< Terug naar overzicht

Als bepaalde werkperiodes niet meegeteld worden: koude pensioendouche

Een vonnis van de arbeidsrechtbank van Antwerpen van 16 maart 2017 (*) toont aan dat een slechte opvolging van een internationale tewerkstellingssituatie aanleiding kan geven tot een verlies aan wettelijk pensioen. Hoe kan zo’n verlies vermeden worden? Kortom, wat kan er fout lopen én hoe moet het dan wel?

Een werknemer wordt van januari 1994 tot en met december 1996 uitgezonden door zijn Belgische werkgever naar Nederland. Wanneer hij in 2015 met wettelijk pensioen gaat, wordt die periode noch door de Belgische Federale Pensioendienst (FPD), noch door de Nederlandse Sociale Verzekeringsbank (SVB) erkend als een periode van sociale verzekering. De SVB beslist om hem voor die periode géén Nederlands pensioen toe te kennen. De FPD beslist deze periode al evenmin te erkennen voor de berekening van het Belgisch pensioen, aangezien er niet bewezen kan worden dat er voor die periode sociale-zekerheidsbijdragen werden betaald voor de eiser.

Indien de werknemer volgens de regels van de kunst werd aangesloten bij het toepasselijke sociale-zekerheidsregime, dan had die periode ofwel in Nederland (werklandbeginsel), ofwel in België (via een detachering) erkend moeten zijn. De gepensioneerde tekent beroep aan tegen de beslissing van de FPD om die periode niet in aanmerking te nemen voor de berekening van het Belgisch wettelijk pensioen. De arbeidsrechtbank van Antwerpen sluit zich in het vonnis van 16 maart 2017 aan bij de beslissing van de FPD.

Hoe kan zo’n situatie vermeden worden? Kortom, hoe moet het dan wel?

De EER-verordening: basisregel = plaats van tewerkstelling

De regels inzake sociale zekerheid zijn binnen de Europese Economische Ruimte of EER (**) en Zwitserland gecoördineerd, maar niet geharmoniseerd. Dit betekent concreet dat elke lidstaat de nationale wetgeving toepast voor de toekenning en berekening van het wettelijk pensioen. De Europese regels wijzen alleen maar aan welke nationale wetgeving van toepassing is en hoe buitenlandse tijdvakken van verzekering in aanmerking worden genomen.

Voor tewerkstellingssituaties sinds 1 mei 2010 wordt dit geregeld door Verordening 883/04 en Verordening 987/09. Zoals ook uit het vonnis blijkt, wordt de latere pensioenberekening bepaald aan de hand van de actieve tijdvakken van aansluiting bij de sociale zekerheid van een bepaalde lidstaat. De basisregel van de Verordening is dat de sociale-zekerheidsregels van één land van toepassing zijn. In principe zijn dit de regels van het land waar effectief wordt gewerkt.

Belangrijke uitzondering: detachering

Het is in de situatie van een detachering echter mogelijk om van het ‘werklandprincipe’ af te wijken en toch (tijdelijk) onderworpen te blijven aan de sociale zekerheid van de uitzendstaat. Een detachering is slechts mogelijk wanneer een paar strikte voorwaarden vervuld zijn:

  • De detachering is tijdelijk en moet betrekking hebben op activiteiten met een vermoedelijke duur van maximaal 24 maanden. Als de detachering door omstandigheden de geplande tijdsduur overschrijdt, kan een verlenging worden toegestaan.
  • De organische band met de uitzendende werkgever blijft behouden.
  • Om misbruik via ‘postbusfirma’s’ te vermijden, is het vereist dat de uitzendende werkgever in dat land ook effectief een substantiële economische activiteit heeft.
  • De detachering mag niet gebruikt worden om een andere gedetacheerde te vervangen.
  • De gedetacheerde werknemer moet vóór de detachering minstens 1 maand onderworpen zijn aan het sociale-zekerheidsstelsel van het herkomstland.

Indien deze randvoorwaarden vervuld waren, dan was het perfect mogelijk om de werknemer uit het besproken vonnis te detacheren, met behoud van aansluiting bij de Belgische sociale zekerheid.

Pensionering

Voor werknemers die enkel gedetacheerd werden tijdens hun internationale loopbaan, zal er in principe géén impact zijn voor hun wettelijk pensioen. In die situatie behoudt de werknemer zijn aansluiting bij de sociale zekerheid van het herkomstland en heeft de internationale tewerkstelling geen impact op de toekenning of berekening van het wettelijk pensioen.

Dat is anders in de situatie van een transfer waarbij de internationaal mobiele werknemer onderworpen werd aan de sociale zekerheid van verschillende lidstaten. Wat betreft de toekenning van het wettelijk pensioen, zal elke lidstaat rekening moeten houden met tijdvakken van verzekering in andere lidstaten. Let op, elke lidstaat past de eigen nationale wetgeving toe om na te gaan of aan de voorwaarden voor (vervroegd) pensioen is voldaan.

Het is niet omdat een werknemer in Nederland met wettelijk pensioen kan, dat dit daarom ook het geval is in België. In België is het vervroegd pensioen (dit is wettelijke pensionering vóór de wettelijke pensioenleeftijd) gekoppeld aan loopbaanvoorwaarden. Door het principe van de samentelling van tijdvakken moeten de dienstjaren gepresteerd in Nederland wel in aanmerking genomen worden om na te gaan of aan die loopbaanvoorwaarde is voldaan.

De onderwerping aan de sociale zekerheid van verschillende lidstaten zal in de meeste gevallen ook een impact hebben op het pensioenbedrag. Elke lidstaat waar de betrokken werknemer onderworpen was aan de sociale zekerheid, zal drie berekeningen maken:

  • Eerst wordt het nationaal pensioenbedrag berekend. Bij deze berekening wordt enkel rekening gehouden met de tijdvakken van verzekering in het land dat de berekening maakt.
  • Dan wordt het theoretisch pensioenbedrag bepaald. Hierbij wordt de fictie toegepast alsof ook de buitenlandse tijdvakken gepresteerd zijn in het land dat de berekening maakt.
  • Tot slot wordt het pro-rata-bedrag berekend. Dit bedrag wordt verkregen door het theoretisch pensioenbedrag te vermenigvuldigen met een breuk. De teller is gelijk aan het aantal dagen van verzekering in het land dat de berekening maakt. De noemer is gelijk aan het totale aantal dagen van verzekering in de EER (**).

De gepensioneerde heeft recht op het hoogste bedrag: het nationaal pensioen of het pro-rata-bedrag. In het concrete geval waarover de arbeidsrechtbank diende te oordelen, was het nationaal pensioen het hoogste bedrag. Indien de detachering volgens de regels van de kunst werd georganiseerd, dan had dit nationaal pensioen ook rekening gehouden met de periode 1994-1996 en lag dit bedrag een stuk hoger.
Wellicht een administratieve fout van de werkgever dus, waarvan de werknemer meer dan 20 jaar late de dupe wordt ...

(*) Arbeidsrechtbank van Antwerpen, 17 maar 2017, AR 16/1107/A, onuitg.

(**) EER staat voor de Europese Economische Ruimte. Daartoe behoren alle 28 lidstaten van de Europese Unie, aangevuld met Liechtenstein, IJsland en Noorwegen.

Auteur: Joris Beernaert (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen