< Terug naar overzicht

Kan nationale rechter een door andere lidstaat uitgereikt detacheringsformulier naast zich neerleggen bij fraude?

In een arrest van 7 juni 2016 heeft het Hof van Cassatie een interessante vraag gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie in verband met de bindende kracht van een door een andere lidstaat uitgereikt E-101-formulier.

Het E-101-formulier bevestigt binnen de Europese Unie in geval van detachering vanuit een andere lidstaat naar België, dat de werknemer verder aan de sociale zekerheid van zijn thuisland onderworpen blijft. De vraag van het Hof van Cassatie heeft betrekking op het E-101-formulier dat in het kader van de Verordening (EEG) 1408/71 werd uitgereikt.

Deze Verordening werd grotendeels vervangen door de Verordening (EG) 883/2004 op grond waarvan nu een A-1-formulier wordt uitgereikt. Het spreekt evenwel voor zich dat de uitspraak van het Hof van Justitie ook voor de huidige A-1-formulieren van groot belang is.

De feiten

Een Belgische onderneming in de bouwsector had zelf nauwelijks personeel in dienst, maar deed een beroep op Bulgaarse onderaannemers die hun werknemers naar België detacheerden met behoud van de Bulgaarse sociale zekerheid. De Bulgaarse werknemers waren in het bezit van een E-101-formulier.

De Bulgaarse ondernemingen hadden echter nauwelijks enige bedrijvigheid in Bulgarije. Bijgevolg voerde de sociale inspectie een onderzoek of de Bulgaarse ondernemingen geen dekmantel waren om te ontkomen aan de Belgische sociale zekerheid. Als gevolg hiervan had de Belgische overheid de Bulgaarse overheid verzocht om de E-101-formulieren in te trekken, maar dat verzoek bleef zonder gevolg.

De strafprocedure werd ingesteld tegen de betrokken ondernemingen wegens onder meer het niet-onderwerpen van de werknemers aan de Belgische sociale zekerheid. Deze werden vrijgesproken in eerste aanleg, maar niet in beroep.

Bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie

Eerder had het Hof van Justitie in zijn arrest-Fitzwilliam geoordeeld dat het E-101-formulier bindend is voor de ontvangende lidstaat. Zolang dit E-101-formulier niet is ingetrokken of ongeldig verklaard door de lidstaat die het E-101-formulier heeft uitgereikt, moet de ontvangende lidstaat hiermee rekening houden en kan hij de buitenlandse werknemers niet aan zijn eigen sociale zekerheid onderwerpen.

Wanneer de ontvangende lidstaat twijfels heeft over de geldigheid van het E-101-formulier of de juistheid van de feiten die aan de grondslag liggen van het E-101-formulier, dan moet deze gebruikmaken van de op Europees vlak voorziene bemiddelings-en betwistingsprocedures om hieromtrent uitsluitsel te krijgen (Hof van Justitie, 10 februari 2000, zaak C-202/97).

Een paar jaar later oordeelde het Hof van Justitie in zijn arrest-Herbosche Kiere dat de rechterlijke instantie van de ontvangende lidstaat niet bevoegd is om de geldigheid na te gaan van een E-101-verklaring wat betreft de feiten op grond waarvan het formulier werd afgegeven en meer bepaald het bestaan van een organische band tussen de uitzendende buitenlandse onderneming en de gedetacheerde werknemer (Hof van Justitie, 26 januari 2006, zaak C-2/05).

Appelrechters oordelen anders

Met deze rechtspraak was de bindende kracht van het E-101-formulier met andere woorden een feit. Maar niet volgens de appelrechters…

Hoewel de Belgische overheid de Europese betwistingsprocedures nog niet volledig had uitgeput, achtten de appelrechters zich niet gebonden door de E-101-formulieren, nu deze op frauduleuze wijze werden verkregen via een voorstelling van de feiten die niet met de werkelijkheid overeenstemde en dit met het oog op het ontduiken van de detacheringsvoorwaarden.

Cassatieberoep en prejudiciële vraag

Tegen de beslissing van de appelrechters werd cassatieberoep ingesteld, nu de appelrechters volgens de betrokken ondernemingen niet bevoegd zijn om de bindende kracht van de E-101-formulieren zonder het gebruik van de betwistingsprocedures uit te schakelen.

Het Hof van Cassatie besloot in zijn arrest van 7 juni 2016 om de zaak aan het Hof van Justitie voor te leggen en stelde het hof de prejudiciële vraag of een E-101-verklaring door een rechter van een andere lidstaat dan de uitzendende lidstaat kan worden vernietigd of buiten beschouwing worden gelaten in geval van fraude. Dit krijgt dus zeker nog een vervolg.

Auteur: Sophie Maes (vennoot Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen