< Terug naar overzicht

Kan een personeelsvertegenwoordiger worden opgezegd wanneer hij de pensioenleeftijd nadert?

De wet stelt dat een werkgever de arbeidsovereenkomst van een werknemer die de pensioenleeftijd nadert, kan opzeggen met een opzeggingstermijn van maximaal 26 weken (6 maanden) (artikel 37/6 van de Arbeidsovereenkomstenwet). Men dient ervoor te zorgen dat de arbeidsovereenkomst een einde neemt ten vroegste vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer de wettelijke pensioenleeftijd bereikt. De werknemer kan dan na afloop van deze termijn toetreden tot het wettelijk pensioen.

Leden van de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk zijn beschermd tegen ontslag. Voor hen geldt een afzonderlijke ontslagregeling. De wet voorziet echter dat deze bijzondere ontslagbescherming niet meer wordt toegekend aan personeelsafgevaardigden die de pensioenleeftijd van 65 jaar bereiken (artikel 2, §2 van de Bijzondere Ontslagregelingswet).

In casu had de werkgever de arbeidsovereenkomst van een personeelsafgevaardigde in de ondernemingsraad en het CPBW dan ook opgezegd met een verkorte opzeggingstermijn van 6 maanden met het oog op zijn pensioen. De opzeggingstermijn liep van 1 januari 2013 tot en met 30 juni 2013. Op 15 juni 2013 was de werknemer 65 jaar geworden, zodat hij op 1 juli 2013, na afloop van de opzeggingstermijn, met pensioen kon gaan.

De werknemer meende dat de opzegging in strijd was met zijn ontslagbescherming en eiste de betaling van een beschermingsvergoeding. De vraag rijst dus vanaf wanneer een personeelsafgevaardigde kan worden opgezegd met een ‘normale’ opzeggingstermijn van 6 maanden.

Bevestigende case

De arbeidsrechtbank oordeelde dat de bovenstaande bepaling betekent dat de personeelsafgevaardigde 65 jaar moet zijn op het ogenblik van het verstrijken van de opzeggingstermijn, net zoals voor ‘gewone’ werknemers aan wie men de verkorte opzeggingstermijn van 26 weken betekent. Aangezien de werknemer 65 jaar was geworden op 15 juni 2013, voor het verstrijken van de opzeggingstermijn op 30 juni 2013, was het ontslag volgens de arbeidsrechtbank geldig. De arbeidsrechtbank was met andere woorden van oordeel dat personeelsvertegenwoordigers op dezelfde manier moeten worden behandeld als andere werknemers die de pensioenleeftijd naderen.

Het arbeidshof van Gent heeft dit vonnis echter vernietigd. Volgens het Hof moet de bovenstaande bepaling zo geïnterpreteerd worden, dat een werkgever de arbeidsovereenkomst met een beschermde werknemer pas kan opzeggen met de gewone verkorte opzeggingstermijn wanneer die werknemer al 65 jaar is geworden. Het is daarbij niet van belang dat de werknemer 65 jaar is op het ogenblik dat de opzeggingstermijn verstrijkt. De werknemer moet ook 65 jaar zijn op het ogenblik dat de opzegging betekend wordt. Met dit arrest heeft het arbeidshof van Gent de meerderheidsrechtspraak en -rechtsleer ter zake bevestigd. Omdat het ontslag onregelmatig was, heeft het Hof de werkgever veroordeeld tot betaling van de beschermingsvergoeding.

Indien een werkgever een beschermde werknemer die de pensioenleeftijd nadert, wil ontslaan, moet hij bijgevolg wachten met het betekenen van de verkorte opzeggingstermijn van 6 maanden tot de werknemer effectief 65 jaar oud is.

■ Bron: Arbeidshof van Gent, 9 september 2016, AR 2015/AG/46

■ Auteur: Leen Peeters (Claeys & Engels)



< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen