< Terug naar overzicht

‘Management assistant’ en leidende functie: (g)een match?

De Arbeidswet stelt dat haar bepalingen die betrekking hebben op de arbeidsduur niet van toepassing zijn op bepaalde werknemers die een leidinggevende functie uitoefenen of een vertrouwenspost bekleden. Het Koninklijk Besluit van 10 februari 1965 brengt een lijst van personen met een dergelijke leidende functie of vertrouwenspost. In hoeverre kan dit Koninklijk Besluit hedendaags geïnterpreteerd worden, rekening houdend met de evolutie van de beroepen?

De Arbeidsrechtbank van Antwerpen, afdeling Antwerpen, moest zich hier recent over uitspreken. Een werkneemster werd aangeworven als ‘management assistant’. Haar takenpakket bestond uit het verrichten van receptiewerk, personeelsadministratie, organisatie en planning van transport, facturatie en diverse administratieve taken. Zij was ook interne preventieadviseur. Na de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst vorderde zij achterstallig overloon en het vakantiegeld op overloon. De werkgever betwistte het feit dat er sprake was van overuren, aangezien de werkneemster uitgesloten was van de bepalingen inzake arbeidsduur, omdat zij een leidinggevende functie, minstens een vertrouwensfunctie had.

De rechtbank oordeelde dat de werkneemster in haar functie tot het leidinggevend personeel behoorde, minstens een vertrouwenspost bekleedde.
Zij stelde vast dat de functie van management assistant niet in het KB van 10 februari 1965 voorkomt. Daarom moest worden nagegaan of de werkneemster een functie vervulde die al dan niet kan worden beschouwd als een leidende functie of vertrouwensfunctie.
Het Hof van Cassatie heeft in zijn arrest van 29 maart 2010 (AR 50.104 & 50.144) aangegeven dat het niet volstaat dat een werknemer aantoont dat hij/zij geen autonome beslissingen kan nemen om niet als leidinggevende te worden beschouwd. Hiermee werd de trend in de rechtspraak bevestigd dat de begrippen vertrouwenspost en leidende functie een eerder ruime invulling krijgen. Ook het feit dat de werkgever in de arbeidsovereenkomst van de werkneemster zelf aanduidde dat de bepalingen met betrekking tot arbeidsduur niet van toepassing waren op de werkneemster omwille van haar functie, volstaat niet.

In het KB wordt onder meer de privésecretaris, verbonden aan de dienst van de werkgever, van de onderdirecteur, beschouwd als een persoon met een leidende functie. De arbeidsrechtbank meent dat de management assistant de moderne versie is van de privésecretaris, rekening houdend met de evolutie van beroepen. De management assistant (directie-assistente) is in een eenheid met de directie en het vaste aanspreekpunt voor de organisatie en klanten. Aangezien de werkneemster verantwoordelijk was voor de personeelsadministratie en ook de functie van interne preventieadviseur uitoefende, behoorde zij volgens de arbeidsrechtbank tot het leidinggevend personeel, minstens bekleedde zij een vertrouwenspost. De werkneemster kon dus geen aanspraak maken op overloon noch vakantiegeld op overloon.

Hoewel het Koninklijk Besluit van 10 februari 1965 beperkt moet worden geïnterpreteerd, kan er volgens dit vonnis bij de interpretatie ervan rekening worden gehouden met de evolutie van de beroepen. Ook al kan de management assistant worden beschouwd als de moderne versie van de privésecretaris, toch is de loutere vermelding van management assistant als functie niet voldoende om de toepassing van de bepalingen met betrekking tot de arbeidsduur buitenspel te zetten. Er moet immers nog steeds aan de hand van de concrete taken worden nagegaan of de werknemer al dan niet een leidende functie of vertrouwenspost bekleedt.

Arbeidsrechtbank Antwerpen (afdeling Antwerpen) 20 februari 2019, 18/165/A, onuitgeg.

Amélie Desmadryl
Advocaat-medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen