< Terug naar overzicht

Is schriftelijke getuigenis tegen een werknemer wel geldig?

Bij een ontslag om dringende reden laat een werkgever andere werknemers wel eens een schriftelijke getuigenis tekenen over de feiten. Maar zal ook de rechtbank die getuigenis aanvaarden?

Wanneer een werkgever iemand wil ontslaan om dringende reden, wringt de schoen vaak bij de bewijsvoering. De werkgever moet immers zelf kunnen bewijzen dat de werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige tekortkomingen die elke samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maken. Vaak doet de werkgever hiervoor een beroep op werknemers die betrokken waren bij de feitelijkheden die aan de grondslag lagen van het ontslag om dringende reden of hiervan getuige waren. Vaak bestaat de enige mogelijkheid om een bewijs te leveren van de feiten dan ook uit het voorleggen van een schriftelijke getuigenis van deze werknemers. De vraag is in welke mate de rechtbank ook effectief rekening houdt met dergelijke verklaringen.

Handtekening volstaat niet

Recentelijk diende de arbeidsrechtbank van Gent, afdeling Roeselare, dergelijke verklaringen te beoordelen. Een werkgever was overgegaan tot het ontslag om dringende reden van een productieverantwoordelijke, omdat deze zich schuldig had gemaakt aan fraude. De werknemer had gegevens uit het computerbestand op slinkse wijze veranderd, opdat zijn eigen fouten (namelijk het opmaken van offertes tegen veel te lage prijzen) verborgen zouden blijven voor zijn werkgever.

De werkgever beschikte over verschillende stukken die dit konden bewijzen, maar legde ook verklaringen voor van andere werknemers. Hierin bevestigden zij dat zij op de hoogte waren van het fraudesysteem en dat hun productieverantwoordelijke hen chanteerde om hieraan mee te werken. De initiële verklaringen van de werknemers werden opgesteld enkele dagen na het ontslag om dringende reden. Concreet typten de werknemers hun relaas van de feiten uit en eindigden ze hun verklaring met een handtekening.

Het Gerechtelijk Wetboek voorziet evenwel sinds enkele jaren bijzondere formaliteiten waaraan schriftelijke verklaringen moeten voldoen, opdat deze in aanmerking kunnen komen voor de rechtbank. Zo moet de persoon die de verklaring aflegt onder meer bevestigen dat hij weet dat de verklaring dient om voor te leggen voor de arbeidsrechtbank en dat hij zich door het opstellen van valse verklaringen aan straffen blootstelt.

Wiens brood men eet…

Aangezien het ontslag om dringende reden werd betwist en de zaak werd ingeleid voor de arbeidsrechtbank, moesten de eerdere verklaringen van de werknemers dus opnieuw opgemaakt worden, rekening houdend met de formaliteiten uit het Gerechtelijk Wetboek. In de procedure lagen bijgevolg twee verklaringen voor: een verklaring die dateerde van kort na het ontslag (en die niet voldeed aan alle wettelijke formaliteiten) en een verklaring die later werd opgesteld (die wel beantwoordde aan de wettelijke vereisten).

Bij de beoordeling van de verklaringen stelt de arbeidsrechtbank vooreerst dat met dergelijke verklaringen omzichtig moet worden omgesprongen. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt... Niettemin beoordeelt de rechtbank de verklaringen als voldoende geloofwaardig en bewijskrachtig. Hiervoor verwijst de rechtbank naar het feit dat de verschillende verklaringen eensluidend zijn en overeenstemmen met de andere gegevens en stukken uit het dossier.

De rechtbank benadrukt ook dat de werknemers kennelijk bereid waren om hun verklaringen later te herhalen en in overeenstemming te brengen met het Gerechtelijk Wetboek, zodat de verklaringen in rechte konden worden voorgelegd. De rechtbank zag hierin een bevestigend element dat de werknemers volledig achter hun initiële verklaringen stonden, zodat er nog minder redenen waren om te twijfelen aan de juistheid ervan.

Het belang van de bevestiging

Dit vonnis toont aan dat de werkgever, op het ogenblik dat hij werknemers vraagt om een verklaring af te leggen omtrent bepaalde feiten, niet moet wakker liggen van de vorm waarin dit gebeurt (dit kan bijvoorbeeld zelfs in een e-mail). Wanneer het ontslag om dringende reden uiteindelijk betwist zou worden voor de arbeidsrechtbank, kunnen de verklaringen – om bewijskrachtig te zijn in een gerechtelijke procedure – eventueel nogmaals afgelegd worden in overeenstemming met de formaliteiten uit het Gerechtelijk Wetboek.

Vanzelfsprekend is het best om niet al te veel tijd te laten verstrijken, zodat men niet voor onaangename verrassingen komt te staan, indien de betrokken werknemers alsnog zouden weigeren om hun eerdere verklaringen te bevestigen.

Arbeidsrechtbank van Gent, afdeling Roeselare, 10 juni 2015, AR 14/108/A

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen