< Terug naar overzicht

Is een Uber-chauffeur freelancer of werknemer?

Komt er binnenkort (eindelijk) duidelijkheid over het statuut van Uber-chauffeurs? Het Europees Hof van Justitie dient zich alvast uit te spreken of Uber louter een online-platform is of het in feite een transportbedrijf is. Dat kan een zware impact hebben, misschien ook op andere initiatieven van het ‘platformkapitalisme’ (ook bekend als de ‘deeleconomie’).

Alle mogelijke soorten dienstverlening worden tegenwoordig online aangeboden. Het zal dan ook niet verbazen dat online-deelplatformen als paddenstoelen uit de grond schieten. Platformen zoals Uber (vervoer), Deliveroo (maaltijden) en AirBnb (verhuur appartementen/kamers) zijn inmiddels gevestigde waarden waarvan zowel jong als oud gretig gebruikmaakt. Maar ook platformen zoals ListMinut (klusjes), AirBsit (babysit) en Borrow My Doggy (spreekt voor zich …) kennen een opmars.

De opkomst van dergelijk ‘platformkapitalisme’ (ook wel de ‘deeleconomie’ genoemd) heeft niet enkel het eeuwenoude concept van de ‘marktplaats’ (waarbij vraag en aanbod elkaar ontmoeten) opnieuw uitgevonden, maar veroorzaakt eveneens een ongeziene shift op de arbeidsmarkt. Individuen die hun diensten wensen aan te bieden via een online-platform zullen dit veelal doen als freelancer (zelfstandige). Maar is die kwalificatie wel correct of is er in werkelijkheid sprake van een arbeidsrelatie?

Online-platform of transportbedrijf?

In een zaak die recent aanhangig werd gemaakt bij het Europees Hof van Justitie dient het Hof zich uit te spreken of Uber louter een online-platform is of het in feite een transportbedrijf is. Verwacht wordt dat deze uitspraak ook een impact zal hebben op de kwalificatie van het statuut van Uber-chauffeurs. Indien het Hof een recent advies van advocaat-generaal Szpunar volgt, volgens wie Uber een transportbedrijf is, zou dit mogelijk tot een herkwalificatie van het statuut van de (tot nu toe) zelfstandige Uber-chauffeurs kunnen leiden.

De eindeloze nieuwe (online-)dienstverleningsmogelijkheden openen tal van deuren: individuen krijgen de mogelijkheid om een centje bij te verdienen door hun diensten online aan te bieden of hun goederen met anderen te delen. Maar wat is het sociaal statuut van deze dienstverlener: wordt hij terecht als freelancer gekwalificeerd of is er in realiteit sprake van juridische (en economische) afhankelijkheid van én ondergeschiktheid aan het online-platform? In dit verband is het sociaal statuut van de dienstverleners via het meest bekende online-platform, Uber, een vaak besproken discussiepunt.

Ook (indirecte) uitspraak over sociaal statuut?

In de (eerste) rechtspraak omtrent het statuut van Uber-chauffeurs in zowel de Verenigde Staten als in het Verenigd Koninkrijk werd geoordeeld dat er, gelet op de mate van controle door het online-platform, tussen Uber en zijn chauffeurs sprake is van een werknemersrelatie. Voorlopig is het koffiedik kijken in welke richting de rechtspraak van de lidstaten van de Europese Unie zal gaan.

De nationale rechters zullen zich mogelijk laten inspireren door de uitspraak van een zaak die recent aanhangig werd gemaakt bij het Europees Hof van Justitie. In deze zaak stelde een Spaanse rechter aan het Hof de vraag hoe de activiteiten van Uber gekwalificeerd moeten worden: doet het bedrijf louter aan e-commerce of is het een transportbedrijf? Het Hof van Justitie zal zich in deze zaak dus niet moeten uitspreken over de arbeidsrelatie ‘as such’, maar verwacht wordt dat de uitspraak er wel gevolgen voor kan hebben.

Een band van ondergeschiktheid?

Indien het Hof oordeelt dat Uber een transportbedrijf is, kan dit betekenen dat Uber-chauffeurs, althans naar Belgisch recht, in feite werknemers zijn van het bedrijf. In België werd er immers binnen bepaalde sectoren, waaronder de transportsector, een wettelijk (weerlegbaar) vermoeden van arbeidsovereenkomst ingevoerd wanneer blijkt dat bepaalde specifieke criteria zijn vervuld die wijzen op een band van ondergeschiktheid.

Indien het Hof daarentegen oordeelt dat Uber alleen aan e-commerce doet, dan geldt er geen wettelijk (weerlegbaar) vermoeden van arbeidsovereenkomst en zal de arbeidsrelatie getoetst worden aan algemene (en doorgaans minder strikte) criteria. In zo’n geval lijkt een herkwalificatie van de arbeidsrelatie minder waarschijnlijk.

Niet alleen ‘bemiddelaar’?

Volgens de conclusie van 11 mei 2017 van de advocaat-generaal van het Europees Hof van Justitie is Uber een transportbedrijf, omdat het bedrijf niet louter als ‘bemiddelaar’ fungeert. Uber-chauffeurs kunnen volgens de advocaat-generaal enkel en alleen een activiteit uitoefenen door het platform (en dus geen activiteit uitoefenen los van het platform).

Dat heeft als gevolg dat, indien het Hof van Justitie de conclusie van de advocaat-generaal volgt, Uber enerzijds onderworpen zal zijn aan de door het nationale recht opgelegde vergunningen en licenties, en dat anderzijds het hogergenoemde wettelijk (weerlegbaar) vermoeden mogelijk toepassing zal kunnen vinden, waardoor de arbeidsrelaties tussen Uber en haar chauffeur-dienstverleners geherkwalificeerd kunnen worden als werknemers. Voorlopig is het nog uitkijken naar een definitieve beslissing van het Europees Hof van Justitie.

Auteur: Anne Wils (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen