< Terug naar overzicht

Gents bedrijf veroordeeld wegens discriminatie bij sollicitatieprocedure

Op 26 maart jl. werd een Gents bedrijf veroordeeld door de voorzitter van de arbeidsrechtbank van Gent wegens discriminatie op grond van nationaliteit of etnische afstamming. Het Centrum voor Gelijke Kansen en voor Racismebestrijding, dat samen met het

“We leven nu eenmaal in een multiculturele maatschappij en het is van het grootste belang dat de samenleving hiermee leert om te gaan op een respectvolle en open manier”, stelde de Arbeidsrechtbank. De zaak handelde over een Gentse onderneming, gespecialiseerd in beveiliging, die een vacature voor een technicus-verkoper had geplaatst in een lokale krant. Het profiel waaraan de kandidaat moest voldoen, werd als volgt omschreven: “Handige persoon tussen 30-50 jaar (opleiding binnen de firma), verzorgd voorkomen, commerciële feeling, leergierig, zowel zelfstandig als vlot in teamverband kunnen werken.” Op 15 november 2006 solliciteerde een allochtone kandidaat per e-mail voor de betrekking, in perfect Nederlands.

De kandidaat verwees naar zijn perfecte tweetaligheid, het feit dat hij in een commercieel milieu was opgegroeid en jaren heeft gewerkt in de verkoop en vertegenwoordiging in uiteenlopende branches. Hij vermeldde tevens dat hij nog als monteur/plaatser had gewerkt bij een ander Gents bedrijf, zodat hij over de nodige technische achtergrond beschikte.

Daags nadien kreeg de kandidaat al een antwoord per e-mail, waarin werd gesteld dat hij niet de geschikte persoon zou zijn voor de vacante betrekking. Deze e-mail werd verstuurd door een werknemer, in opdracht van de zaakvoerder. De e-mail van de zaakvoerder werd per ongeluk doorgestuurd naar de kandidaat. Onderaan het antwoord volgde een interne e-mail naar de afdeling boekhouding waarin werd gesteld: “Kan jij die persoon afwimpelen. Een vreemdeling die beveiliging zal verkopen, dat heb ik nog niet gezien.”

De kandidaat stelde een stakingsvordering in bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank (zoals in kort geding), hierin gesteund door het Centrum voor Gelijke Kansen en voor Racismebestrijding. Beide eisers vorderden de veroordeling van de onderneming wegens discriminatie op grond van nationaliteit en/of etnische origine. Voorts vorderden ze een dwangsom van 2500 euro voor de kandidaat en 500 euro voor het Centrum per nieuwe overtreding van de antidiscriminatiewet vanaf de betekening van het vonnis. Ten slotte eisten ze ook dat het vonnis zou worden gepubliceerd in diverse kranten.

De onderneming trachtte zich te verweren door erop te wijzen dat de eisende partij de e-mail niet mocht gebruiken omdat deze op onrechtmatige wijze zou zijn verkregen. Verder beweerde de onderneming dat er geen sprake was van discriminatie omdat zij van verschillende bedrijven waar de kandidaat vroeger had gewerkt, had vernomen dat er problemen waren geweest op het vlak van frauduleuze praktijken. Bovendien beweerde de onderneming dat haar cliënteel vooroordelen heeft ten aanzien van ‘vreemdelingen’ en zou afhaken indien een vreemdeling zich zou aanbieden als verkoper.

De voorzitter van de arbeidsrechtbank oordeelde vooreerst dat de e-mail niet op onrechtmatige wijze was verkregen was, aangezien het bericht was doorgestuurd naar de kandidaat. Hij oordeelde bovendien dat er wel degelijk sprake was van discriminatie omdat uit de e-mail zeer duidelijk blijkt dat een vreemdeling en beveiliging voor de onderneming blijkbaar twee niet verzoenbare begrippen zijn. De discriminatie blijkt ook uit de directe weigering om de kandidaat te ontmoeten voor een sollicitatiegesprek. Inzake het beweerde frauduleuze verleden van de kandidaat was de voorzitter vrij kort: het is zo goed als uitgesloten dat men deze gegevens over het beroepsverleden van de kandidaat zou hebben verzameld vanwege de korte tijdspanne tussen de aanbieding en de weigering. Als antwoord op het verweer stelde de voorzitter tevens dat de (eventuele) vooroordelen van klanten geen objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond vormen voor het gemaakte onderscheid.


De gevraagde dwangsommen werden toegekend. De voorzitter motiveerde deze beslissing door erop te wijzen dat de onderneming niet had aangetoond dat haar aanwervingsbeleid inmiddels werd gewijzigd zodat allochtone kandidaten evenveel kans zouden maken bij een sollicitatie. Ook de gevraagde publicatie van het vonnis in verschillende kranten werd toegekend. Volgens de arbeidsrechtbank is de publicatie van deze uitspraak een vorm van informatie ten aanzien van de burger die zijn rechten zo beter leert kennen en hiervoor respect kan afdwingen. Tegelijkertijd wordt met de publicatie duidelijk gemaakt dat de antidiscriminatiewet geen dode letter is.

images
images

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen