< Terug naar overzicht

Kan cabinepersoneel van Ierse luchtvaartmaatschappij zijn werkgever vervolgen in België?

De Ryanair-saga: kan het cabinepersoneel gebaseerd in België zijn werkgever vervolgen voor de Belgische arbeidsrechtbanken?

In 2008 sluit een Spaanse steward een arbeidsovereenkomst met de Ierse maatschappij Ryanair voor de uitvoering van prestaties vanuit de luchthaven van Charleroi. Deze overeenkomst gaf de Ierse rechtbanken de bevoegdheid om kennis te nemen van elk geschil betreffende de arbeidsrelatie. De werknemer verlaat Ryanair in 2011 en daagt zijn voormalige werkgever voor de arbeidsrechtbank van Charleroi voor de betaling van loonachterstallen.

In een vonnis van 4 november 2013 achtte de arbeidsrechtbank van Charleroi zich onbevoegd om kennis te nemen van het geschil. De werknemer ging in beroep tegen dit vonnis, zodat het arbeidshof van Bergen de zaak opnieuw onderzocht.

In zijn arrest van 18 maart 2016 onderzoekt het arbeidshof in detail de regels die de bevoegdheid van de Belgische rechtbanken bepalen om kennis te nemen van geschillen die voortvloeien uit een ‘internationale’ arbeidsrelatie, vooraleer een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie, waarop het antwoord, indien positief, de rechten van al het cabinepersoneel gebaseerd in België, aanzienlijk zou versterken.

1. Onder welke voorwaarden zijn de Belgische rechtbanken bevoegd?

Het antwoord op deze vraag staat in de Europese Verordening Brussel I volgens dewelke de werknemer steeds de mogelijkheid heeft om de werkgever voor de rechtbank te brengen van de lidstaat waarin die werkgever zijn maatschappelijke zetel heeft. In dit geval zou het om Ierland gaan.

Er is echter een specifieke bescherming voor de werknemer, die er ook voor kan kiezen om zijn werkgever voor de rechtbank te brengen van de lidstaat waar hij ‘gewoonlijk’ is tewerkgesteld. Indien de werknemer niet gewoonlijk werkt in eenzelfde staat, kan hij de rechtbank aanvatten van de lidstaat waarin de vestiging ligt die hem heeft aangeworven. Het is verboden om van deze regels af te wijken voor het ontstaan van het geschil, behalve indien dit zou zijn om de werknemer toe te laten zijn werkgever ook in andere landen voor de rechtbank te dagen.

2. Wat is de plaats van ‘gewoonlijke’ tewerkstelling van de werknemer?

In deze zaak heeft het arbeidshof van Bergen (Mons) allereerst vastgesteld dat de contractuele bepaling die de bevoegdheid om kennis te nemen van geschillen betreffende de arbeidsrelatie toekende aan de Ierse rechtbanken, niet tegenstelbaar is aan de werknemer. Aangezien de maatschappelijke zetel van de werkgever niet in België lag, maar in Ierland, heeft het arbeidshof vervolgens onderzocht of de werknemer ‘gewoonlijk’ tewerkgesteld was in België. In dit geval zou zij het vonnis immers moeten hervormen en zich bevoegd verklaren.

Verwijzend naar de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, herinnert het arbeidshof eraan dat de plaats van ‘gewoonlijke’ tewerkstelling “de plaats is, waar of van waaruit de werknemer hoofdzakelijk zijn verplichtingen ten aanzien van de werkgever vervult.” In de sector van het internationaal transport gaat het meer bepaald om de plaats van waaruit de werknemer zijn transportopdrachten verricht, waar hij naar terugkeert als hij deze beëindigd heeft, waar zijn arbeidsinstrumenten zich bevinden, waar de werknemer zijn werk organiseert en waar hij zijn instructies ontvangt.

In dit geval stelt het arbeidshof vast dat de steward zijn taken uitvoert vanuit de luchthaven van Charleroi en hier systematisch terug naartoe keerde op het einde van elke arbeidsdag, hij zijn taken vanuit Charleroi organiseerde, hij daar opleidingen moest volgen, dat de vliegtuigen waarop hij zijn prestaties uitvoerde in Charleroi stonden, en dat de luchtvaartmaatschappij daar een bureau en ondersteunend personeel had.

3. Heeft de ‘thuisbasis’ van de werknemer een impact?

Hoewel men dus een onmiddellijke hervorming van het vonnis had kunnen verwachten, besloot het arbeidshof om, vooraleer zich uit te spreken, een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie over het bestaan van enige gelijkenis tussen de begrippen ‘plaats van gewoonlijke tewerkstelling’ en ‘thuisbasis’.

De ‘thuisbasis’ is een begrip eigen aan de burgerluchtvaart en stemt overeen met de plaats waar het lid van het cabinepersoneel zijn taak begint en beëindigt en waar de exploitant, in normale omstandigheden, niet verplicht is accommodatie te voorzien. Voor de steward ging het om de luchthaven van Charleroi, die uitdrukkelijk als ‘home base’ was gekwalificeerd in de arbeidsovereenkomst.

Aangezien de ‘thuisbasis’ verplicht bepaald is voor al het cabinepersoneel door de exploitant, zou het vaststellen van een gelijkenis tussen dit begrip en de ‘plaats van gewoonlijke tewerkstelling’ dus een aanzienlijke juridische zekerheid kunnen brengen.

Luchtvaartmaatschappijen wachten het arrest van het Hof van Justitie ongetwijfeld angstvallig af. De ‘plaats van gewoonlijke tewerkstelling’ heeft immers niet alleen een impact op de mogelijkheid van de rechtbanken om kennis te nemen van een geschil, maar eveneens op de wetgeving die van toepassing is op de arbeidsovereenkomst en dus de rechten van de werknemers ...

Auteur: Sophie Maes (advocaat-vennoot Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen