< Terug naar overzicht

Hoe worden belastingen op vergoeding voor bestuurders internationaal geregeld?

De belastingheffing van bestuurdersvergoedingen over de grenzen heen wordt geregeld door het OESO-modelverdrag. Waarop moet er gelet worden?

Bestuurdersvergoedingen zoals tantièmes, zitpenningen en soortgelijke vergoedingen worden afzonderlijk behandeld in de meeste belastingverdragen. Ze volgen een andere behandeling dan de normale vergoedingen van werknemers of zelfstandigen. Daarom is het nuttig hieraan aandacht te besteden bij het opzetten van ‘salary splits’ en het gebruik van dochterondernemingen.

Welk land?

Artikel 16 van het OESO-modelverdrag (en van de meeste dubbelbelastingverdragen die België gesloten heeft) bepaalt de regels die van toepassing zijn op bestuurdersvergoedingen. Deze vergoedingen zijn belastbaar in het land waar de vennootschap (waarin het mandaat als bestuurder wordt uitgeoefend) is gevestigd. De bestuurder moet effectieve prestaties verrichten voor die vennootschap, maar hij hoeft hierbij niet fysiek aanwezig te zijn in het land waar de vennootschap is gevestigd.

Aangezien de fysieke aanwezigheid in het buitenland geen vereiste is, kan artikel 16 interessant zijn bij het opzetten van een ‘salary split’ (op voorwaarde dat er ook effectieve bestuurdersprestaties geleverd worden).

Wel moet erop gewezen worden dat veel dubbelbelastingverdragen die door België werden gesloten voor dagelijkse werkzaamheden van leidinggevende of technische, commerciële of financiële aard uitgeoefend door bestuurders, verwijzen naar het werknemersartikel en dus ook een daadwerkelijke fysieke aanwezigheid vereisen.

Welke vergoedingen?

Artikel 16 is enkel van toepassing op eigenlijke bestuurdersvergoedingen. Met andere worden op tantièmes, presentiegelden en andere soortgelijke beloningen verbonden met de vennootschapsleiding. Wanneer de bestuurder ook nog een andere taak uitoefent binnen de vennootschap (bijvoorbeeld als bediende of zelfstandige adviseur), dan zal op die andere vergoeding de regels met betrekking tot bezoldigingen/inkomen van zelfstandigen toegepast moeten worden.

Welke vennootschappen?

Het OESO-modelverdrag heeft geen specifieke bepalingen inzake de vennootschappen waarop artikel 16 van toepassing zou zijn. België wijkt in de meeste dubbelbelastingverdragen op dit punt echter af van het OESO-modelverdrag. In de Belgische verdragen staat vaak bepaald dat het enkel gaat om vergoedingen toegekend aan bestuurders van ‘vennootschappen op aandelen’ of ‘kapitaalvennootschappen’. In sommige andere verdragen worden de toepasselijke vennootschapsvormen of bestuurdersmandaten expliciet opgesomd.

In België worden hiermee in eerste instantie vooral nv’s en commanditaire vennootschappen op aandelen geviseerd.

Welke bestuurders?

Het OESO-modelverdrag maakt geen onderscheid tussen bestuurders/natuurlijke personen en bestuurders/vennootschappen. Daarnaast bepaalt het modelverdrag dat het moet gaan om bestuurdersvergoedingen voor leden van de raad van bestuur of toezicht van een vennootschap. In een Belgische context gaat het om de leden van de raad van bestuur of het directiecomité van een nv en de bestuurders van een commanditaire vennootschap.

Andere bestuurders (zoals de zaakvoerder van een bvba) of mandaten (zoals een vereffenaar) worden in sommige verdragen expliciet opgenomen in het toepassingsgebied. De vergoeding voor mandatarissen waarvan de functie niet opgenomen is in de tekst van het verdrag zal belast moeten worden op grond van de regels met betrekking tot bezoldigingen, vergoedingen voor zelfstandigen of het restartikel.

Belangrijk is dus steeds verdrag per verdrag te onderzoeken welke bestuurders en vennootschapsvormen precies geviseerd worden.

Auteur: Koen Fransaer (advocaat Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen