< Terug naar overzicht

Kan een werkgever de kosten voor opleidingen terugeisen van een werknemer die vertrekt?

Na zijn uitdiensttreding werd een werknemer geconfronteerd met een eis tot terugbetaling van de kosten voor een opleiding die hij had genoten op kosten van zijn voormalige werkgever. De werkgever steunde zich op een ‘scholingsbeding’ in de arbeidsover

De werknemer ging hiermee niet akkoord en betwiste de geldigheid van het scholingsbeding. In een arrest van 4 april 2005 deed het Arbeidshof van Gent hierover een uitspraak. Het Arbeidshof herinnerde aan de belangrijkste principes i.v.m. de geldigheid van het scholingsbeding.

Het merkte op dat het scholingsbeding niet uitdrukkelijk is geregeld in de wet, zodat een dergelijk beding in principe geldig is als het een geoorloofde oorzaak heeft.

Volgens het Arbeidshof kan een scholingsbeding geldig zijn als het tot doel heeft de kosten van een opleiding te recupereren wanneer deze opleiding voor de werkgever (gedeeltelijk) nutteloos is gebleken door het vroegtijdig vrijwillig vertrek van de werknemer. Wanneer echter blijkt dat het scholingsbeding bedoeld is om het recht van de werknemer om zijn arbeidsovereenkomst te beëindigen, te beperken (door het opleggen van een bijkomende vergoeding), heeft het scholingsbeding een ongeoorloofde oorzaak. In dat geval is het beding immers in strijd met de dwingende wettelijke bepalingen inzake opzegging.

Bij de beoordeling van de bedoeling van de partijen dient men volgens het Arbeidshof niet alleen rekening te houden met het bedrag en met de duur van het beding. Deze elementen moeten ook worden getoetst aan de specifieke omstandigheden en in het bijzonder aan de opleidingen waarop zij betrekking hebben. In dit geval oordeelde het Arbeidshof dat het scholingsbeding zo ruim en algemeen werd geformuleerd, dat het beding in feite gedurende de volledige tewerkstelling van toepassing bleef. De plicht tot terugbetaling werd immers niet beperkt in de tijd. Als enige voorwaarde gold dat er gedurende de periode van vijf jaar vóór de uitdiensttreding ten minste één opleiding werd gevolgd. Gelet op de aard van de functie (analist-programmeur) achtte het Arbeidshof het meer dan aannemelijk dat deze voorwaarde altijd vervuld zou zijn, zodat het beding neerkwam op een voortdurende plicht tot betaling van een bijkomende vergoeding bij vrijwillig vertrek. Het scholingsbeding werd dan ook ongeldig verklaard.



images

images


 

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen