< Terug naar overzicht

Feiten na de opzegging: (ir)relevant voor het bepalen van de opzegtermijn?

De regels over de opzegtermijnen en opzegvergoedingen voor ‘hogere bedienden’ (bruto jaarloon boven 29.729 euro in 2009) hebben al tot heel wat discussies geleid. Oorzaak: de wetgever heeft geen eenduidige regels bepaald. De wet zegt enkel dat partije

Die vage regels rond de opzegtermijnen en opzegvergoedingen hebben aanleiding gegeven tot het ontstaan van bepaalde formules (zoals de ‘Formule Claeys’), opdat de werkgever zou kunnen berekenen welke opzegtermijn/opzegvergoeding een bepaalde werknemer vermoedelijk voor de rechter zou krijgen. Deze formules hebben geen wettelijke basis, maar zijn gebaseerd op de rechtspraak van de arbeidshoven en –rechtbanken doorheen de jaren. Deze rechtspraak wordt door het Hof van Cassatie strikt geleid tussen bepaalde ‘bakens’.
Af en toe probeert een rechter toch creatief om te springen met de principes. Zo ook het arbeidshof te Gent in zijn arrest van 16 maart 2007.

Concurrent geworden: welke impact?


Deze zaak betrof een werknemer die door zijn werkgever werd ontslagen met onmiddellijke ingang. Er ontstond vervolgens discussie over de omvang van de opzegvergoeding. De werknemer beweerde dat de werkgever manifest te weinig opzegvergoeding had betaald, terwijl de werkgever argumenteerde dat de toegekende opzegvergoeding, in het licht van de concrete omstandigheden, wél voldoende was.
De werkgever verwees vooral naar het feit dat de werknemer, kort na zijn uitdiensttreding, zelf een concurrerende vennootschap heeft opgericht. De werkgever vond dat de rechter hiermee rekening diende te houden bij het bepalen van de opzegvergoeding. Het arbeidshof te Gent volgde deze redenering en oordeelde dat een opzegvergoeding van zes maanden loon in dit geval passend was.

Cassatie wijst op principes


De werknemer tekende echter cassatieberoep aan. In zijn arrest van 5 januari 2009 brengt het Hof van Cassatie eerst de voornaamste principes in herinnering. Volgens de Arbeidsovereenkomstenwet moet de werkgever die een (voor onbepaalde tijd gesloten) arbeidsovereenkomst beëindigt, zonder dringende reden en zonder opzegtermijn, een opzegvergoeding betalen, overeenstemmend met de duur van de aan de bediende toekomende opzegtermijn.
De rechter die deze opzegtermijn moet bepalen, dient rekening te houden met het loon op het tijdstip van het ontslag en met inachtneming van de voor de bediende op dat ogenblik bestaande kans om een gelijkwaardige, passende betrekking te vinden, gelet op zijn leeftijd, zijn anciënniteit in het bedrijf en zijn functie.

Feiten ná het ontslag


Het Hof van Cassatie benadrukte in zijn arrest dat de rechter, bij het bepalen van de opzegvergoeding geen rekening mag houden met eventuele omstandigheden of feiten die zich ná het ontslag hebben voorgedaan.
Door rekening te houden met het feit dat de werknemer amper een maand na zijn ontslag een eigen concurrerende vennootschap heeft opgericht, schond het arbeidshof te Gent de bepalingen van de Arbeidsovereenkomstenwet. Het arrest van het Arbeidshof werd dan ook vernietigd.

Cassatie, 5 januari 2009, S08.0086.N/1

Lees meer over


< Terug naar overzicht

U zoekt, u vindt !

HR Square | Magazine, E-zine, Netwerk, Website, Seminaries, ...

Word nu lid !
Geniet van de voordelen