< Terug naar overzicht

Loon naar werken: eerst presteren, dan ontvangen

Een werknemer heeft slechts recht op loon als daar ook arbeidsprestaties tegenover staan. Het Arbeidshof van Hasselt wees de vorderingen van een werknemer die geen prestaties had verricht af omdat de onderneming waar hij was aangeworven nooit werd opgericht.

Een arbeidsovereenkomst is een overeenkomst waarbij de werknemer zich ertoe verbindt onder het gezag van een werkgever tegen loon arbeid te verrichten. Het Hof van Cassatie heeft in dit verband reeds meermaals benadrukt dat loon de tegenprestatie uitmaakt van arbeid. Bijgevolg heeft een werknemer geen recht op loon voor de periode waarin hij - zelfs door toedoen van de werkgever - geen arbeid heeft verricht, tenzij de wet anders bepaalt (zoals bijvoorbeeld gewaarborgd loon bij ziekte).

Geen uitoefening van arbeidsprestaties

In een arrest van 22 mei 2018 sprak het Arbeidshof van Hasselt zich uit over een geval waarin een werknemer loon eiste van de werkgever, hoewel daar geen prestaties tegenover stonden. Het Arbeidshof paste de bovenstaande principes consequent toe.

In deze zaak had een ondernemer het plan opgevat een nieuwe fabriek te bouwen in Wallonië. Hij ging hiervoor op zoek naar externe investeerders en kreeg na enkele maanden positieve signalen dat de financiering van het project rond zou geraken. Hij ondertekende hierop namens zijn vennootschap in oprichting een arbeidsovereenkomst met een werknemer die de functie van technisch directeur zou waarnemen. Hij deelde de werknemer wel mee dat de financiering van het project nog niet definitief rond was en de activiteiten slechts zouden worden opgestart na ontvangst van de nodige fondsen.

Uiteindelijk geraakte de financiering van het project echter nooit rond. De vennootschap kon hierdoor niet worden opgericht en de werknemer kon zijn functie van technisch directeur niet opnemen. De ondernemer onderhield wel frequente contacten met de werknemer om hem op de hoogte te houden over de stand van zaken van het project.

Vordering tot betaling van loon afgewezen

De werknemer startte een gerechtelijke procedure tegen de ondernemer in persoon als vertegenwoordiger van de vennootschap in oprichting. Hij vorderde achterstallig loon voor de periode vanaf de startdatum van de schriftelijke arbeidsovereenkomst. Hij erkende hierbij dat hij de functie van technisch directeur niet had kunnen uitoefenen, maar meende toch recht te hebben op loon gelet op deze overeenkomst. Hij verwees verder ook naar de frequente contacten met de ondernemer en het feit dat er een Dimona-aangifte was verricht.

Het Arbeidshof wees de vordering van de werknemer integraal af. Het herinnerde eraan dat een werknemer geen recht heeft op loon zonder arbeidsprestaties en stelde vast dat de werknemer geen bewijs kon voorleggen van prestaties. Het bestaan van een Dimona-aangifte betekende volgens het Arbeidshof nog niet dat de werknemer effectief had gewerkt en ook het louter informeren naar de stand van het project - zelfs in het kader van een fysieke vergadering - maakte nog geen arbeid uit. Ook persoonlijke projecten van de werknemer buiten de arbeidsovereenkomst en vermeende prestaties vóór het sluiten van de overeenkomst konden volgens het Arbeidshof niet in aanmerking worden genomen.

Het Arbeidshof te Hasselt brengt met dit arrest één van de basisprincipes van het arbeidsrecht in herinnering. Enkel arbeid geeft recht op loon naar werken.

Arbh. Antwerpen, afdeling Hasselt - 22 mei 2018 - AR 2017/AH/31

Wouter Van Loon
Medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen