< Terug naar overzicht

Kan werknemer na tegenopzegging nog aanspraak maken op aanvullende opzeggings- en/of beschermingsvergoeding?

Wanneer een werknemer door zijn werkgever ontslagen wordt met een te korte opzeggingstermijn, dan ontstaat voor hem het recht op een aanvullende opzeggingsvergoeding. Als de werknemer vervolgens zelf - tijdens de te korte opzeggingstermijn - de arbeidsovereenkomst beëindigt door middel van een tegenopzegging, rijst de vraag of hij na de tegenopzegging nog steeds aanspraak kan maken op de aanvullende opzeggingsvergoeding. Charlotte Pil

Hetzelfde probleem doet zich voor in het kader van bijzondere ontslagprocedures. Wanneer een werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigt met een te presteren opzeggingstermijn zonder de bijzondere ontslagprocedure te respecteren, heeft de werknemer recht op een beschermingsvergoeding. Als de werknemer vervolgens overgaat tot tegenopzegging, kan hij na de tegenopzegging nog aanspraak maken op de beschermingsvergoeding? In een recent arrest van 10 december 2018 beantwoordt het Hof van Cassatie deze twee vragen verschillend.

Dubbel onregelmatig ontslag

De feiten die aanleiding gaven tot dit arrest speelden zich af voor de inwerkingtreding van de Wet Eenheidsstatuut op 1 januari 2014. Een preventieadviseur met 24 jaar anciënniteit werd ontslagen met een te korte opzeggingstermijn, rekening houdend met de wettelijke regels die toen nog golden. Terwijl hij als hogere bediende wettelijk recht had op een opzeggingstermijn van minstens 15 maanden, werd hem een opzeggingstermijn van 14 maanden betekend. Daarnaast had de werkgever de bijzondere ontslagprocedure voor preventieadviseurs niet gerespecteerd.

Voor de werknemer ontstond dus zowel het recht op een aanvullende opzeggingsvergoeding als het recht op een beschermingsvergoeding. In plaats van deze rechten meteen te doen gelden, deed de preventieadviseur tijdens de te korte opzeggingstermijn eerst nog een tegenopzegging. Toen hij later zijn werkgever dagvaardde om een aanvullende opzeggings- en beschermingsvergoeding te vorderen, was het echter helemaal niet meer zeker of hij daar na de tegenopzegging nog wel recht op had.

Arbeidshof van Gent verklaart beide vorderingen ongegrond

Net zoals de arbeidsrechtbank in eerste aanleg, verklaarde het arbeidshof van Gent in hoger beroep beide vorderingen van de preventieadviseur ongegrond. Volgens het arbeidshof laat de tegenopzegging van de werknemer de initiële opzegging door de werkgever als het ware verdwijnen, waardoor de opzegging door de werkgever geen gevolgen meer heeft. Bijgevolg kan de werknemer geen vordering meer instellen tot betaling van een aanvullende opzeggingsvergoeding.

Het arbeidshof hanteerde dezelfde redenering bij het beoordelen van de vordering van een beschermingsvergoeding wegens het niet respecteren van de bijzondere ontslagprocedure voor preventieadviseurs. De tegenopzegging van de werknemer doet de opzegging gegeven door de werkgever zonder naleving van de bijzondere ontslagprocedure verdwijnen. De opzegging door de werkgever kan daarom geen gevolgen meer hebben. Logischerwijze kan de werknemer dan ook geen aanspraak meer maken op een beschermingsvergoeding.

Hof van Cassatie trancheert

De werknemer tekende cassatieberoep aan. In het arrest dat daarop volgde, bevestigde het Hof dat het recht op een aanvullende opzeggingsvergoeding door de tegenopzegging tenietgaat. Het recht op een beschermingsvergoeding als preventieadviseur verdwijnt volgens het Hof echter niet door de tegenopzegging, aangezien dit recht - dat ontstaat zodra de werkgever de bijzondere ontslagprocedure niet respecteert - in tegenstelling tot het recht op een aanvullende opzeggingsvergoeding een sanctionerend karakter zou hebben.
Dit arrest leert dat een werknemer door het geven van een tegenopzegging het recht op een aanvullende opzeggingsvergoeding verliest. Hij verliest daarentegen niet het recht op een beschermingsvergoeding als preventieadviseur. Of dit behoud van de beschermingsvergoeding ook zal gelden voor andere beschermde werknemers (bijvoorbeeld werknemersvertegenwoordigers of kandidaten) valt nog af te wachten.

Hof van Cassatie 10 december 2018, S.13.0034.N.

Charlotte Pil
Advocaat-medewerker Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen