< Terug naar overzicht

Hoe worden aandelenplannen van buitenlandse werkgever belast?

Diverse soorten aandelenplannen (zoals aandelenopties) blijven een geliefde manier om werknemers te belonen en te betrekken in de resultaten van hun werkgever. Maar hoe worden die belast als ze van een buitenlandse werkgever komen?

Het komt daar steeds vaker bij voor dat de werknemers van een Belgische dochtervennootschap eveneens mogen deelnemen aan een aandelenplan van de buitenlandse moedervennootschap. Aangezien we dan met een grensoverschrijdend karakter zitten, is de vraag natuurlijk welk land bevoegd is om belasting te heffen, enerzijds op de toegekende aandelen en anderzijds op de eventuele dividenden van die aandelen.

In dit korte overzicht gaan we alleen in op de algemene principes inzake belastingheffing in een internationale context en niet op de diverse gunstregimes die (bijvoorbeeld in het Belgisch recht) bestaan voor aandelen(opties).

De aandelen(opties) zelf

De belastingheffing op de aandelen(opties) zelf volgt normaliter de gewone regels inzake het beroepsinkomen. De aandelen(opties) worden immers beschouwd als een bezoldiging voor arbeidsprestaties. Dit wil zeggen dat in principe gekeken moet worden naar de werkstaat (i.e. de staat waarin de beroepswerkzaamheid fysiek uitgeoefend wordt).

Indien de werknemers louter in België werken, zullen de aandelen(opties) uitsluitend in België belast worden. Indien de werknemers in een ‘salary split’-situatie werken (bijvoorbeeld 50 procent in België en 50 procent in het buitenland, en ook in het buitenland belast worden), dan dient de belastingheffing in principe ook verdeeld te worden tussen België en de andere staat die heffingsbevoegd is. Hoe de aandelen(opties) specifiek belast worden in elk land, hangt van het interne belastingregime van dat land af.

Quid bedrijfsvoorheffing?

Maar moet de Belgische werkgever ook de bedrijfsvoorheffing inhouden op de aandelen(opties) die door de buitenlandse moedervennootschap worden toegekend? Volgens artikel 270 WIB’92 moet de schuldenaar of tussenpersoon die in België belastbare bezoldigingen toekent, hierop bedrijfsvoorheffing inhouden. Deze verplichting geldt echter alleen indien deze schuldenaar of tussenpersoon daadwerkelijk een vestiging heeft in België.

In het geval van aandelen(opties) toegekend door een buitenlandse moedervennootschap is er geen Belgische schuldenaar. De vraag blijft of er nog een Belgische tussenpersoon is. Hierbij moet gekeken worden naar de manier waarop de toekenning van de aandelen(opties) in de praktijk verloopt:

  • Indien alles door de buitenlandse moedervennootschap geregeld wordt en ook alle vragen in verband met de aandelen(opties) aan deze buitenlandse vennootschap gesteld moeten worden, dan dient er geen Belgische bedrijfsvoorheffing ingehouden te worden.
  • Indien de Belgische vennootschap echter ook betrokken wordt bij de toekenning (bijvoorbeeld als aanspreekpunt voor de werknemers inzake de toekenningsvoorwaarden, of als zijzelf de aandelen(opties) toekent), dan dient er echter wel bedrijfsvoorheffing ingehouden te worden. Deze bedrijfsvoorheffing zal in principe ingehouden moeten worden op de normale bezoldigingen van de werknemer.

Als een buitenlandse vennootschap aandelenopties toekent, dan dient de Belgische vennootschap, waarbij de begunstigde werknemer werkt, ervoor te zorgen dat deze aandelenopties vermeld worden op de fiscale fiches (281.10 of 281.20) en overeenstemmende samenvattende opgave van de werknemers. Anders wordt het voordeel van de aandelenopties bij de belastbare winst van de Belgische vennootschap gevoegd (en daar dus ook belast). Ongeacht of er Belgische bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden, zijn de werknemers in elk geval verplicht de waarde van de toegekende aandelen(opties) op te nemen in hun belastingaangifte.

Wat met de dividenden?

Als alles goed gaat, dan zullen de werknemers eveneens dividenden ontvangen op de hen toegekende aandelen. De meeste dubbelbelastingverdragen bepalen dat deze dividenden belastbaar zijn in de woonstaat (België in ons voorbeeld), maar ook belast mogen worden in de staat van de vennootschap die de dividenden toekent (bronstaat).

De dividenden worden dus dubbel belast (een eerste maal in het buitenland, een tweede maal in België (tegen een tarief van 25 procent). Om deze dubbele belasting te milderen, bepalen de meeste dubbelbelastingverdragen evenwel een maximale belasting in de bronstaat (vaak 15 procent, bijvoorbeeld in de verdragen met Frankrijk en Duitsland).

Het probleem is dat de bronstaat in eerste instantie een hoger belastingpercentage zal toepassen en dat de belastingplichtige daarna de teruggave van een deel van deze belasting kan vorderen. In de praktijk komt dit neer op een omslachtige administratieve procedure om enkele euro’s minder buitenlandse belastingen te betalen.

Complex

Bij het toekennen van aandelen(opties) in een internationale groep, zullen de aandelen(opties) belast worden in dezelfde staat als de normale bezoldigingen belast worden. Daarnaast zal er ook vaak dubbele belasting zijn van de eventueel uitgekeerde dividenden. In elk geval is het toekennen van aandelen(opties) in een internationale groep een zeer complexe operatie. Idealiter wordt per land bij het aandelenplan een bijlage geleverd die de fiscale regeling in dat land uitlegt.

Auteur: Koen Fransaer (advocaat Claeys & Engels)

 


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen