< Terug naar overzicht

Kan werknemer zelf afstand doen van recht op compensatoire concurrentievergoeding?

Als de werkgever niet binnen de 15 dagen na de uitdiensttreding afstand heeft gedaan van het concurrentiebeding, zal hij de (fikse) compensatoire vergoeding moeten betalen. Kan ook een werknemer zelf afstand doen van zijn recht op de compensatoire concurr

Een werknemer die in een onderneming een specifieke kennis verwerft (op industrieel of op handelsgebied) en die later de onderneming verlaat, zou de werkgever schade kunnen berokkenen door deze kennis aan te wenden ten voordele van een concurrent. Dit kan voorkomen worden door in de arbeidsovereenkomst een concurrentiebeding op te nemen. Het inroepen van een concurrentiebeding is echter niet kosteloos voor de werkgever (tenzij het gaat om een handelsvertegenwoordiger). Indien het beding uitwerking heeft en tenzij de werkgever uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van het concurrentiebeding binnen de 15 dagen na het einde van de arbeidsovereenkomst, moet de werkgever een aanzienlijke compensatoire vergoeding betalen aan de werknemer.

In de rechtspraak en rechtsleer wordt aangenomen dat een werknemer in bepaalde gevallen kan ontsnappen aan de niet-concurrentieverbintenis door zelf afstand te doen van de compensatoire concurrentievergoeding (tenzij de werkgever expliciet heeft laten weten zich te willen beroepen op het concurrentiebeding). Interessant is dus te weten hoe en (vooral) wanneer de werknemer afstand kan doen van zijn recht op de concurrentievergoeding.

Arbeidshof: afstand op het ogenblik van de ontslagbrief


Het arbeidshof van Luik diende zich uit te spreken over deze problematiek. In casu had een werknemer op 10 juli 2006 een opzegbrief verstuurd waarin de volgende verklaring was opgenomen: “(…) Ik heb, en na de effectieve datum van mijn ontslag, zal ik geen enkele aanspraak kunnen maken op eender welke verdere vergoeding in verband met mijn ontslag of deze ontslagbrief.”

Uiteindelijk kwam er een einde aan de arbeidsovereenkomst op 30 september 2006, datum waarop de opzeggingstermijn is verstreken. Het arbeidshof van Luik oordeelde dat de werknemer rechtsgeldig afstand had gedaan van de compensatoire concurrentievergoeding in zijn ontslagbrief van 10 juli 2006, die dateerde van 20 dagen voor de datum van uitdiensttreding (30 september 2006).

In dat opzicht verduidelijkte het hof nog dat de wettelijke bepalingen in verband met het concurrentiebeding van ‘dwingend recht’ zijn ten voordele van de werknemer, wat betekent dat de werknemer hiervan pas kan afwijken vanaf het ogenblik dat deze niet meer ‘dwingend’ zijn. Het arbeidshof vond dat er afstand kon worden gedaan op het ogenblik van de betekening van de ontslagbrief (enkele maanden vóór het einde van de arbeidsovereenkomst).

Hof van Cassatie: geen rechtsgeldige afstand van het recht


De werknemer vond deze argumentatie tegenstrijdig en bracht de zaak voor het Hof van Cassatie. Het Hof volgde de redenering van de werknemer en verbrak het arrest van het arbeidshof. Het Hof van Cassatie merkte op dat de toepasselijke reglementering pas zijn ‘dwingend karakter’ verliest op het ogenblik dat de arbeidsrelatie effectief een einde neemt.

Specifiek wat betreft de concurrentievergoeding, voegde het Hof hier nog aan toe dat een werknemer ook na zijn uitdiensttreding nog niet meteen rechtsgeldig afstand kan doen van zijn recht op de compensatoire vergoeding. Na het einde van de arbeidsovereenkomst heeft de werkgever immers nog 15 dagen de tijd om al dan niet afstand te doen van de toepassing van het concurrentiebeding. Volgens het Hof van Cassatie moet de werknemer dus wachten tot de compensatoire vergoeding opeisbaar wordt: wanneer de werkgever tijdens de voorziene termijn van 15 dagen geen afstand heeft gedaan van de toepassing van het beding. Pas ten vroegste op dit ogenblik kan de werknemer rechtsgeldig afstand doen van zijn recht op de compensatoire vergoeding.

Het ziet er dus naar uit dat de werkgever toch nog gehouden zal zijn om de compensatoire vergoeding te betalen aan de werknemer, aangezien de afstandclausule in de ontslagbrief volgens het Hof van Casstie niet kan worden beschouwd als een rechtsgeldige afstand van het recht op een concurrentievergoeding. Dit arrest toont aan dat de werkgever omzichtig moet omspringen met een concurrentiebeding, aangezien dit hem – letterlijk – duur te staan kan komen. Indien de werkgever niet binnen de 15 dagen na de uitdiensttreding afstand heeft gedaan van het concurrentiebeding, zal hij de (fikse) compensatoire vergoeding moeten betalen.

Hof van Cassatie, 13 december 2010, S.10.0044.F/1, Juridat

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen