< Terug naar overzicht

Met ‘de vakbond’ dreigen tijdens sollicitatiegesprek en vervolgens discriminatieklacht ...

Een sollicitant die geen lid is van een vakbond, kan niet gediscrimineerd worden op basis van syndicale overtuiging.

Tijdens een eerste sollicitatiegesprek dreigde een sollicitant een beroep te doen op een vakbond om zijn rechten af te dwingen. Toen de sollicitant na afloop van dit gesprek en de beslissing van de onderneming om hem niet aan te werven, informeerde naar de reden hiervoor, antwoordde de onderneming hierop per e-mail dat de harmonie van de groep primordiaal is en dat machtsverhoudingen uitproberen door meteen over syndicaten te praten niets goeds voorspelt voor een goede samenwerking.

Op basis hiervan meende de sollicitant dat hij niet werd aangeworven wegens zijn syndicale overtuiging en vorderde hij een vergoeding wegens discriminatie op basis van de antidiscriminatiewet. Het is immers verboden om in het aanwervingsproces een direct of indirect onderscheid te maken op grond van syndicale overtuiging dat niet gerechtvaardigd kan worden.

Wel of niet lid van een vakbond?

Het begrip ‘syndicale overtuiging’ werd via een wet van 2009 als beschermd criterium aan de antidiscriminatiewet toegevoegd. Uit de parlementaire voorbereidingen van deze wet blijkt dat hiermee het lidmaatschap of het behoren tot een vakbondsorganisatie of de syndicale activiteit wordt bedoeld.
Op basis hiervan oordeelt de arbeidsrechtbank dat het hebben van een syndicale overtuiging geen puur interne beleving is die zich louter in het hoofd van een persoon kan afspelen, maar dat deze veruitwendigd moet worden via lidmaatschap van óf activiteiten verricht binnen een vakbond, feiten waarvan derden kennis kunnen hebben en die hen dus zouden kunnen motiveren om te discrimineren.

Volgens de arbeidsrechtbank kan een persoon die tijdens een gesprek suggereert dat hij zich in de toekomst zal laten bijstaan door een vakbond, maar op dat moment geen lid is, niet gediscrimineerd worden op basis van zijn syndicale overtuiging omdat daartoe op zijn minst het lidmaatschap van een vakbond vereist is. Aangezien de sollicitant niet stelde dat hij lid was van een vakorganisatie en dit evenmin bewees, kon er dan ook geen sprake zijn van discriminatie op basis van syndicale overtuiging en werd zijn vordering afgewezen als ongegrond.

Hiermee heeft de arbeidsrechtbank voor het eerst beslist dat het lidmaatschap van een vakorganisatie een noodzakelijke vereiste is om te besluiten tot discriminatie op basis van syndicale overtuiging.

Wordt vervolgd

Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat de sollicitant intussen beroep heeft aangetekend tegen dit vonnis op basis van het feit dat hij wél lid zou zijn van een vakorganisatie. De beslissing van de arbeidsrechtbank dat het lidmaatschap van een vakbond vereist is opdat er sprake zou kunnen zijn van discriminatie op basis van syndicale overtuiging, wordt daarentegen niet betwist.

Arbeidsrechtbank van Brussel (Nederlandstalig), 28 februari 2017, AR 15/980/A

Auteur: Hanne Pauwels (Claeys & Engels

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen