< Terug naar overzicht

Moreel geweld bij beëindiging van arbeidsovereenkomst?

Wanneer is er sprake van ‘geweld’ bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord? Dat blijkt een evenwichtsoefening …

Het staat de werknemer en werkgever vrij om in onderling akkoord een einde te maken aan de arbeidsovereenkomst en dit te bevestigen in een overeenkomst met een afstand van alle recht. Belangrijk hierbij is dat hun toestemming volwaardig is en niet door wilsgebreken (zoals geweld) wordt aangetast. In een recent arrest van het arbeidshof van Gent (afdeling Brugge) werden deze principes bevestigd, maar werd er verder gepreciseerd dat er pas sprake is van geweld als een wilsgebrek, indien het van die aard is, dat het op een ‘redelijk’ mens indruk maakt, rekening houdend met de leeftijd, het geslacht en de stand van de betrokken personen.

Valse dagrapporten?

In een arrest van 27 maart 2017 diende het arbeidshof van Gent te beoordelen of de geldigheid van een overeenkomst tot beëindiging in onderling akkoord van een arbeidsovereenkomst onder andere aangetast was door het wilsgebrek geweld. In deze zaak was de werkgever van oordeel dat een handelsvertegenwoordiger niet langer performant presteerde. Als gevolg hiervan voerde de werkgever enkele steekproeven uit en meende hij (verkeerdelijk) dat de betrokken handelsvertegenwoordiger valse dagrapporten opstelde.

De werknemer werd met de feiten geconfronteerd en voor de keuze gesteld om ofwel akkoord te gaan met een beëindiging in onderling akkoord van de arbeidsovereenkomst of om dringende reden ontslagen te worden. De aangestelde van de werkgever die het gesprek sereen voerde met de werknemer, zijnde tevens een collega sedert vele jaren van de werknemer, deelde in dit kader mee dat hij het moederbedrijf zou trachten te overtuigen verder in zee te gaan met de werknemer indien er gekozen werd voor een beëindiging in onderling akkoord.

De werknemer ging akkoord met een beëindiging in onderling akkoord van de arbeidsovereenkomst en ondertekende in dit kader een overeenkomst, na ruimschoots over de mogelijkheden te hebben beschikt om het nodige overleg te plegen. Enkele dagen later kwam de handelsvertegenwoordiger terug op het akkoord en beweerde hij dat de overeenkomst niet rechtsgeldig werd gesloten omdat er onder meer sprake was van morele dwang/geweld bij de ondertekening van de overeenkomst.

Geen geweld?

Het arbeidshof herhaalde in zijn arrest vooreerst dat het feit dat een werknemer voor voornoemde keuze wordt gesteld, niet onmiddellijk met zich meebrengt dat er sprake is van dwang. Het hof gaat verder door te oordelen dat de dwang onrechtvaardig of ongeoorloofd moet zijn en dat hiervan pas sprake is wanneer de dreiging met een ontslag om dringende reden niet gesteund kan worden op een ernstige grond.

Gelet op het feit dat het arbeidshof van oordeel was dat de handelsvertegenwoordiger zich niet schuldig maakte aan valse rapportering en de werkgever dus over geen grond beschikte om een ontslag om dringende reden te rechtvaardigen, besloot zij dat de dreiging onwettig was. Zij vervolgde dat om uit te maken of het gebruikte moreel geweld van die aard is, dat het de wilsuiting van de andere partij wezenlijke aantast, er ook nog nagegaan moet worden of het geweld op een redelijk mens indruk maakt, daarbij rekening houdend met de leeftijd, het geslacht en de stand van de personen.

In casu oordeelde het arbeidshof dat dit niet het geval was, omdat de handelsvertegenwoordiger en de aangestelde van de werkgever elkaar reeds geruime tijd kenden, er van een handelsvertegenwoordiger enige mondigheid en assertiviteit mag worden verwacht, hij ruim de tijd kreeg om over het voorstel na te denken en de nodige personen te contacteren. Er was dus geen sprake van morele dwang die de geldigheid van de overeenkomst tot beëindiging in onderling akkoord van de arbeidsovereenkomst aantastte.

Om humane redenen

Dit arrest van het arbeidshof van Gent (afdeling Brugge) toont aan dat wanneer een werkgever bereid is omwille van humane redenen af te zien van een ontslag om dringende reden, de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord beëindigd kan worden mits ondertekening van een overeenkomst in die zin.

Er volgt duidelijk uit het arrest dat de aanpak van de werkgever bepalend is en hij in ieder geval de nodige voorzichtigheid aan boord dient te leggen om te vermijden dat er sprake is van morele dwang die de geldigheid van de overeenkomst tot beëindiging in onderling akkoord kan aantasten. Een goed opgestelde overeenkomst is onontbeerlijk.

Arbeidshof van Gent, afdeling Brugge 27 maart 2017, AR 2016/AR/28

Auteur: Valerie Mastelinck (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen