< Terug naar overzicht

Internationaal werk. Arbeidsmigratie: nieuwe regels in Brussel en Vlaanderen

Sinds begin dit jaar zijn in geheel België de procedurele regels voor de tewerkstelling van buitenlandse werknemers grondig gewijzigd door de invoering van de ‘Single Permit’. Inhoudelijk golden tot nog toe enkel in Vlaanderen nieuwe regels, in die mate zelfs dat kan gesproken worden van een nieuw economisch migratiemodel. In de andere gewesten waren er geen inhoudelijke wijzigingen (behalve de afschaffing van een aantal vrijstellingen indien de tewerkstelling langer dan 90 dagen duurt). Daarin is nu verandering gekomen voor Brussel. Voorts kondigde Vlaanderen een maatregel om onderbreking in de tewerkstelling te vermijden.

In het Belgisch Staatsblad van 4 juni 2019 werd het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 mei 2019 gepubliceerd. Daarnaast kondigde in Vlaanderen de Dienst Economische Migratie aan dat vanaf 17 juni 2019 dat bij hernieuwing onder bepaalde voorwaarden ambtshalve een tijdelijke arbeidsvergunning en arbeidskaart (tot maximaal 90 dagen) wordt toegekend in afwachting van de eindbeslissing over de ‘Single Permit’ om een onderbreking in de tewerkstelling te vermijden.

Nieuwe inhoudelijke regels in Brussel

Van belang is dat de regels slechts zullen gelden wanneer het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op basis van de trapsgewijze aanwijsregels uit het Samenwerkingsakkoord bevoegd is voor de behandeling van de aanvraag van de toelating tot arbeid. Anders dan in Vlaanderen kiest het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet voor een volledig nieuw economisch migratiemodel, maar voor een aanpassing van de bestaande regels (het KB van 9 juni 1999). De krachtlijnen zijn de volgende.

  • Voor een aantal bijzondere categorieën buitenlandse werknemers (onder meer hooggeschoold personeel, leidinggevend personeel, onderzoekers…) kan een toelating tot arbeid voor een periode van maximaal drie jaar worden toegekend. Anders dan in Vlaanderen moet de werkgever wel elk jaar op eigen initiatief een aantal documenten (loonfiches, individuele rekening, meldingsbewijs Limosa, sociale zekerheidsattest) overmaken.
  • De weigerings- en intrekkingsgronden worden uitgebreid. Zo kan een aanvraag worden geweigerd of kan een vergunning worden ingetrokken omwille van de afwezigheid van economische of maatschappelijke activiteiten of wegens in het verleden opgelegde definitieve sancties inzake de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
  • De (berekeningswijze van de) loongrenzen, die voor bepaalde categorieën werknemers moeten worden nageleefd, zijn niet gelijk aan deze in Vlaanderen. Evenmin geldt er voor hooggeschoold personeel een verlaagde loongrens voor werknemers van minder dan 30 jaar oud en verplegers.
  • Anders dan in Vlaanderen is er niet in een specifieke regeling voorzien voor bepaalde midden-geschoolde profielen die een knelpuntberoep uitoefenen.
  • Een aantal nieuwe ‘Europese’ categorieën van hoogopgeleide of bijzondere profielen wordt ingevoerd ter implementatie van Europese Richtlijnen:
    - intra-corporate transferee (ICT, detachering van een onderneming buiten de EER naar een              onderneming van diezelfde groep in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) doch enkel voor                  leidinggevenden, specialisten en stagiairs-werknemers met zes maanden anciënniteit. In Vlaanderen is de vereiste anciënniteit drie maanden. Ook de loonbedragen verschillen;
    - seizoenarbeiders, doch enkel voor de landbouwsector in tegenstelling tot Vlaanderen waar deze categorie ook openstaat voor de tuinbouw en de horeca;
    - onderzoekers die naar België komen voor onderzoek bij een erkende onderzoeksinstelling gevestigd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
    - stagiairs, met een maximale duur van zes maanden. In Vlaanderen kan deze maximale duur eenmaal hernieuwd worden;
    - vrijwilligers in het kader het Europese vrijwilligerswerk.

De nieuwe regels treden gedeeltelijk retroactief in werking op 1 juni 2019. De regels m.b.t. de ‘Europese’ categorieën zullen pas toegepast worden na de inwerkingtreding van het uitvoerend samenwerkingsakkoord van 6 december 2018 (met uitzondering van in zeer beperkte mate van de categorie ICT).

Vlaams initiatief om bij hernieuwing een onderbreking te vermijden

De behandelingstermijnen van de Single Permit-aanvragen in het kader van de nieuwe gecombineerde procedure vergen meer tijd dan aanvankelijk gedacht. Als gevolg hiervan sluit bij een hernieuwing de einddatum van de huidige toelating tot arbeid (doorgaans een arbeidskaart B) niet altijd aan bij de startdatum van de nog toe te kennen Single Permit, waardoor er een onderbreking in de tewerkstelling plaatsvindt. De Vlaamse Dienst Economische Migratie wil hieraan tegemoetkomen en heeft aangekondigd dat hij vanaf 17 juni 2019 ambtshalve een tijdelijke arbeidsvergunning en arbeidskaart zal toekennen indien de volgende voorwaarden zijn vervuld. het gaat om een hernieuwingsaanvraag;

  • er is onvoldoende garantie dat de Single Permit tijdig zal worden afgeleverd (einddatum van de huidige toelating ligt binnen een termijn van drie maanden);
  • voor de lopende Single Permit-aanvraag werd reeds een positief advies gegeven over de toelating tot arbeid;
  • de werknemer heeft nog een geldige verblijfsvergunning.

De tijdelijke arbeidskaart en arbeidsvergunning zouden voor maximaal 90 dagen kunnen worden toegekend voor zover de werknemer voor deze periode nog over een geldige verblijfsvergunning beschikt.
De toekenning van de tijdelijke arbeidsvergunning en arbeidskaart kan niet worden aangevraagd. Het is de Vlaamse Dienst Economische Migratie zelf die ambtshalve beslist over de al dan niet toekenning.

Bron: www.werk.be

Sophie Maes, advocaat-vennoot Claeys & Engels

 

 

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen