< Terug naar overzicht

Interne preventieadviseur mag geen personeelsvertegenwoordiger zijn

De verplichte neutraliteit van een preventieadviseur van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk verhindert hem om zich kandidaat te stellen als personeelsafgevaardigde in de overlegorganen van de onderneming. De arbeidsrechtbank van B

De werknemer is sinds 17 augustus 1987 voltijds tewerkgesteld bij de onderneming, die op 10 mei 2012 sociale verkiezingen zal organiseren voor de personeelsafgevaardigden in haar overlegorganen. Tijdens de vergadering van het CPBW van 21 december 2011 werd de werknemer voorgedragen en aangesteld als interne preventieadviseur-arbeidsveiligheid niveau 1 van de IDPB voor 50 procent van zijn arbeidstijd naast zijn functie bij Operational Services.

De werknemer was in zijn carrière al eerder voltijds preventieadviseur geweest. Op 12 maart 2012 werd de onderneming evenwel door de vakbond op de hoogte gesteld van de kandidatuur van diezelfde werknemer voor de sociale verkiezingen van 2012 (voor de ondernemingsraad).

De arbeidsrechtbank van Brussel stelde dat de kandidatuur onwettig was en verwees in haar vonnis van 12 april 2012 klaar en duidelijk naar artikel 16 van de Bedrijfsorganisatiewet van 20 september 1948, dat uitdrukkelijk bepaalt dat de preventieadviseur die deel uitmaakt van het personeel van de onderneming waar hij zijn functie uitoefent, noch werkgevers-, noch personeelsafgevaardigde kan zijn. Dat is trouwens ook één van de uitdrukkelijke geldigheidsvoorwaarden van verkiesbaarheid die moeten vervuld zijn op de datum van de sociale verkiezingen.

Uit een analyse van de definitie van preventieadviseur, zoals bepaald in artikel 2 van de wet van 20 december 2002 betreffende de bescherming van de preventieadviseurs, besluit de arbeidsrechtbank vervolgens dat de werknemer wel degelijk als preventieadviseur verbonden is aan de IDPB, wat de rechtbank voornamelijk bevestigd zag in de notulen van de vergadering van het CPBW van 21 december 2011.

Bijgevolg kon de vakbond de werknemer niet voordragen als kandidaat-personeelsafgevaardigde voor de ondernemingsraad (of voor het CPBW) tijdens de sociale verkiezingen van 2012, aangezien de werknemer duidelijk als preventieadviseur verbonden was aan de IDPB, al was het slechts voor 50 procent van zijn arbeidstijd.

Uit dit vonnis blijkt duidelijk dat de neutraliteit en de objectiviteit van de interne preventieadviseur te allen tijde gerespecteerd moet worden en hij op gelijke voet dient te staan met zowel de werknemers binnen de onderneming als zijn werkgever zelf.

Arbeidsrechtbank van Brussel, 12 april 2012, AR 12/4587/A

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen