< Terug naar overzicht

Krijgt werkneemster met IVF-behandeling moederschapsbescherming?

Een zwangere werkneemster geniet een bepaalde bescherming tegen ontslag. Geldt dat ook voor een werkneemster die een IVF-behandeling ondergaat?

Een werkneemster die een IVF-behandeling ondergaat en beweert hiervan haar werkgever op de hoogte gebracht te hebben, is niet beschermd tegen ontslag op basis van artikel 40 van de Arbeidswet (verbod om zwangere werkneemsters te ontslaan om redenen die verband houden met de zwangerschap). De bescherming tegen ontslag die door de Arbeidswet wordt geboden, is immers slechts van toepassing in geval de werkneemster effectief zwanger is en haar werkgever hiervan op de hoogte heeft gebracht. Het arbeidshof van Brussel erkent wel dat een ontslag om redenen die verband houden met de IVF-behandeling een directe discriminatie op basis van geslacht kan uitmaken.

Niet zwanger?

De werkneemster onderging sinds enkele maanden voorafgaand aan haar ontslag een IVF-behandeling. Op 25 november 2008 werd ze ontslagen mits inachtneming van een opzeggingstermijn. Enkele dagen na de opzegging brengt de werkneemster haar werkgever schriftelijk op de hoogte van de IVF-behandeling, maar nog niet van de zwangerschap. De werkgever beslist om enkele dagen daarna de arbeidsovereenkomst te beëindigen met onmiddellijke ingang (mits betaling van een opzeggingsvergoeding). Uit de feiten bleek daarenboven dat de werkneemster pas ten vroegste op 28 november 2008 (dus 3 dagen ná haar opzegging) kon weten dat ze effectief zwanger was.

De werkneemster dagvaardde haar werkgever en eiste een beschermingsvergoeding, omdat het ontslag zou zijn ingegeven om redenen die verband hielden met haar zwangerschap (beschermingsvergoeding gelijk aan 6 maanden loon). Ondergeschikt vroeg de werkneemster een schadevergoeding om discriminatie op basis van geslacht, waarvan het bedrag gelijk werd begroot als de beschermingsvergoeding. Nog meer ondergeschikt vroeg ze een schadevergoeding wegens misbruik van ontslagrecht.

Niet op de hoogte van behandeling?

De arbeidsrechtbank en later ook het arbeidshof stelden dat de werkneemster in elk geval niet in aanmerking kwam voor de ontslagbescherming op basis van artikel 40 van de Arbeidswet (als zwangere werkneemster), eenvoudigweg omdat ze op het ogenblik van het ontslag zélf nog niet wist dat ze zwanger was. Haar werkgever kon de vrouw dus niet ontslaan hebben om redenen die verband hielden met haar zwangerschap.

Wat de schadevergoeding wegens discriminatie betreft, oordeelde het arbeidshof dat er wel sprake kán zijn van een discriminatie indien de werkgever kennis had van de IFV-behandeling en in de mate dat de behandeling in een vergevorderd stadium was. Indien komt vast te staan dat de behandeling de voornaamste reden vormt voor het ontslag, kan de werkneemster volgens het arbeidshof een schadevergoeding wegens discriminatie vorderen. Daarbij verwijst het arbeidshof onder meer naar rechtspraak van het Europees Hof van Justitie (H.v.J., 26 februari 2008, C-506/06).

Het arbeidshof diende dus te beoordelen of de werkgever kennis had van de IVF-behandeling. Het hof heeft daarbij de zaak zeer minutieus onderzocht en heeft de betrokken partijen opgeroepen te verschijnen voor een getuigenverhoor. Uit deze verhoren bleek dat een collega van de werkneemster, die onder meer instond voor de personeelsadministratie, wel op de hoogte was van de behandeling. Deze persoon had de informatie als een ‘persoonlijke’ melding beschouwd en had de werkgever (zaakvoerster) hiervan niet op de hoogte gebracht. Uit de samenhang tussen alle verklaringen, kon het arbeidshof niet anders dan vaststellen dat de werkgever inderdaad niet op de hoogte was en werd de vordering van de werkneemster ongegrond verklaard.

Arbeidshof van Brussel, 6 januari 2012 en 3 juni 2014, AR 2011/AB/230

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen