< Terug naar overzicht

Internationaal werk: nieuw sociale-zekerheidsverdrag tussen België en Montenegro

Sinds 1 juni 2014 geldt het nieuwe verdrag dat België en Montenegro gesloten hebben over de sociale zekerheid. In principe worden werknemers en zelfstandigen onderworpen aan de sociale zekerheid van de plaats van tewerkstelling.

Op 28 februari 2014 werd de Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en Montenegro (Belgisch Staatsblad 22 mei 2014) goedgekeurd (‘het Verdrag’). Het Verdrag trad in werking op 1 juni 2014 en vervangt het Verdrag tussen België en Joegoslavië betreffende de sociale zekerheid van 1 november 1954.

Het Verdrag is van toepassing op de personen op wie de wetgeving van België of Montenegro van toepassing is of geweest is, alsook op hun gezinsleden en hun nagelaten betrekkingen. Er wordt geen nationaliteitsvoorwaarde gesteld.

Het principe: ‘lex loci laboris’

Het Verdrag zorgt er onder andere voor dat dubbele onderwerping op het vlak van sociale zekerheid vermeden wordt. Het principe: werknemers en zelfstandigen worden onderworpen aan de sociale zekerheid van de plaats van tewerkstelling (het ‘lex loci laboris’-principe). Het reizend en varend personeel van internationale vervoersondernemingen die in België of Montenegro gevestigd zijn, zijn evenwel onderworpen aan de sociale zekerheid van de zetel van de onderneming.

Het Verdrag bevat ook bijzondere regels voor het geval waarin een werknemer die normaal ressorteert onder een onderneming die gevestigd is in het ene land, gedetacheerd wordt naar het andere land. In dit geval blijft de werknemer onderworpen aan de sociale zekerheid van de zendstaat, maar alleen voor zover de te verwachten duur van het door hem uit te voeren werk niet meer dan 24 maanden bedraagt en hij niet gezonden is ter vervanging van een andere werknemer wiens detacheringsperiode is afgelopen.

De bevoegde autoriteiten kunnen een bijkomende verlenging van maximaal drie jaar toestaan (dus vijf jaar in totaal). Deze verlenging moet voor het einde van de aanvankelijke periode van 24 maanden worden aangevraagd.

Dezelfde principes zijn van toepassing op een zelfstandige die zijn zelfstandige activiteit in het ene land stopzet en tijdelijk deze of een gelijkaardige activiteit uitoefent in het andere land. Hij blijft eveneens onder de sociale-zekerheidswetgeving van de zendstaat vallen, op voorwaarde dat de te verwachten duur van de uit te oefenen zelfstandige activiteit niet meer dan 24 maanden bedraagt, met een mogelijke verlenging van drie jaar mits akkoord van de bevoegde autoriteiten.

Werknemers van een vervoersonderneming met zetel op het grondgebied van het ene land die naar het andere land gedetacheerd worden of er in tijdelijk of ambulant verband werkzaam zijn, vallen onder de sociale zekerheid van de zetel van de onderneming. Dit geldt echter niet indien de vervoersonderneming een filiaal of permanente vertegenwoordiging heeft op het grondgebied van het andere land, tenzij de werknemer er maar tijdelijk wordt naartoe gezonden.

Overigens bepaalt het Verdrag specifieke regels voor ambtenaren, leden van diplomatieke missies en consulaire posten.

Zoals bepaald in verscheidene bilaterale verdragen inzake sociale zekerheid, bepaalt het Verdrag ook hier dat de bevoegde autoriteiten kunnen overeenkomen om in het belang van bepaalde verzekerden af te wijken van deze regels.

Diverse doelstellingen

Behalve het vermijden van een dubbele onderwerping, wil het Verdrag ook de overgang van het ene sociale-zekerheidsstelsel naar het andere vergemakkelijken. Bovendien waarborgt het Verdrag de gelijke behandeling van deze werknemers en zelfstandigen en wordt het behoud van verworven rechten vooropgesteld.

In het kader van deze algemene doelstellingen, behandelt het Verdrag uitgebreid de toepassingsmodaliteiten van verschillende sociale-zekerheidsprestaties, meer bepaald van de ziekte- en moederschapsverzekering, arbeidsongevallen en beroepsziekten, ouderdom, overlijden en invaliditeit, gezinsbijslag en werkloosheid.

Verder bevat het Verdrag een aantal diverse bepalingen inzake de verantwoordelijkheden van de bevoegde autoriteiten, de administratieve samenwerking tussen beide landen, gegevensuitwisseling, de taksen en vrijstellingen van geldigverklaring, de aanvragen, verklaringen en rechtsmiddelen, de uitbetalingsmodaliteiten, het bijleggen van geschillen, de uitvoeringsprocedures, bepalingen inzake niet-verschuldigde bedragen en samenwerkingsregels inzake fraudebestrijding. Er gelden ook enkele overgangs- en slotbepalingen.

Auteurs: Annabelle Truyers en Sophie Maes (advocaten Claeys & Engels)



< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen