< Terug naar overzicht

Is afgewezen ontslag om dringende redenen dan ‘willekeurig’?

Als een ontslag om dringende reden afgewezen wordt door de arbeidsgerechten, kan het dan meteen ook als ‘willekeurig’ of ‘kennelijk onredelijk’ gecatalogiseerd worden?

Een werknemer die ontslagen wordt wegens dringende reden, zal dit ontslag veelal aanvechten. De procedure voor de arbeidsrechtbank is vaak ook aanleiding om nog andere vergoedingen te claimen, zoals een schadevergoeding wegens ‘willekeurig ontslag’, gelijk aan 6 maanden loon.

Voor ontslagen die plaatsvonden ná 1 april 2014, kan er in principe geen vergoeding wegens ‘willekeurig ontslag’ meer geclaimd worden, nu het ‘willekeurig ontslag’ voor arbeiders voor ontslagen vanaf die datum vervangen werd door een algemeen verbod op ‘kennelijk onredelijk ontslag’. Voor de ontslagen die voor 1 april 2014 plaatsvonden, maar waar er nu nog altijd een procedure voor de arbeidsgerechten lopende is, komt het ‘willekeurig ontslag’ evenwel nog aan bod.

Dat was ook het geval in de zaak waarin het arbeidshof van Brussel op 8 september 2014 uitspraak deed over een ontslag wegens dringende reden van een arbeider (automechanicien), daterende van 14 mei 2009.

Gedrag, geschiktheid of noodwendigheden?

Het arbeidshof van Brussel oordeelde in eerste instantie dat het ontslag wegens dringende reden ongegrond was. Daartegenover stelde het arbeidshof meteen dat de afwezigheid van enige dringende reden daarom niet automatisch betekent dat het ontslag ook ‘willekeurig’ is. Het arbeidshof verduidelijkte deze stelling door aan te halen dat de ingeroepen tekortkomingen mogelijk te weinig zwaarwichtig kunnen zijn om een ontslag wegens dringende reden te rechtvaardigen, maar niettemin een rechtsgeldig ontslagmotief kunnen vormen, zodat er geen sprake is van ‘willekeurig ontslag’.

Dit laatste is enkel en alleen het geval indien het ontslag niet gerechtvaardigd is door redenen die verband houden met het gedrag van de werknemer, de geschiktheid van de werknemer of de noodwendigheden van de dienst. In casu was het arbeidshof van mening dat de arbeider, gelet op de diverse ingebrekestellingen, alsook gelet op het feit dat hij een aantal tekortkomingen zelf erkend had, geen vlekkeloos arbeidsparcours vertoonde. In hetzelfde licht herhaalde het arbeidshof dat er geen dringende reden en ook geen fout vereist is in hoofde van de werknemer, opdat het ontslag niet willekeurig zou zijn. Resultaat was dat het arbeidshof aan de arbeider alleen een opzegvergoeding toekende en niet de gevorderde extra 6 maanden loon wegens ‘willekeurig ontslag’.

‘Willekeurig’ anno 2015 is ‘kennelijk onredelijk ontslag’?

Hoewel het ‘willekeurig ontslag’ vandaag (voor de meeste sectoren) vervangen is door het ‘kennelijk onredelijk ontslag’, blijft deze rechtspraak zeker pertinent. Het ‘kennelijk onredelijk ontslag’ is immers geënt op het vroegere ‘willekeurige ontslag’.

Hoewel het moeilijk is om nu al in te schatten hoe de arbeidsgerechten zullen oordelen of er sprake is van een ‘kennelijk onredelijk ontslag’, ligt het in de lijn der verwachtingen dat de interpretatie van beide begrippen gelijkaardig zal zijn, al geldt niet langer dat de werkgever de volledige bewijslast draagt (wat wel het geval was/is bij het ‘willekeurig ontslag’). De rechtspraak omtrent het recent ingevoerde ‘kennelijk onredelijk ontslag’ zal dit uiteraard nog moeten uitwijzen.

Bron: arbeidshof van Brussel, 8 september 2014, AR 2013/AB/312

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen