< Terug naar overzicht

Internationaal werk: Europa zet in op seizoenarbeiders uit derde landen

Op 26 februari 2014 heeft het Europees Parlement een nieuwe richtlijn aangenomen met de voorwaarden voor binnenkomst en verblijf van seizoenarbeiders uit derde landen.

Volgens de nieuwe richtlijn kunnen de lidstaten van de Europese Unie voor seizoenarbeiders een maximale verblijfsperiode bepalen tussen de 5 en 9 maanden in een periode van 12 maanden. Voorts voorziet de richtlijn in enkele rechten voor seizoenarbeiders met het oog op het vermijden van economische en sociale uitbuiting. Tot slot wil de richtlijn vermijden dat het tijdelijk verblijf van de seizoenarbeiders permanent zou worden of overgaan in een illegaal verblijf. De lidstaten hebben tot 30 september 2016 de tijd om deze richtlijn in nationale wetgeving om te zetten.

Seizoenarbeid

Met seizoenarbeiders uit derde landen worden de onderdanen van een land buiten de EER bedoeld die hun hoofdverblijf buiten de EER behouden, maar tijdelijk legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven om er een seizoenafhankelijke activiteit uit te oefenen. (De EER staat voor de Europese Economische Ruimte, die alle 28 EU-lidstaten omvat, aangevuld met IJsland, Liechtenstein en Noorwegen.)

Deze arbeid wordt verricht op basis van één of meer arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die rechtstreeks tussen de derdelander en een in de lidstaat gevestigde werkgever werd(en) gesloten.

Welke activiteiten als seizoenarbeid kunnen worden beschouwd, moeten de lidstaten zelf bepalen. Het kan onder meer gaan om activiteiten binnen de toeristische sector of de land- en tuinbouw.

Arbeidskaart

Bij de aanvraag van de arbeidskaart (en/of de verblijfsvergunning/visum) moet een arbeidsovereenkomst worden voorgelegd met daarin de loon- en arbeidsvoorwaarden van de seizoenarbeider en het bewijs dat de werknemer over een medische verzekering, voldoende bestaansmiddelen en huisvesting beschikt.

De effectieve invulling van deze criteria moet per lidstaat gebeuren. De aanvraag van de arbeidskaart en de verblijfsvergunning/visum zou via één aanvraagprocedure moeten gebeuren en binnen de 90 dagen zijn afgehandeld.

Maximale duur

De maximale duur van het verblijf mag tussen de 5 en 9 maanden in een periode van 12 maanden bedragen, wat moet garanderen dat het werk ook effectief een seizoensgebonden karakter heeft.

De maximale duur moet per lidstaat worden vastgelegd. Deze maximale duur moet er ook voor zorgen dat de derdelander na de seizoenarbeid ook naar zijn/haar thuisland terugkeert.

Rechten van seizoenarbeiders

Gelet op de bijzonder kwetsbare positie van seizoenarbeiders, biedt de richtlijn een aantal garanties met betrekking tot behoorlijke arbeidsvoorwaarden en levensomstandigheden. Er moeten garanties zijn dat de seizoenarbeiders worden gehuisvest in omstandigheden die een passende levensstandaard garanderen. Elke verandering van huisvesting moet aan de bevoegde overheid worden gemeld.

De seizoenarbeiders moeten de garantie hebben te genieten van dezelfde loon- en arbeidsvoorwaarden als de onderdanen van de lidstaten, hebben het recht zich bij een vakbond aan te sluiten, genieten dezelfde behandeling op het vlak van sociale zekerheid en dies meer.

Met deze richtlijn wordt voor het eerst op Europees vlak een wettelijk kader gecreëerd voor tewerkstelling van laaggeschoolde werknemers uit derde landen. Het blijft uiteraard wel afwachten hoe de individuele lidstaten deze richtlijn in hun nationale rechtsorde zullen omzetten.

Richtlijn 2014/36/EU van 26 februari 2014 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op tewerkstelling als seizoenarbeider

Auteurs: Sophie Maes en Dries Faingnaert (Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen