< Terug naar overzicht

Langzaam werken: dringende reden?

Een ontslagen werknemer die verder moet presteren tijdens de opzegtermijn, tracht wel eens meteen naar huis gestuurd te worden, zodat hij alsnog een opzegvergoeding kan opstrijken. Misschien probeert hij dat via opzettelijk traag te werken. Kan dat een ge

Het is een vaak voorkomend probleem dat een werknemer tijdens de opzeggingstermijn niet langer naar behoren presteert, meestal omdat – niet geheel onbegrijpelijk – de nodige motivatie ontbreekt, maar soms ook omdat hij doelbewust de situatie op de spits tracht te drijven in de hoop dat hij toch met onmiddellijke ingang zou worden ontslagen en een verbrekingsvergoeding zou kunnen opstrijken. Daar waar slecht werken of traag werken doorgaans niet als een ‘dringende reden’ voor ontslag zullen worden aanzien, kan dit toch het geval zijn wanneer uit de feiten blijkt dat het gaat om doelbewuste acties van de werknemer. Het arbeidshof van Antwerpen stelde een voorbeeld door te oordelen dat de werkgever een dergelijke houding niet dient te dulden.

In casu werd een werknemer om dringende reden ontslagen tijdens zijn opzeggingstermijn. De werknemer had namelijk, nadat hij in kennis gesteld was van zijn opzegging, het niet meer zo nauw genomen met de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst. Hij onttrok zich aan een controle door de controlearts tijdens zijn arbeidsongeschiktheid, hij weigerde bepaalde opgelegde taken uit te voeren en hij voerde diverse langzaam-aan-acties. Zo hield hij zich een volledige dag bezig met een taak die hij normaal in één uur had kunnen uitvoeren, plaatste hij zich een volledige voormiddag in de zetel naast zijn bureau en vertrok hij nadien zonder toestemming onder het mom van het zoeken naar ander werk. Op de koop toe meldde de werknemer zich de dagen nadien ziek. Voor de werkgever was de maat vol en hij besliste om de werknemer te ontslaan om dringende reden.

De werknemer vond zijn ontslag onregelmatig. Hij meende vooreerst dat de omschrijving van de dringende reden niet voldoende nauwkeurig was. Daarenboven was hij van oordeel dat de taken die hij niet meer uitvoerde niet langer tot zijn takenpakket behoorden. Hij ging dus over tot dagvaarding van zijn werkgever en eiste een verbrekingsvergoeding.

Het arbeidshof van Antwerpen was van oordeel dat de feiten vermeld in de ontslagbrief weldegelijk voldeden aan de vereisten van nauwkeurigheid. Verder meende het arbeidshof dat het voldoende bewezen was dat de taken die de werknemer weigerde uit te voeren (of langzamer uitvoerde) wel degelijk nog tot zijn takenpakket behoorden. Volgens het Hof bleek uit de verklaringen van de getuigen ook duidelijk dat de werknemer zijn taken in het geheel niet meer uitoefende en soms bepaalde taken opzettelijk abnormaal langzaam uitvoerde.

Het arbeidshof besloot dan ook dat er sprake was van een vorm van ‘insubordinatie’ die dermate ernstig was, dat iedere verdere professionele samenwerking tussen de partijen ‘onmiddellijk en definitief onmogelijk’ werd. Kortom, dringende reden.

Arbeidshof van Antwerpen, 8 april 2011, AR 2009/AA/672

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen