< Terug naar overzicht

Gerechtelijke ontbinding bij eenzijdige wijziging arbeidsvoorwaarden

Een werkgever mag in principe niet eenzijdig raken aan de essentiële bestanddelen van de arbeidsovereenkomst (bijv. de functie of het loon). Over welke actiemogelijkheden beschikt een werknemer wiens arbeidsvoorwaarden toch eenzijdig worden gewijzigd

Indien de werkgever eenzijdig de arbeidsvoorwaarden wijzigt, kan de werknemer zich beroepen op de rechtsfiguur van het ‘impliciet ontslag’, wat erop neerkomt dat de werknemer zich beroept op contractbreuk door de werkgever. De werknemer kan dan betaling van een opzegvergoeding eisen aangezien de werkgever op onregelmatige wijze een einde heeft gesteld aan de arbeidsovereenkomst.
Vaak zal een werknemer wiens arbeidsvoorwaarden eenzijdig werden gewijzigd door de werkgever er echter voor terugschrikken contractbreuk in te roepen. Indien zou blijken dat de werknemer onterecht contractbreuk heeft ingeroepen, wordt de werknemer immers geacht zelf een einde te hebben gesteld aan de arbeidsovereenkomst. De werknemer (en niet de werkgever) is in dat geval dus verplicht een opzegvergoeding te betalen.
Een werknemer wiens arbeidsvoorwaarden op eenzijdige wijze worden gewijzigd, beschikt ook over de mogelijkheid een vordering in te stellen voor de arbeidsrechtbank, op grond van artikel 1184 Burgerlijk Wetboek, waarbij aan de rechtbank wordt gevraagd dat ze de arbeidsovereenkomst gerechtelijk zou ontbinden wegens wanprestatie door de werkgever.
Maar wat gebeurt er indien de arbeidsrechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een ‘wanprestatie’ en dat bijgevolg de vordering tot gerechtelijke ontbinding ongegrond is?
In een arrest van 3 december 2004 oordeelde het Arbeidshof van Brussel dat een werknemer die ten onrechte een vordering tot gerechtelijke ontbinding instelde tegen zijn werkgever, zelf een einde heeft gesteld aan de arbeidsovereenkomst omdat de werknemer zo de wil om een einde te stellen aan de arbeidsovereenkomst te kennen heeft gegeven.
De werknemer tekende echter cassatieberoep aan tegen dit arrest. Met succes. Het Hof van Cassatie vernietigde het bestreden arrest van het Arbeidshof te Brussel. Volgens het Hof van Cassatie schendt het arrest van het Arbeidshof het wettelijk begrip "gerechtelijke ontbinding" door aan de dagvaarding van de werknemer (tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek) het gevolg te verlenen van een onmiddellijke verbreking van de arbeidsovereenkomst. Met andere woorden: indien de vordering tot gerechtelijke ontbinding ongegrond wordt verklaard, blijft de arbeidsovereenkomst gewoon verder bestaan zodat de werknemer niet kan worden veroordeeld tot betaling van een opzegvergoeding aan de werkgever.

images
images

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen