< Terug naar overzicht

Mag werknemer relatiegeschenken aannemen van leverancier?

Werknemers die geregeld contact hebben met leveranciers komen soms in de verleiding om cadeaus te aanvaarden, of erger, te eisen in ruil voor bestellingen door de onderneming bij de leveranciers. Kunnen deze feiten een ontslag om dringende reden rechtvaar

Het arbeidshof van Brussel diende zich uit te spreken over een dergelijke zaak. Een werknemer die al meer dan 30 jaar dienst had, werd ontslagen om dringende reden wegens het eisen van belangrijke persoonlijke voordelen van leveranciers. De werknemer was als facility manager onder meer verantwoordelijk voor het onderhoud van de gebouwen en voor het beheer van het wagenpark. Het was zijn taak om contacten te onderhouden met de leveranciers en verkopers om uiteindelijk de meest gunstige voorstellen voor te leggen aan de directie.

Geen cadeau, geen bestelling?


Eind juni 2005 kwam de werkgever toevallig te weten dat de werknemer aan een leverancier cadeaus zou hebben gevraagd in ruil voor een vlotte samenwerking. De werkgever wilde niet overhaast handelen en startte een onderzoek. In het kader van dit onderzoek is gebleken dat de werknemer inderdaad aan verschillende leveranciers belangrijke persoonlijke voordelen had gevraagd, waaronder het gratis gebruik van een wagen voor zijn dochter. De leveranciers gaven toe, omdat ze vreesden dat ze anders geen bestellingen meer zouden krijgen.

Eisen of krijgen?


Op 6 augustus 2005 werd het onderzoek afgerond en op 9 augustus 2005 werd de werknemer ontslagen om dringende redenen. De werknemer erkende een fout te hebben begaan, maar deze was volgens hem niet zwaar genoeg om een ontslag om dringende reden te rechtvaardigen.
De werknemer benadrukte dat hij een vlekkeloze loopbaan van meer dan 30 jaar bij de onderneming had, dat het initiatief van de cadeaus steeds van de leveranciers zelf kwam en dat hij nooit het bedrijf had benadeeld. Deze omstandigheden ontnamen volgens de werknemer aan de feiten het karakter van ‘dringende reden’. Hij beweerde dan ook dat hij ten onrechte wegens dringende reden werd ontslagen.

Verworpen


De werknemer begon een procedure om een opzeggingsvergoeding te krijgen. De werknemer riep onder meer in dat de ontslagtermijn van drie werkdagen niet gerespecteerd werd en dat de ingeroepen feiten, gelet op de omstandigheden, geen dringende reden vormen.
Zowel in eerste aanleg als in graad van beroep werd de stelling van de werknemer verworpen. Het arbeidshof oordeelde dat de ontslagtermijn van drie werkdagen wel degelijk werd gerespecteerd en dat het gevoerde onderzoek noodzakelijk was.

‘Onmiddellijk en definitief’


Daarnaast herinnerde het arbeidshof eraan dat een dringende reden een ernstige tekortkoming is die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. Het hof erkende dat bij de beoordeling van de fout moet gekeken worden naar alle concrete omstandigheden eigen aan de zaak (bijvoorbeeld anciënniteit), maar oordeelde dat het vragen van cadeaus aan leveranciers, waardoor ze zich onder druk voelen gezet bij het verkrijgen van bestellingen, een overtreding van evidente deontologische regels vormt.

Zelfs als initiatief van leverancier komt


Zelfs als de leveranciers zelf het initiatief zouden genomen hebben, gaat het volgens het arbeidshof om feiten die een ontslag om dringende reden rechtvaardigen. De werkgever hoefde dan ook geen opzeggingsvergoeding te betalen aan de werknemer.

Arbeidshof Brussel, 10 oktober 2008, A.R. 50.117, onuitg.

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen