werknemer slechts één dag na het einde van de arbeidsovereenkomst zijn eigen vennootschap had opgericht, die klaarblijkelijk tot doel had om de concurrentie aan te gaan met zijn ex-werkgever.
De voorzitter was ook van oordeel dat er sprake was van ‘spoedeisendheid’. Een (normale) procedure ten gronde zou immers niet tijdig gevoerd kunnen worden.

Preventief verbod met dwangsom


De Arbeidsovereenkomstenwet voorziet als sanctie voor het schenden van een niet-concurrentiebeding enkel in het betalen van een schadevergoeding. De voorzitter van de arbeidsrechtbank oordeelde echter dat er ook een preventief verbod kan worden opgelegd op het voeren van concurrerende activiteiten. Bovendien kan een dwangsom worden opgelegd om de rechterlijke beslissing – het verbod om te concurreren – kracht bij te zetten. De voorzitter legde de ex-werknemer in deze zaak een dwangsom op van 5000 euro per inbreuk.

Welke regio?


De voorzitter sprak zich ook uit over het gebied waarbinnen het preventief verbod op concurrerende activiteiten gold. Hoewel in de arbeidsovereenkomst uit 1998 sprake was van een beperkt gebied, bestaande uit Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant, kon de ex-werkgever aantonen dat de sector van de ex-werknemer op het einde van zijn arbeidsovereenkomst de hele Benelux besloeg. De voorzitter van de arbeidsrechtbank besloot daarop dat het preventief verbod voor deze hele regio zou gelden.

Arbeidsrechtbank Gent (kort geding), 14 januari 2009, BRK 08/7/C, onuitg.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen