< Terug naar overzicht

Hoe bewijst men dat een werknemer feiten heeft bekend?

De meeste werkgevers weten dat het van belang kan zijn een werknemer vooraf te verhoren alvorens over te gaan tot ontslag om dringende reden. Indien de werknemer tijdens het verhoor de feiten uitdrukkelijk erkent, kan het nuttig zijn om te beschikken

Wie ontslaat om dringende reden, draagt de bewijslast van de ingeroepen ‘dringende reden’. Het bewijs hiervan kan in principe worden geleverd door alle middelen van recht (bijv. een ondertekende verklaring van een getuige). In de meeste gevallen zal de werkgever ervoor kiezen de betrokken werknemer vooraf te verhoren. Een voorafgaand verhoor kan interessant zijn om diverse redenen. Vooreerst om alle concrete omstandigheden te kennen, zodat men de dringende reden correct kan beoordelen. Voorts krijgt de werknemer zo ook de kans vooraf zijn of haar verweermiddelen naar voor te brengen. Een voorafgaand verhoor kan ten slotte ook van belang zijn om extra bewijsmiddelen te verzamelen. De kans bestaat immers dat de werknemer, wanneer deze geconfronteerd wordt met de feiten, overgaat tot een bekentenis. Een dergelijke ‘buitengerechtelijke bekentenis’ kan door de werkgever eventueel worden gebruikt om de dringende reden te bewijzen.  Uit de rechtspraak blijkt evenwel dat de rechters eerder kritisch staan tegenover deze soort (beweerde) bekentenissen.
Dit laatste blijkt duidelijk uit een recent arrest van het Arbeidshof van Brussel. In deze zaak had de werkgever de werknemer vooraf geconfronteerd met de feiten, met de bedoeling de werknemer de feiten te doen bekennen. De werkgever was hierbij nogal voortvarend geweest door op voorhand een schriftelijk verslag op te stellen van het verhoor van de werknemer. De werknemer werd nadien ondervraagd en moest vervolgens het vooraf opgesteld verslag van het verhoor ondertekenen.
Hoewel de werknemer het verslag van de werkgever – en dus de ‘bekentenis’ –  had ondertekend, betwistte hij nadien toch zijn ontslag om dringende reden. De werknemer argumenteerde dat het schriftelijk verslag van het verhoor niet kon worden aangewend als bewijsmiddel omdat er in werkelijkheid geen sprake zou zijn geweest van een verhoor. Hij benadrukte dat het verslag op voorhand was opgesteld door de werkgever en dat hij onder druk werd gezet om te ondertekenen. De arbeidsrechtbank gaf de werknemer gelijk en veroordeelde de werkgever tot betaling van een opzegvergoeding.


De werkgever bracht de zaak voor het Arbeidshof. Het Arbeidshof verduidelijkte dat een zogenaamde buitengerechtelijke bekentenis eventueel kan worden ingeroepen als bewijsmiddel. In dat geval moet de rechter echter onderzoeken of alle voorwaarden vervuld zijn opdat er sprake zou zijn van een bekentenis. Dit betekent concreet dat de inhoud van de verklaring voldoende precies en duidelijk moet zijn en dat de verklaring vrijwillig moet zijn afgelegd. Volgens het Arbeidshof beantwoordde het voorgelegd verslag van het verhoor niet aan deze voorwaarden, aangezien de verklaring niet vrijwillig werd afgelegd door de werknemer en het verslag op voorhand werd opgesteld door de werkgever. Doordat het verslag volledig eenzijdig werd opgesteld door de werkgever werd hierin geen rekening gehouden met de nuances die de werknemer had willen aanbrengen in het kader van zijn verdediging. Volgens het Arbeidshof kon het voorgelegde verslag dan ook niet worden beschouwd als een bekentenis. Bij gebrek aan andere bewijsmiddelen werd het ontslag om dringende reden onregelmatig verklaard.

images
images


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen