< Terug naar overzicht

Geen opzeggingsvergoeding bij beëindiging wegens overmacht met definitieve gevolgen

Een vennootschap beriep zich op overmacht om de arbeidsovereenkomst van een werknemer te beëindigen nadat er na een negatieve veiligheidsverificatie door de Nationale Veiligheidsoverheid was vast komen te staan dat de badge van de werknemer niet langer zou worden verlengd en de werknemer zijn plaats van tewerkstelling dus niet langer kon betreden. De arbeidsrechtbank oordeelde dat er effectief sprake was van overmacht met definitieve gevolgen, zodat de werkgever geen opzeggingsvergoeding verschuldigd was.

De werknemer werkte voor de vennootschap op de luchthaven van Zaventem als ‘lader chauffeur’. Werknemers op de luchthaven moeten beschikken over een ‘luchthavenidentificatiebadge’, die hen toegang verleent tot de luchthavenfaciliteiten en dus noodzakelijk is voor de uitoefening van het werk. Deze badge wordt maar uitgereikt na een positieve veiligheidsverificatie door de Nationale Veiligheidsoverheid (NVO) en is slechts een aantal jaar geldig, waarna zij verlengd moet worden. Nadat de NVO een negatieve veiligheidsverificatie afleverde ten aanzien van de werknemer, werd hem de verlenging van zijn badge geweigerd. Gezien dit betekende dat de werknemer geen toegang meer had tot de luchthaven, beriep de vennootschap zich op overmacht om de beëindiging van de arbeidsovereenkomst vast te stellen. Een dag later tekende de werknemer beroep aan tegen de negatieve veiligheidsverificatie van de NVO, zonder succes.

De werknemer betwistte de rechtmatigheid van de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst wegens overmacht en vorderde de betaling van een opzeggingsvergoeding. Hij meende namelijk dat op het ogenblik dat de vennootschap de arbeidsovereenkomst beëindigde, er nog geen sprake was van een definitieve beslissing over de hernieuwing van zijn badge, gezien hij na de negatieve veiligheidsverificatie nog de mogelijkheid had om hiertegen beroep aan te tekenen.

De arbeidsrechtbank bevestigde allereerst algemeen dat een arbeidsovereenkomst een einde neemt door overmacht, maar dat dit evenwel niet automatisch gebeurt en dat dus één van de partijen zich hierop moet beroepen.

Vervolgens wees de arbeidsrechtbank op het onderscheid tussen overmacht met definitieve gevolgen en overmacht met tijdelijke gevolgen. Zij verduidelijkte dat de partij die overmacht wenst in te roepen als grond van beëindiging van de arbeidsovereenkomst dit enkel kan doen indien het feit dat overmacht uitmaakt de definitieve, en niet de tijdelijke, onmogelijkheid inhoudt om de arbeidsovereenkomst uit te voeren.

Toegepast op deze zaak stelde de arbeidsrechtbank vast dat op het ogenblik waarop de vennootschap zich op overmacht beriep, er effectief sprake was van overmacht met definitieve gevolgen. Op dat moment bestond er namelijk geen enkele onzekerheid over de mogelijkheid tot uitvoering van de arbeidsovereenkomst: dit kon niet aangezien de werknemer niet over een geldige badge beschikte. Tijdens het onderzoek van de NVO was er weliswaar sprake van een overmachtssituatie met tijdelijke gevolgen, maar dit was niet meer het geval van zodra de veiligheidsverificatie werd afgerond, de negatieve beslissing door de NVO was genomen en de badge als gevolg daarvan werd geweigerd. Dat de werknemer op dat moment nog de mogelijkheid had om beroep aan te tekenen tegen de negatieve veiligheidsverificatie en hij dit een dag later ook effectief deed, verandert daar volgens de arbeidsrechtbank niets aan. Daarbij heeft het eventuele beroep tegen een negatieve veiligheidsverificatie geen schorsende werking.

De arbeidsrechtbank oordeelde bijgevolg dat de vennootschap zich terecht had beroepen op overmacht om het einde van de arbeidsovereenkomst vast te stellen en dat de vordering van de werknemer tot betaling van een opzeggingsvergoeding ongegrond was.

Dit vonnis bevestigt het principe dat dat men een onderscheid moet maken tussen overmacht met tijdelijke en met definitieve gevolgen, omdat enkel het laatste kan leiden tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Een voorwaarde is wel dat een partij zich effectief op de overmacht beroept om op deze grond het einde van de arbeidsrelatie vast te stellen. Het eventuele beroep dat wordt aangetekend na het einde van de arbeidsovereenkomst wegens overmacht is daarbij irrelevant.

Tegen dit vonnis kan nog beroep worden aangetekend.

Arbeidsrechtbank Brussel, 23 november 2018 AR 17/1895/A

Anouck Stabel
Medewerker
Claeys & Engels

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen