< Terug naar overzicht

Kan beschermde werknemer afstand doen van recht op beschermingsvergoeding?

Tot vrij recent leek een beschermde werknemer geen afstand te kunnen doen van de beschermingsvergoeding. De huidige rechtspraak lijkt daar anders over te oordelen.

Aangezien de personeelsafgevaardigden in ondernemingsraden en comités voor preventie en bescherming op het werk, evenals de kandidaten voor deze mandaten, over de volledige vrijheid moeten kunnen beschikken om als spreekbuis te dienen voor de werknemers, heeft de Belgische wetgever hun een strenge ontslagbescherming verschaft. Op basis van deze beschermingsregeling kan een werkgever hen alleen ontslaan in twee gevallen:
  • Om een ‘dringende reden’, die vooraf door een arbeidsgerecht wordt aangenomen.

  • Om ‘economische of technische redenen’, die vooraf door het paritair comité worden erkend.


  • Bovendien wordt algemeen aangenomen dat deze ontslagregeling van openbare orde is, zodat een beschermde werknemer hiervan geen afstand kan doen. Hoewel iedereen het erover eens is dat de ontslagbescherming van (kandidaat-)personeelsafgevaardigden de openbare orde raakt, bestaat er al jaar en dag discussie over de vraag of een beschermd werknemer al dan niet afstand kan doen van het recht op een beschermingsvergoeding (die kan oplopen van twee tot acht jaar loon!).

    Eerste bres


    Tot voor enkele jaren werd in de rechtspraak aangenomen dat een beschermde werknemer nooit rechtsgeldig afstand kan doen van zijn/haar recht op een beschermingsvergoeding, omdat dit onlosmakelijk verbonden is met de beschermingsregeling. Anders zou het ‘openbare orde’-karakter van de ontslagbescherming worden uitgehold.

    In 2003 begonnen de Belgische arbeidshoven zich toch stilaan anders op te stellen. Het arbeidshof te Gent was het eerste dat een belangrijke nuancering aanbracht door te oordelen dat een beschermde werknemer ná zijn ontslag – dus op het ogenblik dat het recht op een eventuele beschermingsvergoeding ontstaat – wel geldig afstand kan doen van het recht op deze vergoeding. Het arbeidshof was van oordeel dat de beschermingsregeling op zich weliswaar de openbare orde raakt, maar dat het recht op een beschermingsvergoeding (slechts) van dwingend recht is.

    Het duurde nog tot in 2007 alvorens het arbeidshof te Antwerpen hetzelfde standpunt bevestigde. In een recent arrest van 11 mei 2010 is nu ook het arbeidshof te Brussel gevolgd. Aan de basis van die zaak lag een ernstig uit de hand gelopen ruzie tussen de beschermde werknemer en één van zijn collega’s. Wat er nadien is gebeurd, blijkt slechts vaag uit het dossier: heeft de werknemer zelf gevraagd om ontslagen te worden of heeft de werkgever gezegd dat hij de procedure met het oog op het ontslag om dringende reden van de beschermde werknemer zou opstarten, tenzij hij akkoord kon gaan met een alternatieve ontslagregeling? In ieder geval staat vast dat de partijen een dadingsovereenkomst hebben gesloten, waaruit bleek dat de werkgever de werknemer had ontslagen met betaling van een (beperkte) ontslagvergoeding en waarbij de werknemer uitdrukkelijk erkende dat hij geen recht had op enige beschermingsvergoeding.

    Toch een vergoeding?


    Na de ondertekening van de dadingsovereenkomst stapte de werknemer echter toch naar de rechter met de bedoeling om een fikse beschermingsvergoeding op te strijken. De werknemer beweerde dat hij niet rechtsgeldig afstand had gedaan van zijn recht op een beschermingsvergoeding, gelet op het ‘openbare orde’-karakter van de ontslagbescherming van de (kandidaat-)personeelsafgevaardigden.

    Het arbeidshof te Brussel gaf de werknemer ongelijk door te oordelen dat, hoewel de beschermingsregeling voor (kandidaat-)personeelsafgevaardigden van openbare orde is, dit niet impliceert dat ook de beschermingsvergoeding van openbare orde is. Dit betekent concreet dat een beschermde werknemer, hoewel hij geen afstand kan doen van zijn bescherming op zich, wel afstand kan doen van de beschermingsvergoeding ná het ontslag, zodra zijn/haar recht op een beschermingsvergoeding is ontstaan.

    Het ziet er dus naar uit dat de vroegere onzekerheid omtrent deze stelling van de baan is, nu de meerderheid van de Belgische arbeidshoven deze strekking lijkt aan te nemen.

    Arbeidshof Brussel, 11 mei 2010, AR 2009/AB.52.000

    Lees meer over


    < Terug naar overzicht

    U zoekt, u vindt !

    HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

    Word nu lid !
    Geniet van de voordelen